Californië vormt nog altijd een vruchtbare voedingsbodem voor countryrock. Neem nu Calafia, een band uit San Francisco. Op Sacred Profanities (eigen beheer) hebben we te maken met een lapjesdeken aan Amerikaanse invloeden die soms lichtjes rafelt, maar waarvan de naden stevig genoeg zijn om mee te kunnen rocken. Eigenlijk precies zoals het ooit bedoeld was in de begindagen van de countryrock. De leden van Calafia komen uit alle windstreken van Amerika en ook dat is niet nieuw. De groepsnaam Calafia meer…
Ze komen uit Georgia en hebben die losse, bijna studentikoze benadering die wel meer artiesten uit die staat kenmerkt. Denk bijvoorbeeld aan REM. Op Scrawled (Cowboy Angel Music) spelen de zes leden van Timber zonder zich al te veel te bekommeren om strakke lijnen. Ze spelen samen alsof ze om een kampvuur zitten. De nummers op Scrawled zijn na een of hooguit twee keer de opnameknop indrukken aan de band toevertrouwd. De voornamelijk akoestische aanpak is folksy, bijna amateuristisch. Met die ongedwongen meer…
Turn And Fade (326 Records/Sonic Rendezvous) begint met een instrumental die rechtstreeks uit het repertoire van Buck Owens and the Buckaroos lijkt te komen. Dan volgt een slepende countryrocksong met hoofdrollen voor de 12-snarige Rickenbacker en de Fender Telecaster. Het is in een notendop de countrymuziek die Dave Gleason inspireert, want al vier albums lang, inclusief deze Turn And Fade, struint hij het gebied af tussen Bakersfield en Topanga Canyon. Gleason is naar mijn mening dan ook meer…
We maakten er al maanden geleden melding van: de nieuwe cd van ex-Jayhawk Mark Olson komt eraan. Wie hoopte en verwachtte dat de herstelde vriendschap tussen Mark Olson en Gary Louris een comebackplaat van The Jayhawks zou opleveren, moet nog een wijle geduld oefenen – zo die plaat er ooit komt. Vreugdevol begroeten we dus Many Colored Kite (Ryko/Rough Trade), de nieuwe cd van Mark Olson. Olson heeft getuige zijn laatste album Salvation Blues (2007) het muzikale spoor weer geheel teruggevonden. Het was dan ook een adembenemende meer…
Met de opkomst van The Birthday Party staat een van de grootste muzikale talenten op van de jaren tachtig: Nick Cave. In de eind jaren zeventig voert hij in Melbourne, Australië The Boys Next Door aan, die na een naamswijziging in The Birthday Party in 1980 naar Engeland emigreren. Aldaar maakt de sinistere muzikantenbrigade naam met shockerende live-optredens, die worden gekenmerkt door een cocktail van dierlijke agressie, morbide duiveluitbannerij, Stooges-punk en Beefheart-gekte. Ditzelfde geldt voor de welhaast muzikale gewelddadigheid meer…
Frank Royster is al zo’n beetje 20 jaar actief in de muziekscene van Charleston, South Carolina. De powerpopper met het countryhart zat in bandjes als The Fire Apes en de (lokaal) populaire coverband The Hed Shop Boys. Innocence Is Bliss (Kool Kat Music) is zijn tweede solo-cd, die ergens geplaatst moet worden tussen Elvis Costello en The Smithereens. Dat Buck Owens Roysters jeugdidool was horen we terug in het lekker twangy Can’t You make Me Smile?, al dekt vooral het Stiff-adagium Pure Pop For Now People de lading het best. meer…
Slim Cessna’s Auto Club – Great Lake Swimmers – Willie Nelson – Zach Lupetin & the Dustbowl Revival
De nummers op Buried Behind The Barn (Alternative Tentacles/Bertus) van Slim Cessna’s Auto Club ziijn al tien jaar oud, maar nu pas bijeengebracht op deze nog geen half uur durende cd. SCAC komt net als Sixteen Horsepower uit Denver, Colorado, en dat is niet de enige overeenkomst. Er is de meer…
Als Joe Thompson begint te zingen over Blue New York op het eerste nummer van Yankee Twang (eigen beheer) is meteen helemaal duidelijk dat die titel niet beter gekozen had kunnen zijn. Zijn donkere stem met een zilveren randje lijkt wel wat op die van Raul Malo. Zeker in een nummer als Luisa! Luisa! dat zo op het repertoire van The Mavericks had kunnen staan. Voor een New Yorker is het toch niet de meest voor de hand liggende richting, maar de klassieke country en rock-’n-roll passen Joe Thompson als de cowboyhoed die meer…
Listen to the songs that the birdies sing, you’ll feel a little better ‘bout everything. Dat zingt Rita Hosking op het titelnummer van Come Sunrise (eigen beheer). Zelf is ze niet een zoetgevooisd zangvogeltje, daarvoor heeft ze teveel bibber in haar stem. Denk eerder aan een kraai. Of een specht. Want Hosking straalt kracht uit. Een scherpe snavel waarmee ze door de bast tikt. Er is geen ontkomen aan, Rita Hosking dwingt tot luisteren. Neem plaats bij haar aan de keukentafel. Een vertrek met een houten vloer met ruwe planken uit het bos meer…
De oorspronkelijk uit Brooklyn afkomstige Brian Kramer woont al jaren in Zweden. De countryblues op Myself And Mine (eigen beheer) wordt met overtuiging gebracht, dat moet ook wel met zo’n titel. Kramer doet zijn ding hier solo op een 1955 Gibson J-50, 1930 National Steel Triolian, NRP National Style O, Eastman 12 string. Zijn stijl laat zich het best vergelijken met iemand als Chris Smither. De ambachtelijke liedjes van Kramer zijn net zo belangrijk als het gitaarspel. Geïnspireerd vakwerk van meer…