Josh Bond en Neal Marsh zijn volgens hun eigen zeggen op een ‘whiskey fueled journey through the american wasteland’. Het klinkt als een uitgewoond cliché, maar – zoals we weten – clichés zijn waar. Na beluistering van A Collection Of Songs (Whiskey Richard Presents) ben ik het dan ook volledig met Josh en Neal eens; ik ga dolgraag mee op de trip van beiden. Ze vormen tezamen het duo For The Kings, dat zijn thuisbasis heeft in Los Angeles, Californië. Josh Bond is de zanger en gitarist; Neal Marsh de tweede stem en leadgitarist. meer…
Middelmatigheid troef op Say Go (Clang!), het verlate debuut van Jim Stephanson, die dus al zo’n dertig jaar actief is in de muziekscene van Washington, DC. Stephanson stoeit wat met powerpop, pubrock en rhythm & blues. Qua stem doet hij af en toe denken aan John Hiatt, muzikaal gaat de gedachte uit naar Los Lobos op zijn poppiest. De 11 liedjes kuieren wat in het rond met hier en daar een uitschieter, maar het merendeel is smakeloos; laf. Wat niettemin interessant aan Say Go is, is dat Stephanson de veteranen van NRBQ als begeleidingsband heeft weten te strikken, maar daar houdt mijn interesse op.
Een tijd of wat geleden deed Richard Thompson, maker van vele schitterende studio-albums, een verrassende ontdekking: ‘I don’t think musicians playing on their own are particularly interesting, it’s only when they play in front of an audience that something interesting happens.’ Noem albums als Hand Of Kindness, Rumour And Sigh, Mirror Blue of Mock Tudor dan maar oninteressant, denk ik dan. Nee, het lijkt eerder een rechtvaardiging – en een promopraatje – voor het feit dat hij een dozijn plus één nieuwe songs, opnam tijdens meer…
Met The Arsonist maakte Rose’s Pawn Shop in 2006 een vlammend debuut. En die vlammen zijn vier jaar later nog niet gedoofd op Dancing On The Gallows (eigen beheer). De liedjes op het debuut werden als door een vliegwiel aangedreven telkens in de hoogste versnelling gegooid. Zo gaat het nog steeds op veel nummers op deze opvolger. Opvallend is het trouwens dat Paul Givant deze keer met een totaal andere groep mensen de studio heeft opgezocht, maar dat dat dus nauwelijks iets heeft veranderd aan het geluid. Goed, misschien staan er meer…
Het zou tot de standaard opleiding moeten behoren van de ware troubadour. Eerst een aantal jaren reizen en liedjes schrijven in soms niet al te rooskleurige omstandigheden. Zo deed Luke Redfield het. Net als velen voor hem. Ephemereal Eon (Dream Song Records) is het resultaat van de omzwervingen van deze singer-songwriter die nu weer terug is in Minneapolis, Minnesota. The Night I Slept Outside is een liedje dat hem dus zogezegd in de botten zit. Het is vooral ook bijzonder fraai door de spannende meer…
Dit The Wild Hunt (Dead Oceans/Munich) van The Tallest Man On Earth is veel te lang blijven liggen. Niet letterlijk overigens, want de cd heeft inmiddels al heel wat rondjes gedraaid. Maar het schrijven van een stukje bleef er bij. En nu ligt er alweer een nieuwe ep van de Zweed in de winkels. Bovendien is hij binnenkort in Groningen (Vera, 12 nov.) en Utrecht (Le Guess Who?, 28 nov.). Hoogste tijd dus voor aandacht, want The Tallest Man On Earth weet in zijn eentje heel wat over te brengen. Onrust vooral. Luister maar eens naar meer…
Het enthousiasme over Born On Flag Day (zie recensie, het album is inmiddels ook gewoon uit in Nederland) ontbrak in eerste instantie toch enigszins bij The Black Dirt Sessions (Fargo/Munich), de derde cd van Deer Tick. De woeste levenslust van de met soul en rockabilly gelardeerde rootsrock op de vorige schijf heeft plaats gemaakt voor een veel donkerder gemoedstoestand. John Joseph McCauley III is op The Black Dirt Sessions meer in zichzelf gekeerd, terwijl juist die onbekommerde aanpak van hem me zo aansprak. Immers, er zijn meer…
Op het moment dat bassist John Stiratt, dobro- en banjospeler Max Johnston en drummer Ken Coomer aan boord komen bij Uncle Tupelo – de legendarische wegbereiders van de alt.country – is het met die band gedaan en is de eerste versie van Wilco een feit. Jeff Tweedy, die gaandeweg een steeds dominanter rol heeft ingenomen, moet zich dan nog ontdoen van zijn kompaan Jay Farrar. Tweedy speelt dan ook de vermoorde onschuld als hij verbaasd is wanneer Farrar zich uit Uncle Tupelo terugtrekt. Jeff Tweedy heeft zijn zin: hij is nu alleen de baas. meer…
Nog even terugkomen op TakeRoot. Phosphorescent had me daar totaal in zijn greep met zijn liedje The Mermaid Parade. Met de ogen dicht beleefde ik zaterdagavond weer de keren dat ik aanwezig was bij die Mermaid Parade in New York. I went out walking / Out by the ocean today / And there were naked women / Dancing in the Mermaid Parade. En zo bracht Phosphorescent me weer bij een verhaal dat ik bijna tien jaar geleden voor Nieuwsblad van het Noorden schreef. Daarmee blaas ik nu Vluchtstrook Amerika maar weer eens wat nieuw leven in.
De bio van Chase Fifty Six rept over alles overwoekerende kudzu-planten, pijnbomen en eeuwig ‘zingende’ elektriciteitskabels waaronder de schuur te vinden is waar de nummers van het debuut Allatoona Rising (Dirtleg Records) voor het eerst werden gespeeld. Georgia Rock noemen ze het zelf. Wat dat inhoudt? Op het fraaie openingsnummer Mary Jane is sprake van het soort altcountry waar Son Volt om bekend staat. Maar vaak gaat het er ook steviger aan toe, zoals op Goodbye Princess, wat meer weg heeft van Whipsaws. Dat zijn mooie meer…