Dromen over Californië, dat doen velen. Blauwe luchten en gouden bergen. Tommy Rickard zingt op het titelnummer van Dream California (eigen beheer) over een verbroken relatie. Zelfs de zon op zijn rug voelt nu anders aan, zo verkondigt hij. Met dat leed valt het dus wel wat mee. Het liedje eindigt met wat surfy gitaarspel; alsof het Chris Isaak is met liefdesverdriet. Rickard brengt aangename liedjes waarin de zonneschijn het altijd wint. Op Dream California werkt hij samen met onder anderen gitarist Rich McCulley, die zelf ook meer…
Voor zover ik kan nagaan is The Hustler uit 2005 het laatste – schitterend broeierige – album van singer-songwriter Jeff Klein. Dat is (te) lang geleden. Opgewonden raakte ik dan ook toen ik vernam dat Klein nu een band aanvoert: My Jerusalem. De band is een collectief van muzikanten uit bands als The Twilight Singers (Greg Dulli’s band) en gospelkoor The Polyphonic Spree. Het resultaat van deze combine, Gone For Good (One Little Indian/Bertus), valt mij niet mee. Het stuitert alle kanten op, is springerig meer…
The Fling is een tamelijk nietszeggende bandnaam, die wat mij betreft de lading allerminst dekt. De non-descripte bandnaam doet namelijk niet vermoeden welke avontuurlijke muziek erachter schuilgaat. Avontuurlijk, omdat het jonge viertal uit Long Beach, California americana, indiepop, nu.folk en neo-psychedelica door elkaar husselt en van het verkregen mengsel bijzonder fijne uit gestapelde vocalen opgebouwde liedjes brouwt. Daarnaast is de sound van The Fling lekker groezelig en als het ware onttrokken aan de echoput. When The Madhouses Appear meer…
This machine kills hope staat op de gitaar van Shadwick Wilde. Dat is wel even wat anders dan de tekst die Woody Guthrie op zijn gitaar had staan: this machine kills fascists. Dat was een duidelijke boodschap, nu vraag je je toch even af of die woorden gericht zijn tegen Barack Obama. Immers, die baseerde zijn hele verkiezingscampagne op hoop. Maar nee, met Obama heeft het niets te maken. Er spreekt inderdaad weinig hoop uit de liedjes op Unforgivable Things (eigen beheer), maar van racisme, waar je dan toch even voor vreest, is geen meer…
Outside Of Tupelo (Vinyl Record Company) is al de tweede cd dit jaar van Steven L. Smith. Eerder bracht hij als S.L. Smith Band The Journal uit, een krachtig album vol verhalende songs (zie recensie). De onderwerpen op Outside Of Tupelo lopen iets meer volgens bekende stramienen en zijn bovendien wat dikker aangezet. Als dat het gevolg is van opnemen in Nashville, dan moet Smith de volgende keer maar weer gewoon een studio in zijn eigen staat (New York) opzoeken. Daar heeft hij contacten genoeg, mede door zijn bezigheden als meer…
Deze Canadese band draait al een tijdje mee, maar ik had nog niet eerder van ze gehoord. Blij dat ik dat nu wel heb, nu een verzoek om het vierde bandalbum toe te zenden werd gehonoreerd. Cuff The Duke is al professioneel actief vanaf 2002 en levert nu met Way Down Here (Noble Recording Co.) zijn fraaie vierde cd af. De band uit Toronto voert hier een interessante mix ten tonele van old school countryrock – de harmonieën van The Eagles in combinatie met snijdende Neil Young-gitaarsolo’s – en indie alt.country. Zo doet het kwartet denken aan meer…
Onlangs bespraken we hier al het debuut van The Golden Cadillacs uit Sacramento, deze keer aandacht voor The GoldDiggers uit San Francisco. Het titelloze debuut The GoldDiggers (eigen beheer) wordt door de mannen zelf aanbevolen met een omschrijving waarin gerept wordt over de invloed van songwriters uit Texas, de explosieve energie van de Blasters, de Joe Ely Band ten tijde van Musta Notta Gotta Lotta en de honky tonk van Commander Cody. Nou dan heb je mijn aandacht wel getrokken. Ted O’Connell (zang, gitaren, bas) is de meer…
Philippe Custeau en C-Antoine Gosselin hebben de taken duidelijk verdeeld. Custeau schrijft de teksten, Gosselin bouwt daarmee aan de compositie. En ook al is Custeau de man van de teksten, Gosselin is de belangrijkste zanger van Jake and the Leprechauns. At Midnight, The Birdsong (Landlocked Records) is de derde cd van de band uit de Canadese provincie Quebec. Custeau (elektrische gitaar, pedal steel en ander lawaai) en Gosselin (gitaren, mandoline, ukulele, piano, orgel, banjo, vibrafoon, meer…
Allereerst iets over het fraaie artwork van de in een digipack gestoken cd Rudymentary (eigen beheer/Sonic Rendezvous) van Rudy & his Fascinators. Daarin zijn stijlkenmerken te herkennen van de hoezen op het fameuze jazzlabel Blue Note. De zwart-wit foto en het gebruik van slechts enkele kleuren, zo had ontwerper Reid Miles het ook kunnen doen. Een vergelijkbare stijl werd in de jaren tachtig gehanteerd door het Engelse platenlabel Charly, dat vooral veel oude rhythm and blues meer…
Altijd maar weer ben ik diep geraakt door de producties van T-Bone Burnett: Burnetts eigen titelloze plaat uit 1986; het debuut van Peter Case; Joe Henry’s Shuffletown; Elvis Costello’s King Of America; Gillian Welch’ Revival; of Jakob Dylans Women + Country, to name a few. Heden voeg ik daaraan toe No Better Than This, het onvoorstelbaar verrassende nieuwe album van volbloeddemocraat en americanaveteraan John Mellencamp. Nooit had ik verwacht dat John ‘Cougar’ Mellencamp nog eens met een relevante plaat op de proppen zou komen. Welnu, meer…