In Engeland verscheen van de in de jaren negentig naar Londen getrokken Amerikaanse Piney Gir net de nieuwe cd Geronimo. Daarop wordt gestoeid met de jaren zestig van Phil Spector en Beach Boys, terwijl op eerdere cd’s elektronica ook al eens de hoofdmoot was. In Amerika is Jesus Wept (Greyday Records) van The Piney Gir Country Roadshow het eerste album dat er wordt uitgebracht. Daarmee zijn ze een jaartje achter en wij van Altcountry.nl dus ook. Doet niet terzake, want dit is wel erg leuk. Piney Gir en haar band hebben meer…
De uit Santa Cruz, Californië, afkomstige Ant McNaught heeft een heel gezelschap rond zich verzameld, waardoor hij op zijn debuut Apache Lane (eigen beheer) diverse rootsy richtingen op kan. Dat gebeurt zonder dat het een allegaartje wordt. McNaught is bepaald niet de jongste debutant en weet dus wel zo ongeveer wat hij wil. Apache Lane begint met de bekentenis Fool For Love. Het liedje met een prominente rol voor saxofoon is rootsrock met soul en je zou zweren dat het aan de andere kant van het Amerikaanse continent meer…
Lekker droog klinkt Tracks In The Sound (eigen beheer) van Matt Cox. De Amerikaan zingt als een cowboy zonder zakdoek in een stofstorm. Met het stof op de stembanden dus. Het album begint met Let’s Take It Home, een liedje in de stijl van Mark Germino. Three Rounds Down vangt aan als een trage cowboysong, totdat een piano een tempoversnelling brengt. Met het derde nummer July Sun wordt al duidelijk dat dit een bijzonder album is. Het duurt zes minuten en het verhaal over een verbroken relatie zou zo op de plaat meer…
My Last Dollar (eigen beheer) van Matt Cox dateert al van 2009. Blijkbaar had de Amerikaan destijds geen geld meer voor promotie, zodat zijn cd nauwelijks werd opgemerkt. Gelukkig stuurde Cox alsnog een recensie-exemplaar mee met zijn nieuwste album Tracks In The Sound. Dit My Last Dollar is wat kaler. Van de twaalf liedjes doet Cox (zang, gitaar, resonator, banjo, bas, mondharmonica) de helft solo. De eerste drie nummers zijn met volledige band. De cd vangt aan met het titelnummer dat een jonge Steve meer…
Vind je Dawes ook zo goed? Dan kun je Take Up Your Mat & Walk (Rootsy/Sonic Rendezvous) van Deadman blindelings aanschaffen. Deadmans derde cd – de onlangs verschenen live-cd Live At The Saxon Club niet meegerekend – is er een die langs de scheidslijnen van de klassieke countryrock scheert. The Band is daarbij het voornaamste referentiepunt, vanwege de losse swagger, de samenzang en de rollende Hammond. The Jayhawks is de volgende vergelijking, luister maar naar This Old World’s Not Gonna Change, waarna we meer…
Met de opbrengst van All This For Gas Money? (eigen beheer) hoopt Samuel Barker er op uit te kunnen blijven gaan om zijn muziek op podia buiten zijn woonplaats Houston, Texas, te brengen. In 2010 moest hij het hoofd boven water zien te houden bij een gemiddelde opbrengst van 36 dollar per show, terwijl hij daar dan 149 mijl voor had moeten rijden. Als dat geen totale overgave is aan de muze… Samuel Barker is een maatje van de door ons bejubelde Huke Green. Samen met zijn stadgenoot maakte hij enkele cd’s als The Wayword Sons. All This meer…
Van Waterboy Mike Scott weten we dat hij naast muzikant grote fan is van Bob Dylan, Patti Smith en Lou Reed. Dat schreeuwde hij ruim 25 jaar geleden al luid van de daken. Terloops viel te vernemen dat Scott evenzeer een groot bewonderaar was van de Ierse dichter W.B. Yeats (1865-1939). Na een heel muzikantenleven, The Waterboys debuteerden in 1983, komt Scotts grote droom uit; namelijk het op muziek zetten van de gedichten van Yeats. Na vijf jaar schaven, ploeteren en opnemen is er nu het resultaat: An Appointment With Mr. Yeats meer…
Via twitter vernamen wij van Vredenburg dat er in 2012 geen Blue Highways festival georganiseerd gaat worden. Wel laat men ons weten dat in samenwerking met Tivoli Utrecht diverse activiteiten voor de doelgroep georganiseerd gaan worden.
De prairie in het zilveren schijnsel van de maan, het is een vredig beeld. Het hoesje en de titel Moonlit Rambles (eigen beheer) geven heel aardig weer hoe de folk van de Canadees Scott Cook overkomt. Rustig en smaakvol zijn de tien nummers, allemaal eigen composities. De in Edmonton, Alberta, opgegroeide Cook houdt er een hippiefilosofie op na en vindt het interessant om van gedachten te wisselen over vraagstukken als globalisering. In zijn liedjes komt dat tot uiting in de warme menslievende toon. Een halfzachte dus? Dat valt meer…
Rauw en primitief, het zijn absoluut geen redenen om een album af te serveren. De debuterende singer-songwriter George Ellias overdrijft echter nogal op EP (End & Co. Records). De 22 minuten muziek is geluidstechnisch van abominabele kwaliteit. Wellicht is dat de bedoeling geweest, want Ellias raakte tijdens zijn studie geïnspireerd door oude muziek waarmee hij kennismaakte via Bess Lomax Hawes, een zus van musicoloog Alan Lomax. Maar met de lofi-benadering van Ellias heb je nog niet de magie te pakken van die oude meer…