Okee, deze recensie heeft een inleiding nodig. Mijn kennismaking met Joseph Parsons was namelijk geen gelukkige. Ik zag hem voor het eerst op Take Root een aantal jaren geleden. Een verschrikkelijk optreden, mede door toedoen van de gitarist Tom Gillam. Lawaaiig, uitgekauwde macho solo’s, overdreven gedoe. Dat wat ik later hoorde van het cd-werk van Parsons vond ik ook weinig overtuigend. Heel anders lag dat echter bij de vorig jaar verschenen cd van US Rails, een samenwerking tussen Parsons, Ben Arnold, Matt Muir en die vermaledijde meer…
Op de een of andere manier is het toch herkenbaar, die canadiana. Alsof ze daar ten noorden van Amerika vooral bedreven zijn in heel losjes de zaken stijlvol aan te kleden. Grant Davidson is er bijvoorbeeld erg goed in. Zijn tweede cd Dust And Violets (eigen beheer) is dan ook een waardige opvolger van het fraaie Tired Lambs For Ashes. De Canadees past wel tussen het rijtje landgenoten als Jerry Leger, Rodney DeCroo en Ron Sexsmith. Een vleugje melancholie wint het nooit helemaal van de toch opgeruimde indruk die Davidson meer…
Joe Fahey maakt al ruim twintig jaar muziek, maar buiten Minneapolis is dat tamelijk onopgemerkt gebleven. Bushnell’s Turtle (Rough Fish Records) is zijn tweede soloplaat, nadat hij eerder vooral actief was in de band Carp 13. De rootsrock van Fahey kan lekker puntig zijn, zo begint het album met Sunday Painter’s Sunday bijna als iets van Buzzcocks. Ook The Art Of Happiness Blues (Even The Dalai Lama Want To Kick Your Ass) gaat die kant op. Half Full heeft een sixtiessfeertje, maar dan toch vooral op de manier zoals garagerock meer…
Het laatste nummer van Lee Claytons Naked Child – If I Could Do It (So Can You) – vat de drijfveren van de in Alabama geboren en in Tennessee opgegroeide singer-songwriter uitstekend samen en is te beschouwen als zijn stemverklaring, zijn reason to be.
I was twenty-two, married with a nice executive smile
A briefcase and a job I could not stand meer…
John DeLore heeft een bijzonder naturelle stijl. Hij straalt een warmte uit waaraan het goed laven is. Type haardvuur met berenvel. De New Yorkse singer-songwriter voert een band aan die luistert naar de illustere naam The Reverend John DeLore. Little John The Conqueror (eigen beheer) is de opvolger van het sterke debuut uit 2009, en is ook gewoon weer sterk. Er schuilt, zoals reeds gememoreerd, een zekere onnadrukkelijkheid in stem en liedjes van de troubadour, wiens stem voor mijn gevoel zo’n beetje het midden houdt tussen Russ Tolman en meer…
De liedjes van Diana Jones mogen weliswaar wortels hebben in het verleden, de countryfolk op High Atmosphere (Proper/Rough Trade) valt toch vooral op door haar eigentijdse benadering. De live in de studio opgenomen nummers ademen de waarden van vroeger; de inspiratie haalt Jones uit het nu. Het titelnummer schreef ze na een overstroming van de Cumberland River in Nashville, waarbij haar op een heuveltop gelegen oude houten woning hoog genoeg lag om het droog te houden. Het vervulde Jones met een dankbaarheid meer…
Een man die zingt en danst in de regen, dat is het passende beeld dat Theo Sieben oproept in A Roadsong, het eerste liedje op Until Grass (Dying Giraffe Recordings/Munich). Want dat zou je wel willen doen bij deze muziek. De uit het zuiden van Nederland afkomstige Amsterdammer heeft tien jaar gewerkt aan dit album en het resultaat is er naar. Sieben is singer-songwriter, componist van filmmuziek en multi-instrumentalist in dienst van uiteenlopende artiesten als Paulusma en Raggende Manne. Maar ondertussen meer…
Als ze Brian Wright vragen wat voor muziek hij maakt, dan komt hij meestal aanzetten met ‘iets tussen Woody Guthrie en Velvet Underground’. Dat is echter nauwelijks afdoende om een voorstelling te maken van hetgeen House On Fire (Sugar Hill Records/Munich) te bieden heeft. De vanuit Laurel Canyon, Californië, opererende, maar oorspronkelijk uit Waco, Texas, afkomstige artiest werkt aan een oorspronkelijk geluid dat getuigt van ambities. Zeker op dit House On Fire, want hij koos ervoor meer…
Colorado heeft nooit veel te bieden gehad op het gebied van popmuziek. Het succes van Sixteen Horsepower heeft er blijkbaar het een en ander teweeg gebracht, want regelmatig maken we tegenwoordig kennis met interessante artiesten die Denver als uitvalsbasis kiezen. Zo ook deze Jesse Manley, die opgroeide op een ranch ten noorden van Yellowstone National Park in Montana. Devil’s Red (eigen beheer) is zijn zeer geslaagde debuut. Manley heeft een fraaie heldere stem met in het hoog een lichte trilling. Hij schrijft liedjes met meer…
Een 9 gaf de website americana.uk dit Windsor Blue (eigen beheer) van Dan Krikorian. Het plaatje was alhier op de stapel blijven liggen, want de vorige cd van de Californiër was niet veel soeps (zie recensie). Maar goed, dus toch maar luisteren. Helaas, opnieuw gaat die niets-aan-de-hand-stem van Krikorian ongelooflijk irriteren. De vergelijking die recensent Phil Edwards maakt met Josh Ritter slaat helemaal nergens op. Dit mist de sprankelende energie die Ritter uitstraalt ten enenmale. Krikorian denkt een verloren liefde meer…