De pas 21-jarige Lydia Loveless zal zich goed thuis voelen bij de Bloodshot-familie waarin ze is opgenomen. Haar cowpunk past namelijk helemaal bij het label dat zichzelf graag etaleert als rebelse country. Want dat wil de kleine dondersteen ook wel zijn. En op Indestructible Machine (Bloodshot/Bertus) is ze het ook werkelijk. Loveless groeide op in Coshocton, Ohio, waar haar vader een café had waar countrybands optraden. De jonge Lydia zag echter meer in punk, totdat een vriendje haar wees op Hank III, de kleinzoon van Hank Williams. Zijn wilde muziek zorgde voor een nieuw inzicht bij Loveless die haar voorkeur voor punk sindsdien weet te combineren met de country waarmee ze opgroeide. My mama said hard livin’ is catching up to me / I’m afraid to look in the mirror cause I know I’m gonna see what she means / Is that really me? / I guess that’s what I get for drinkin’ all that gasoline. De tekst van Do Right verklaart de hoestekening. Indestructible Machine gaat van cowpunk naar klassieke country die teruggrijpt op het werk van iemand als Loretta Lynn. Bijzonder interessant is het gitaarwerk van Todd May op Can’t Change Me. Terecht worden er vergelijking getrokken met Richard Lloyd van Television. Grappig is een nummer met de titel Steve Earle. Het gaat over iemand die zichzelf bij optredens van Loveless altijd als de Steve Earle van Columbus omschreef. Het inspireerde Loveless tot een tekst waarin ze de echte Earle hoopt te ontmoeten.




12/10/2011 Permalink
Heerlijke cd, met recht alt-country!