<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>ALTCOUNTRY.NL &#187; VERGETEN KLASSIEKER</title>
	<atom:link href="http://www.altcountry.nl/blog/category/vergeten-klassieker/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.altcountry.nl/blog</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Sun, 05 Sep 2010 22:36:16 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.4</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>The Tragically Hip &#124; Up To Here</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/08/the-tragically-hip-up-to-here/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/08/the-tragically-hip-up-to-here/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 29 Aug 2010 00:01:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=2490</guid>
		<description><![CDATA[Het zijn jeugdvrienden uit Kingston, Canada, die na high school en high schoolbands in 1983 The Tragically Hip – de naam ontleend aan een Michael Nesmith-video – oprichten: zanger Gordon Downie, gitarist Bobby Baker, bassist Gord Sinclair, drummer Johnny Fay en een Noord-Amerikaanse saxofonist die al snel het veld ruimt voor ritmegitarist Paul Langlois. Zat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-2491" title="T Hip" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/08/T-Hip.jpg" alt="T Hip" width="125" height="125" />Het zijn jeugdvrienden uit Kingston, Canada, die na high school en high schoolbands in 1983 The Tragically Hip – de naam ontleend aan een Michael Nesmith-video – oprichten: zanger Gordon Downie, gitarist Bobby Baker, bassist Gord Sinclair, drummer Johnny Fay en een Noord-Amerikaanse saxofonist die al snel het veld ruimt voor ritmegitarist Paul Langlois. Zat van de zielloze nep-rock-&#8217;n-roll van Noord-Amerikaanse bands die optreden in de dranklokalen in hun woonplaats Kingston, gaat The Hip zijn eigen rock-&#8217;n-roll spelen. Aanvankelijk komen ze alleen <span id="more-2490"></span>aan de bak als coverband – met als voordeel dat ze leren spelen en leren het publiek te bespelen – maar gaandeweg ontwikkelt The Tragicaly Hip een eigen repertoire op basis van klassieke bands uit de jaren zeventig zoals The Rolling Stones, Creedence Clearwater Revival, Little Feat en ja, Golden Earring. Ze worden tijdens een optreden in Toronto ontdekt door de labelbaas van MCA Records en brengen in 1987 een mini-cd uit. Voor het volwaardige debuut reist de band zuidwaarts naar Memphis, Tennessee en neemt onder leiding van Don Smith in de legendarische Ardent Studios het debuutalbum Up To Here op. The Tragically Hip betonen zich wars van intellectualisme, bezitten een aards arbeidsethos van drinken en spelen – en dat levert een dampende en stampende rock-&#8217;n-rollplaat op. Het is pretentieloze rock-&#8217;n-roll; maar fantastische pretentieloze rock-&#8217;n-roll. Downie beschikt over een ruig stemgeluid en kwaakt zijn moeilijk te doorgronden teksten in de microfoon, al passeren onderwerpen als fellatio, ontsnapte gevangenen, geladen wapens en het apocalyptische beeld van een zinkende stad de revue. Dat laatste geeft blijkt van een helderziende blik: &#8216;New Orleans Is Sinking&#8217;, een zompige rootsrocksong, evenals &#8216;Blow At High Dough&#8217; en &#8216;When The Weight Comes Down&#8217;. &#8216;Another Midnight&#8217; kent een broeierige, southern R.E.M.-sfeer, &#8216;Opiated&#8217; is een onheilszwangere rocksong met rammelende gitaarsolo van Baker, &#8216;She Didn&#8217;t Know&#8217; wordt voortgejaagd door stuwende en solerende elektrische gitaren en &#8216;38 Years Old&#8217; is een met slidegitaar doortrokken menselijk drama. De Canadezen laten zich op Up To Here gelden als in de Mississippi-delta gewortelde rock-&#8217;n-rollers – en in deze gedaante maken ze zonder meer indruk. Dat blijkt ook uit de verkoopcijfers in thuisland Canada: drievoudig platina. Vervolgplaten als Road Apples en Fully Completely verstevigen deze reputatie; ook in de Verenigde Staten en ook in Nederland, waar The Tragically Hip kan rekenen op volle zalen. Dat blijkt wel uit &#8216;At The Hundreth Meridian&#8217; van Fully Completely: populair van Buffalo tot Hengelo.</p>
<p><em>Blow At Heigh Dough / I&#8217;ll Believe In You (Or I&#8217;ll Be leaving Tonight) / New Orleans Is Sinking / 38 Years Old / She Didn&#8217;t Know / Boots Or Hearts / Everytime You Go / When The Weight Comes Down / Trickle Down / Another Midnight / Opiated</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/08/the-tragically-hip-up-to-here/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Larry Jon Wilson &#124; New Beginnings</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/08/larry-jon-wilson-new-beginnings/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/08/larry-jon-wilson-new-beginnings/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Aug 2010 20:54:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=2401</guid>
		<description><![CDATA[Larry Jon Wilson is dood. Hij overleed op 21 juni 2010 in Augusta, Georgia aan een hartaanval. Wilson werd 69 jaar. Het bekendst is hij geworden door zijn verschijning in de film Heartworn Highways, waarin hij &#8216;Ohopee River Bottomland&#8217; vertolkt. In 1975, in hetzelfde jaar van Heartworn Highways, debuteert de 34-jarige chemicus met New Beginnings, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-2402" title="Larry jon" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/08/Larry-jon.jpg" alt="Larry jon" width="125" height="125" />Larry Jon Wilson is dood. Hij overleed op 21 juni 2010 in Augusta, Georgia aan een hartaanval. Wilson werd 69 jaar. Het bekendst is hij geworden door zijn verschijning in de film Heartworn Highways, waarin hij &#8216;Ohopee River Bottomland&#8217; vertolkt. In 1975, in hetzelfde jaar van Heartworn Highways, debuteert de 34-jarige chemicus met New Beginnings, een prachtige verzameling liedjes die de liefde bezingt van zijn geboortegrond in zuidoost Georgia. Met een indrukwekkende bariton zingt Wilson over zijn mensen, die daar leven, <em>makin&#8217;</em> <em>love</em> <span id="more-2401"></span><em>and</em> <em>war</em> <em>and</em> <em>babies</em> <em>and</em> <em>liquor for eighty-five, ninety</em> <em>years</em>. Met een uitgelezen band, met daarin Johnny Cash-begeleiders als gitarist Reggie Young en pedal steel-speler Lloyd Green, zet Wilson in funky songs zijn eigen karakteristieke mix van swampblues en countrysoul neer. Tussen de groovende, lui funkende songs bevinden zich verstilde parels als &#8216;Through The Eyes Of Little Children&#8217;, &#8216;New Beginnings (Russian River Rainbow)&#8217; en &#8216;Lay Me Down Again&#8217;, opgeluisterd door de arrangementen van de geniale Bergen White. New Beginnings refereert aan de overstap die Wilson als dertigplusser maakt van van wetenschapper naar singer-songwriter, waarna hij zijn geluk in Nashville beproeft. Maar na vier albums en het uitblijven van succes, keert Wilson in 1980 gedesillusioneerd de muziekindustrie de rug toe. Een verrassing is dan ook dat er in 2007 zomaar een nieuw Larry Jon Wilson-album verschijnt. Het zal zijn laatste blijken te zijn.</p>
<p><em>Ohoopee River Bottomland / Through The Eyes Of Little Children / New Beginnings (Russian River Rainbow) / The Truth Ain&#8217;t In You / Canoochee Revisited (Jesus Man) / Broomstraw Philosophers And Scuppernong Wine / Lay Me Down Again / Melt Not My Igloo / Things Ain&#8217;t What They Used To Be (And Probably Never Was)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/08/larry-jon-wilson-new-beginnings/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nick Cave and The Bad Seeds &#124; Kicking Against The Pricks</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/07/nick-cave-and-the-bad-seeds-kicking-against-the-pricks/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/07/nick-cave-and-the-bad-seeds-kicking-against-the-pricks/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 21:37:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=2283</guid>
		<description><![CDATA[Met de opkomst van The Birthday Party staat een van de grootste muzikale talenten op van de jaren tachtig: Nick Cave. In de eind jaren zeventig voert hij in Melbourne, Australië The Boys Next Door aan, die na een naamswijziging in The Birthday Party in 1980 naar Engeland emigreren. Aldaar maakt de sinistere muzikantenbrigade naam [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-2284" title="Cave" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/07/Cave.jpg" alt="Cave" width="125" height="125" />Met de opkomst van The Birthday Party staat een van de grootste muzikale talenten op van de jaren tachtig: Nick Cave. In de eind jaren zeventig voert hij in Melbourne, Australië The Boys Next Door aan, die na een naamswijziging in The Birthday Party in 1980 naar Engeland emigreren. Aldaar maakt de sinistere muzikantenbrigade naam met shockerende live-optredens, die worden gekenmerkt door een cocktail van dierlijke agressie, morbide duiveluitbannerij, Stooges-punk en Beefheart-gekte. Ditzelfde geldt voor de welhaast muzikale gewelddadigheid <span id="more-2283"></span>op de albums Prayers On Fire en Junkyard, waarna The Birthday Party na nog twee finale ep&#8217;s is opgebrand en de maniakale voorganger Cave verhuist naar West-Berlijn. Daar legt Nick Cave het aan met de radicale punkers van Einstürzende Neubauten en richt daar zijn naar een roman van William March vernoemde begeleidingsband op: The Bad Seeds. En met The Bad Seeds en de albums From Her To Eternity en The Firstborn Is Dead verlegt Cave zijn grenzen van meedogenloze noiserock naar het Amerikaanse erfgoed van John Lee Hooker, Elvis Presley, Leonard Cohen en Bob Dylan. Bijbelse mythes, de literatuur van het zondige Amerikaanse zuiden en het zwakke vlees zijn de pijlers waarop Cave, gitarist Blixa Bargeld (Einstürzende Neubauten), gitarist-pianist Mick Harvey (Birthday Party), bassist Barry Adamson (Magazine) en drummer Thomas Wydler (Die Haut) steunen. En meer en meer dringt Nick Cave&#8217;s sterk geromantiseerde fascinatie voor country &amp; western door in de muziek van The Bad Seeds. Dat blijkt wel uit zijn volgende project: een plaat vol covers, uitgekozen door Cave omdat hij ze simpelweg mooi vindt. De opnamen beginnen eind &#8216;85 in de AAV Studios in Melbourne, maar slechts met de ritmetandem Adamson/Wydler, waaroverheen Blixa Bargeld in een later stadium zijn onconventionele, maar sobere gitaar-sausje giet. Na het vertrek van de Europeanen zijn het gitarist Hugo Race en de Birthday Party-leden Mick Harvey, bassist Tracy Pew en gitarist Roland S. Howard die hand- en spandiensten verrichten voor Cave, die voor zijn doen zo mooi mogelijk zingt, ja zelfs croont. Dan gaan de basistapes mee naar naar Berlijn, waar in de Hansa Tonstudios The Bad Seeds en de strijkers van het Berliner Kaffeehausmusik Ensemble de opnamen van Cave&#8217;s derde solo-album afronden. Eind juli &#8216;85 komt de plaat uit onder de bijbelse titel Kicking Against The Pricks – een titel ontleend aan Handelingen 26:14 – en daarop twaalf voornamelijk goed, en een enkele keer obligaat gekozen covers. Voor de hand liggend zijn het van Jimi Hendrix bekende &#8216;Hey Joe&#8217;, de van Johnny Cash en The Band bekende Lefty Frizzell-compositie &#8216;Long Black Veil&#8217; en de versie van de Velvet Underground-klassieker &#8216;All Tomorrows Parties&#8217;. Interessanter wordt het met de rauwe met punk ingespoten countryblues &#8216;I&#8217;m Gonna Kill That Woman&#8217; (John Lee Hooker), de gospeltradional &#8216;Jesus Met The Woman At The Well&#8217; (The Alabama Singers), het folkliedje &#8216;The Carnival is Over&#8217; van Cave&#8217;s landgenoten The Seekers en een mooie ingehouden versie van Johnny Cash&#8217; &#8216;The Singer (a.k.a. The Folksinger)&#8217;. Schitterend is de flood-song &#8216;Muddy Water&#8217; van de Texaanse Free-toetsenist John &#8216;Rabbit&#8217; Bundrick, meeslepend &#8216;The Hammer Song&#8217; van de Schotse dronkenman Alex Harvey en relatief bombastisch het van Gen Pitney bekende &#8216;Something Gotten Hold Of My Heart&#8217;, overigens heerlijk schmierend door Cave gezongen. Ronduit subliem zijn Cave&#8217;s interpretaties van de Jimmie Webb-original &#8216;By The Time I Get To Phoenix&#8217;, tot hit gezongen door Glen Campbell en hier onderkoeld neergezet, en de Mickey Newbury-compositie &#8216;Sleeping Annaleah&#8217;, die Nick Cave alleen maar kent in een uitvoering van Mr. Sexy, Tom Jones, en aldus hevig croonend en galmend vertolkt. Al met al is Kicking Against The Pricks een bijzonder liefdevol eerbetoon aan de klassiekers van de populaire muziek. Het laat Nick Cave zien van zijn zachte, romantische kant, waarmee het prachtige liedjesboek van andermans werk een nieuwe fase inluidt in het onvoorstelbare rijke oeuvre van Nicholas Edward Cave.</p>
<p><em>Muddy Water / I&#8217;m Gonna Kill That Woman / Sleeping Annaleah / Long Black Veil / Hey Joe / The Singer / All Tomorrows Parties / By The Time I Get To Phoenix / The Hammer Song / Something&#8217;s Gotten Hold Of My Heart / Jesus Met The Woman At The Well / The Carnival Is Over</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/07/nick-cave-and-the-bad-seeds-kicking-against-the-pricks/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Buddy Miller &#124; Poison Love</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/07/buddy-miller-poison-love/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/07/buddy-miller-poison-love/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 06 Jul 2010 09:36:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=2204</guid>
		<description><![CDATA[Singer-songwriters als John Hiatt en Steve Earle steken niet onder stoelen of banken dat ze de platen van Buddy Miller fantastisch vinden. En ook de grande dame van de country, Emmylou Harris, heeft Miller hoog zitten, want regelmatig is hij gitarist in Harris&#8217; begeleidingsband. Wonderlijk genoeg is Buddy Miller al een stuk in de veertig [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-2205" title="buddy" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/07/buddy.jpg" alt="buddy" width="125" height="125" />Singer-songwriters als John Hiatt en Steve Earle steken niet onder stoelen of banken dat ze de platen van Buddy Miller fantastisch vinden. En ook de grande dame van de country, Emmylou Harris, heeft Miller hoog zitten, want regelmatig is hij gitarist in Harris&#8217; begeleidingsband. Wonderlijk genoeg is Buddy Miller al een stuk in de veertig als hij in 1995 debuteert met Your Love And Other Lies. Vanaf die plaat is Miller een ware country-cultheld. Miller wordt geboren in Ohio, groeit op in New Jersey, vestigt zich in Manhattan en trekt in de jaren zeventig door het land <span id="more-2204"></span>met zijn country- en bluegrassband Partners In Crime. In Austin, Texas ontmoet hij de vrome countryzangeres Julie Griffin, met wie hij trouwt en een onafscheidelijk duo vormt. Vanaf eind jaren tachtig brengt Julie Miller religieus getinte platen uit, terwijl echtgenoot Buddy jarenlang geduld oefent – en met Jim Lauderdale optreedt. Eenmaal woonachtig in Nashville, Tennessee richt het echtpaar in hun achterkamer een studio in – Dogtown – en neemt Buddy zijn en Julie&#8217;s songs op, met Your Love And Other Lies als resultaat. Twee jaar later, in 1997, ontvangt Miller in zijn Dogtown-studio wederom vele muzikale vrienden die hem begeleiden op wat zijn tweede album zal worden: Poison Love. In het titelnummer, een aanstekelijke uitvoering van mrs. Elmer Lairds countryclassic, is het Steve Earle die de harmoniezang doet, terwijl topmuzikanten als drummer Blady Blade, bassist Daryl Johnson, gitarist Gurf Morlix en pedal steelspeler Al Perkins Miller begeleiden op countryslijpers &#8216;Baby Don&#8217;t Let Me Down&#8217; en &#8216;Lonesome For You&#8217; en de bluegrass van &#8216;Love In The Ruins&#8217;. Natuurlijk duetteert Buddy met zijn Julie – op het smachtende &#8216;Draggin The River&#8217; en op de aanklacht tegen het gebruik van landmijnen, het fantastische &#8216;100 Million Little Bombs&#8217; – maar op dit terrein gaat Buddy ook vreemd met niemand minder dan Emmylou Harris. Gezamenlijk stuwen ze &#8216;Don&#8217;t Tell Me&#8217; en een superieure cover van Otis Reddings &#8216;That&#8217;s How Strong My Love Is&#8217; naar grote hoogten: naar countrysoul-heaven. En zo is Poison Love een ronduit grandioos album dat soul en blues perfect laat samensmelten met eigentijdse country. Niet voor niets wordt de laatbloeier Buddy Miller gezien als een van de grote vernieuwers van een ouderwets genre als country.</p>
<p><em>Nothing Can Stop Me / 100 Million Little Bombs / Don&#8217;t Tell Me / Poison Love / Baby Don&#8217;t Let Me Down / Love Grows Wild / Love In The Ruins / Draggin The River / Help Wanted / That&#8217;s How Strong My Love Is / Lonesome For You / I Can&#8217;t Help It / Love Snuck Up</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/07/buddy-miller-poison-love/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Steve Miller Band &#124; Sailor</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/06/steve-miller-band-sailor/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/06/steve-miller-band-sailor/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Jun 2010 17:50:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=2109</guid>
		<description><![CDATA[Het moment dat Capitol bereid is te investeren in het product Steve Miller worden zijn singles en albums millionsellers. Dat begint in 1973 met de single ‘The Joker’, een nummer 1-hit in de VS, gevolgd door het zeer succesvolle gelijknamige album. Miller vindt zichzelf opnieuw uit en wordt de clevere hitschrijver van gepolijste singles die [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-2110" title="Steve Miller" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/06/Steve-Miller.jpg" alt="Steve Miller" width="125" height="125" />Het moment dat Capitol bereid is te investeren in het product Steve Miller worden zijn singles en albums millionsellers. Dat begint in 1973 met de single ‘The Joker’, een nummer 1-hit in de VS, gevolgd door het zeer succesvolle gelijknamige album. Miller vindt zichzelf opnieuw uit en wordt de clevere hitschrijver van gepolijste singles die miljoenen verkopen, evenals de albums waarvan ze worden gelicht: Fly Like An Eagle (vijf miljoen exemplaren) en Book Of Dreams (vier miljoen exemplaren. Maar de Steve Miller van vóór zijn evident commerciële periode<span id="more-2109"></span> is een andere Miller. Steve Miller, geboren in Milwaukee, Wisconsin, groeit op in Texas en leert daar via legendes T-Bone Walker en Les Paul gitaar spelen. Als bluesgitarist trekt Miller naar Chicago, maar als er rond 1966 spannende dingen gebeuren in San Francisco wil Miller daarvan een graantje meepikken. Zijn Steve Miller Band blijkt zich te kunnen meten met de grote bands van de San Francisco-scene, treedt op op het Monterey Festival en sleept een langdurig contract met Capitol in de wacht. Met de blues als basis voegt Miller aan het bandgeluid rock en psychedelica toe, waardoor The Steve Miller Band over een avontuurlijke, opwindende en vernieuwende sound beschikt. Het debuut Childen Of The Future wordt in Londen opgenomen met Glyn Johns als producer, hetgeen ook gepland is voor de opvolger, maar de complete band wordt door de Britse autoriteiten het land uitgezet – Glyn Johns volgt in hun spoor. Met hem neemt The Steve Miller Band in San Francisco Sailor op, een plaat die net als het debuut in 1968 verschijnt. De bezetting van The Steve Miller Band is dan Boz Scaggs (gitaar), Tim Davis (drums), Lonnie Turner (bas) en Jim Peterson (orgel). De laatste is samen met Miller verantwoordelijk voor het atmosferische bandgeluid dat aldus gedomineerd wordt door orgel en elektrische gitaar. Maar als eerste wordt de aandacht op Sailor getrokken door de misthoorns en scheepstoeters in de baai van San Francisco die de fascinerende instrumentale opener ‘Song For Our Ancestors’ een vervreemdend effect geven. Dit wordt gevolgd door de verstilde, smartelijke ballad ‘Dear Mary’ – Steve Miller in optima forma – een kunstje dat hij herhaalt met het geestverruimende, zwevende ‘Quicksilver Girl’. ‘Gangster Of Love’ en You’re So Fine’ zijn twee in elkaar overlopende covers van bluessongs van respectievelijk Johnny Guitar Watson en Jimmy Reed, terwijl het door Jim Peterman geschreven en gezongen ‘Lucky Man’ doet denken aan pastorale soul van Traffic. De meest swingende, groovy tracks zijn ‘Dime-A-Dance Romance’ en ‘Living In The U.S.A’, die het royaal moeten afleggen tegen de pure acidrock van het bezwerende, zuigende en fantastische ‘My Friend’ – een klassieker van de San Francisco-sound. In totaal maakt The Steve Miller Band in de periode 1968-1970 een stuk of vijf uitstekende lp’s, die door Capitol niet gepromoot worden en dus matig verkopen. ‘The Joker’ verandert dit radicaal en maakt van Steve Miller een multimiljonair. Zoals gezegd, Sailor is die andere – avontuurlijke, vernieuwende, psychedelische – Steve Miller.</p>
<p><em>Song For Our Ancesters / Dear Mary / My Friend / Living In The U.S.A. / Quicksilver Girl / Lucky Man / Gangster Of Love / You’re So Fine / Dime-A-Dance Romance</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/06/steve-miller-band-sailor/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dolly Varden &#124; The Dumbest Magnets</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/06/dolly-varden-the-dumbest-magnets/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/06/dolly-varden-the-dumbest-magnets/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Jun 2010 08:03:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=2015</guid>
		<description><![CDATA[Het is niet verwonderlijk dat de harmonieuze schoonheid van Dolly Varden afdruipt. De kern van de alt.countryband bestaat namelijk uit het echtpaar Diane Christiansen en Steve Dawson. De twee ontmoeten elkaar in Stump The Host, een cowpunkband uit Chicago, Illinois. In 1993 formeren Christiansen en Dawson – zangers en liedjesschrijvers – met Mark Baletto (elektrische [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-2016" title="dolly" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/06/dolly.jpg" alt="dolly" width="125" height="125" />Het is niet verwonderlijk dat de harmonieuze schoonheid van Dolly Varden afdruipt. De kern van de alt.countryband bestaat namelijk uit het echtpaar Diane Christiansen en Steve Dawson. De twee ontmoeten elkaar in Stump The Host, een cowpunkband uit Chicago, Illinois. In 1993 formeren Christiansen en Dawson – zangers en liedjesschrijvers – met Mark Baletto (elektrische gitaar), Mike Bradburn (bas) en Matt Thobe (drums) een band die ze noemen naar een bijzondere forelsoort: Dolly Varden. De band opereert vanuit de thuisstudio van Diane Christiansen en <span id="more-2015"></span>brengt hun debuutalbum uit op het eigen Mid-Fi-label. De volgende weer in de eigen studio opgenomen plaat verschijnt op het indielabel Evil Teen Records. Dolly Varden is inmiddels enigszins bekender dan in Chicago, reden waarom de band in april 1999 voor hun derde cd afreist naar Nashville, Tennessee, naar de studio van Brad Jones. Hij zorgt op The Dumbest Magnets voor een warme, rustieke sound; een sound waarin de hartverwarmende samenzang van het liefdeskoppel uitstekend gedijt. Dit geldt evenzeer voor het overwegend ingetogen, maar bijzonder fraaie gitaarspel van Balleto. Christiansen en Dawson schrijven bovendien schitterende liedjes die zowel herinneren aan de countryharmoniëen van Parsons/Harris als aan de folksongs van Richard en Linda Thompson. Sfeervol en broeierig trekken de meesterlijke songs in een landelijk tempo voorbij; meeslepend en hartveroverend zijn dan ook fenomenale countryrockliedjes als &#8216;Apple Doll&#8217;, &#8216;Simple Pleasures&#8217;, het met gitaarsolo en strijkers verzwaarde &#8216;Some Sequined Angel&#8217; en de superieure tranentrekker &#8216;Too Good To Believe&#8217;. The Dumbest Magnets is in 2000 een van de prachtigste albums van de dan bloeiende alt.country-scene. Getuige de opvolgers lijkt het er niet op dat Dolly Varden dit bescheiden meesterwerk nog zal overtreffen, al zijn de schitterende solo-albums van Steve Dawson – Sweet Is The Anchor (2006) en I Will Miss The trumpets And The Drums (2010) – dappere pogingen daartoe.</p>
<p><em>Apple Doll / The Thing You Love Is Killing You / The Dumbest Magnets / Second Change / Progress Note / I Come To You / Balcony / Be A Part / Along For The Ride / Too Good To Believe / Some Sequined Angel / Simple Pleasure</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/06/dolly-varden-the-dumbest-magnets/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sparklehorse &#124; Vivadixiesubmarinetransmissionplot</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/05/sparklehorse-vivadixiesubmarinetransmissionplot/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/05/sparklehorse-vivadixiesubmarinetransmissionplot/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 11 May 2010 22:35:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=1932</guid>
		<description><![CDATA[In 1988 verschijnt het eerste muzikale levensteken van Mark Linkous. Hij duikt dan als zanger/gitarist en songschrijver op in Dancing Hoods, een rockband van het derde garnituur die vanuit Los Angeles de debuut-lp Hallelujah Anyway op de wereld loslaat. Gemodelleerd naar jaren tachtig gitaarrockbands als The Replacements en The Long Ryders maken de Dancing Hoods [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-1933" title="sparklehorse" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/05/sparklehorse.jpg" alt="sparklehorse" width="125" height="125" />In 1988 verschijnt het eerste muzikale levensteken van Mark Linkous. Hij duikt dan als zanger/gitarist en songschrijver op in Dancing Hoods, een rockband van het derde garnituur die vanuit Los Angeles de debuut-lp Hallelujah Anyway op de wereld loslaat. Gemodelleerd naar jaren tachtig gitaarrockbands als The Replacements en The Long Ryders maken de Dancing Hoods onopvallende gitaarrock en kunnen zelfs nauwelijks concurreren met tweede-divisiebands als The Del Fuegos, The BoDeans en Maria McKee’s <span id="more-1932"></span>Lone Justice. Dancing Hoods heeft heel weinig voor zich spreken en is dan ook gedoemd te mislukken. Van deze Dancing Hoods naar Sparklehorse is – nog los van de grote tijdsspanne die ertussen zit – een heel grote stap.</p>
<p>Na dit Californische debacle keert Mark Linkous terug naar het platteland van Virginia en sluit zich op in zijn gekochte boerderij in Remo Bluffs. Hij verdient de kost met het verven van huizen en het vegen van schoorstenen, en houdt zich verder bezig met het opknappen van oude motoren en het spelen van eeuwenoude folksongs. Gedurende de weekenden krijgen Linkous en zijn vrouw Teresa bezoek van bevriende New-Yorkse muzikanten die in bands als Cracker en House Of Freaks spelen. Vanuit dit zelfgekozen isolement ontstaan de ruwe versies van de talloze liedjes die Linkous componeert in het gezelschap van zijn vrouw, zijn honden en zijn paarden. Nadat een demo op de burelen van Capitol Records is terechtgekomen, krijgt Linkous van het enthousiaste label de gelegenheid om zijn thuisgemaakte demo’s vast te leggen in de Sound of Music-studio in Richmond, Virginia. Met zijn muzikale vrienden – en met de studio als instrument – neemt Mark Linkous een bonte verzameling folk-, pop-, en countryliedjes op die het midden houdt tussen het werk van Neil Young, Alex Chilton en de naïeve doe-het-zelf-pop van de Britse Swell Maps. In een uiterst sfeervol geluidsdecor, voorzien van onorthodoxe, krassende en knarsende bijgeluiden, zet Linkous – die inmiddels de bandnaam Sparklehorse geadopteerd heeft – prachtige liedjes neer die gedragen worden door midtempo gitaarpartijen en Linkous’ aarzelende en soms benauwd klinkende stem. Het maakt het merendeel van de overigens schitterende ballads uiterst intiem van aard en geeft de songs bij beluistering een bijna voyeuristisch karakter. Zoals bijvoorbeeld het claustrofobische ‘Spirit Ditch’ waarin een fluisterende Linkous wakker wordt in een uitgebrande kelderverdieping, en dat bij wijze van solo voorzien is van een bericht van Linkous’ moeder op zijn antwoordapparaat. Het zijn trieste, maar tegelijk prachtige liedjes en dat beseft ook Linkous, getuige het liedje met de toepasselijke titel ‘Sad &amp; Beautiful World’. Tekstueel is Linkous beïnvloed door grote romanschrijvers als Cormac McCarthy en Charles Bukowski, en dus spelen de liedjes zich af tegen een decor van ingestorte schuurtjes op verder verwaarloosde erven en roestige autowrakken in greppels. Het is het terrein van de onderbuik van de samenleving; het geïsoleerde platteland van het vergeten Amerika.</p>
<p>De dromerige en psychedelische liedjes op <em>Vivadixiesubmarinetransmissionplot</em> worden perfect afgewisseld met luidere songs waarin elektrische gitaren domineren, zoals ‘Rainmaker’ en de schitterende rocker ‘Someday I Will Treat You Good’, maar het liedje blijft altijd overheersen. Deze perfecte wisselwerking tussen de jaren negentig rocksongs en de door country en bluegrass beïnvloede fieldsongs maakt Vivadixiesubmarinetransmissionplot tot een zeer bijzondere singer-songwritersplaat. Zo bijzonder dat het debuut van Sparklehorse zonder aarzeling beschouwd mag worden als een moderne klassieker.</p>
<p><em>Vivadixiesubmarinetransmissionplot</em> wordt bij de release in 1995 wereldwijd welwillend ontvangen. En het lijkt dan ook dat het muzikale succes Mark Linkous eindelijk toelacht. Maar in januari 1996 slaat het noodlot toe na een optreden in London. Door overmatig gebruik van valium en anti-depressiva raakt hij na een val in de badkuip van zijn hotelkamer veertien uur buiten bewustzijn. Gedurende deze tijd raken zijn benen bekneld onder zijn lichaam en wordt de bloedcirculatie volledig afgesloten. Dan krijgt Linkous later in het ziekenhuis een hartstilstand en overlijdt hij bijna. Electroshocks redden zijn leven. Mark Linkous moet maandenlang revalideren en zal wanneer hij de muzikale draad weer oppakt zijn live-optredens voorlopig moeten doen vanuit een rolstoel. Gelukkig blijft hij de daaropvolgende jaren uitstekende platen maken, getuige <em>Good</em> <em>Morning</em> <em>Spider</em> (1998) en <em>It’s</em> <em>A</em> <em>Wonderful</em> <em>Life</em> (2001), maar zijn productie wordt allengs minder en de depressies nemen stormenderhand toe. Uiteindelijk wordt het hem teveel, waardoor hij naar het ergste middel moet grijpen. Mark Linkous is 47 jaar als hij op 6 maart 2010 met een geweerschot door het hart een einde aan zijn leven maakt.</p>
<p><em>Homecoming Queen / Weird Sisters / 850 Double Pomper Holley / Rainmaker / Spirit Ditch / Tears On Fresh Fruit / Saturday / Cow / Little Bastard Choo Choo / Hammering The Cramps / Most Beautiful Widow In Town / Heart Of Darkness / Ballad Of A Cold Lost Marble / Someday I Will Treat You Good / Sad &amp; Beautiful World / Gasoline Horseys</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/05/sparklehorse-vivadixiesubmarinetransmissionplot/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Terry Lee Hale &#124; Oh What A World</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/04/terry-lee-hale-oh-what-a-world/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/04/terry-lee-hale-oh-what-a-world/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Apr 2010 22:31:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=1742</guid>
		<description><![CDATA[Terry Lee Hale’s debuutplaat verschijnt in 1993 op nota bene een Duits platenlabel. Hale is dan 40 en heeft er al een heel muzikantenleven opzitten. Een muzikantenleven dat gekenmerkt wordt door rusteloosheid, de nodige ontberingen en een leven on the road. Terry Lee Hale wordt in 1953 geboren in San Antonio en heeft als hij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-1744" title="terry" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/04/terry1.bmp" alt="terry" />Terry Lee Hale’s debuutplaat verschijnt in 1993 op nota bene een Duits platenlabel. Hale is dan 40 en heeft er al een heel muzikantenleven opzitten. Een muzikantenleven dat gekenmerkt wordt door rusteloosheid, de nodige ontberingen en een leven on the road. Terry Lee Hale wordt in 1953 geboren in San Antonio en heeft als hij de high-school verlaat 10 woonplaatsen gehad en evenzovele scholen. Rond 1970 reist Hale af naar San Francisco in een poging aldaar een muzikantenbestaan op te bouwen, <span id="more-1742"></span>maar al snel blijkt dat de urbane hectiek hem te veel is en dus reist hij af naar het landelijke Maine. Via een bejaarde songwriter maakt Terry Lee Hale kennis met de folk van Bob Dylan en Woody Guthrie, en de blues van Lightnin’ Hopkins en Reverend Gary Davis. Het heeft tot gevolg dat Hale zijn toekomst ziet als singer-songwriter, met zijn akoestische gitaar als beste vriend en zijn cowboyhoed als goede tweede. Toch dwingt Hale’s wankelmoedigheid hem terug naar de Westkust waar hij plaatsneemt in een country&amp;western-band. Na een jaar alweer vertrekt Hale naar het oosten, settelt in Chicago en werkt als barkeeper in een concertzaal. Daar ontmoet hij zijn toekomstige vrouw, een countryzangers uit Michigan. Samen met haar en haar kinderen trekken ze langs de bluesbars in de Midwest en treden op als country-duo voor $100 per avond. Overdag werkt Hale als timmerman om zijn gezin – uitgebreid met dochter Liza Lee – van onderhoud te voorzien. Maar ook dit houdt de drifter die Terry Lee Hale is niet eeuwig vol; in 1981 vertrekt hij met gitaar en de 4-jarige Liza Lee naar Mexico. Emplooi als entertainer in toeristenhotels vindt Hale niet, wel als kok. Hij krijgt hierdoor wel de gelegenheid de talloze mariachi-orkestjes te observeren, een invloed die onderdeel uit zal maken van Hale’s veelzijdigheid. Zijn drang naar een bestaan als singer-songwriter drijft hem dan terug naar Californië.</p>
<p>Via Los Angeles belandt Terry Lee Hale in januari 1984 in Seattle, 30 jaar oud, een dochter van zeven, een gitaar en een handvol goeie songs. Naast het werken als barman en als kleinschalig boekingsagent richt Hale het garagerock-trio The Ones op. Hale leert in Seattle veel muzikanten uit de scene kennen en als hij weer teruggekeerd is naar het vertrouwde formaat van de eenmansband treedt hij op als voorprogramma van bands als Soundgarden, Screaming Trees en The Walkabouts. Hierdoor raakt Hale bevriend met Walkabouts’ Chris Eckman, en het is hij die een platenlabel weet te interesseren van Terry Lee Hale’s muziek. Midden in de nacht wordt Hale uit bed gebeld door de baas van het Duitse platenlabel Normal, die Hale’s in eigen beheer uitgebrachte cassette in Europa wil uitbrengen. Aldus debuteert Terry Lee Hale op 40-jarige leeftijd met <em>Oh What A World.</em></p>
<p>Alle muzikale ervaring die Hale in bijna 25 jaar on the road heeft opgedaan is samengebundeld op de superbe collectie doorleefde country-folksongs die <em>Oh What A World</em> is. Van intense en verstilde ballads tot rammelende folky songs, <em>Oh What A World</em> verrast bij voortduring, is tegelijk afwisselend en coherent en is een perfect podium voor Hales doorwrochte kunst. &#8216;Just Ask Me&#8217; rammelt op aanstekelijke wijze en klinkt alsof Hale een zwalkend straatorkest aanvoert. Het daarop volgende &#8216;Beautiful Lie&#8217; zindert van spanning en melancholie. Deze variatie tussen huppelende folkblues en melancholieke countrysongs houdt de eenvormigheid – het gevaar van man met gitaar – ver op afstand. Het zijn The Walkabouts die voor de spaarzame maar doeltreffende begeleiding zorgen; Carla Torgersons cello geeft het prachtige &#8216;Random Kiss&#8217; een broeierige sfeer. Dat doet ook Bruce Wirths viool op &#8216;The Boys Are Waiting&#8217;, een song van een berustende vader die over zijn 12-jarige dochter waakt. &#8216;Who Is He&#8217; is vervolgens diep in de blues gedrenkt, &#8216;Call Me Ann&#8217; wederom een hypnotiserende en tranentrekkende ballad en &#8216;Digging Up Crud&#8217; een Mexicaans getinte instrumental. Dit alles leidt naar de apotheose van de titelsong; &#8216;Oh What A World&#8217; is vijf minuten samengebalde intensiteit die zijn uitweg vindt in gierende feedback-gitaren en Hale’s erbovenuit torende machtige stem. Hale heeft gecapituleerd en zijn rust gevonden, en omarmt ten slotte het leven: <em>Set them up, I’ll drink them all away</em>. En de jongens blijven bij de jongens en de meisjes bij de meisjes, <em>and the great divide will bind us up / Oh what a world</em>.</p>
<p><em>Just Ask Me / Beautiful Lie / Where The Weeds Grow / Random Kiss / The Boys Are Waiting / First Getting Over Falling / Who Is He / Call Me Ann / Digging Up Crud / Oh What A World</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/04/terry-lee-hale-oh-what-a-world/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>John Hiatt &#124; Slug Line</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/04/john-hiatt-slug-line/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/04/john-hiatt-slug-line/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Apr 2010 20:01:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=1647</guid>
		<description><![CDATA[In 1971 is de jonge muzikant John Hiatt op weg van zijn geboorteplaats Indianapolis naar Californië, maar verder dan Nashville komt hij niet. Daar komt Hiatt er al snel achter dat er ook in Nashville voor hem geld te verdienen valt, want via een landlopende folkzanger komt hij in contact met een muziekuitgeverij aan Music [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-1648" title="Slug Line" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/04/Slug-Line.jpg" alt="Slug Line" width="125" height="125" />In 1971 is de jonge muzikant John Hiatt op weg van zijn geboorteplaats Indianapolis naar Californië, maar verder dan Nashville komt hij niet. Daar komt Hiatt er al snel achter dat er ook in Nashville voor hem geld te verdienen valt, want via een landlopende folkzanger komt hij in contact met een muziekuitgeverij aan Music Row. Voor $ 25 in de week levert Hiatt liedjes af die hij met noeste arbeid in elkaar timmert op zijn kale appartement. Hoewel Hiatt niets op heeft met country &amp; western en de daaraan verbonden commercie, <span id="more-1647"></span>heeft hij toch respect voor de Zuidelijk traditie waaruit die muziek ontsproten is. Vanuit deze gedrevenheid en het besef dat het een leerproces is, houdt Hiatt vol. Bovendien raakt hij bevriend met alternatieve singer-songwriters als Rodney Crowell, Guy Clark en Townes Van Zandt. Door toeval en met een heel klein budget wordt Hiatt door een New Yorkse platenbaas in staat gesteld een single op te nemen. De single wordt een lp, en de lp wordt een tweede lp. Hangin’ Round The Observatory en Overcoats zijn mediocre platen die niet passen bij de rocker die Hiatt in feite is. Een rocker in Nashville is gedoemd te mislukken. En dat is wat gebeurt; Hiatt verliest zijn platencontract en wordt ontslagen als broodschrijver. Berooid, maar wel een ervaring rijker, keert John Hiatt terug naar Indianapolis van waaruit hij met zijn akoestische gitaar het koffiehuizencircuit in de Midwest en zelfs in Canada afstroopt.</p>
<p>Na drie jaar ploeteren op piepkleine podia is het Leo Kottke die Hiatt aan een manager helpt en hem meeneemt naar de Westkust. Met een platencontract op zak ontpopt John Hiatt zich in L.A. van idiosyncratisch singer-songwriter tot een homo universalis; Hiatt is van alle markten thuis, en heeft zich gespecialiseerd in nagenoeg alle gangbare populaire genres. Van rhythm and blues tot pubrock, van rock-&#8217;n-roll tot new wave. Dat laatste is nogal bijzonder voor een in Nashville geschoolde singer-songwriter, maar het past hem uitstekend want ook de bijbehorende agressie en het cynisme maakt de kameleontische Hiatt zich eigen. In een tijd – 1979 – dat de Verenigde Staten muzikaal nauwelijks meetelt is John Hiatt een ware cross-over en slaat een brug naar het Engeland van de new wave.</p>
<p>Als John Hiatts derde plaat – Slug Line – verschijnt, zijn de overeenkomsten met de Britse angry young men Graham Parker, Joe Jackson en Elvis Costello evident. De venijnige John Hiatt heeft met Slug Line zijn versie van de Amerikaanse new wave gedefiniëerd en in die zin is Slug Line een regelrechtige sleutelplaat.</p>
<p>De snerende zang en de agressieve voordracht zetten de toon van John Hiatt-nieuwe stijl; geen bezinning en reflectie zoals een Amerikaanse singer-songwriter betaamt, nee, keiharde confrontatie en regelrecht opportunisme – voorzien van harde slaggitaren – dat is wat je krijgt op Slug Line. Geen dubbele bodems en geen verhullende tactieken, Hiatt kiest de frontale aanval en trekt vanuit de startblokken gelijk van leer met het ongemeen felle &#8216;You Used To Kiss The Girls&#8217;. &#8216;The Negroes Were Dancing&#8217; heeft een fundament van een rudimentaire Bo Diddley-beat, terwijl &#8216;Madonna Road&#8217; op een heerlijk reggae-ritme wiegt met een kameleontische Hiatt die zijn stem moeiteloos aanpast aan de reggaewetten. In de soulvolle slijpers &#8216;Take Of Your Uniform&#8217; en &#8216;Washable Ink&#8217; weet Hiatt vervolgens zijn negroïde stemgeluid ten volle uit te buiten en in de rock-&#8217;n-roller &#8216;(No More) Dancin’ In The Street&#8217; knipoogt Hiatt vet naar Martha &amp; The Vendellas’ &#8216;Dancin’ In The Street&#8217;. Gaandeweg ontwikkelt Slug Line zich tot een amalgaam van klassieke popstijlen, waarbij de meer moderne pure popliedjes en de new wave songs zelfs de klassiek getinte nummers in klasse weten te overstijgen. Het titelnummer &#8216;Slug Line&#8217; heeft de meeste single-aspiraties en is een voorbeeld van de vakkundigheid van de ex-broodschrijver Hiatt. Een klassiek popnummer in het drieminuten-genre. &#8216;Radio Girl&#8217; doet hier nauwelijks voor onder, want ook dat is een extreem radiovriendelijke popsong. Top-of-the-bill is echter &#8216;Long Night&#8217;, een donkere en slepende rocker met een staccato gitaar en een stotend ritme, waarin Hiatt zich beklaagt over de duisterste nacht der nachten: Long Night / Everybody’s got the fever / And relief is not in sight. &#8216;Long Night&#8217; is daarmee exemplarisch voor wat de grote kracht van Slug Line behelst: hakkende slaggitaren, aangedreven door fanatisme en bezieling, simpele en doeltreffende bas en drums en gloedvolle piano- en orgel-accenten. John Hiatt heeft zichzelf volledig opnieuw uitgevonden met Slug Line als uiterst boeiend resultaat, en plaatst zichzelf naast de grote innovators van de new wave. Noem het rhythm and blues, noem het pubrock, noem het new wave; voor alle genres geldt dat Slug Line tot de toppers in het genre naar keuze behoort.</p>
<p>Frappant is dat John Hiatt in latere jaren door zal breken met zijn stijl van rhythm and blues gemengd met countryrock en terecht zijn grootste succes behaalt met Bring The Family. Bring The Family is inderdaad een meesterlijke plaat, maar Slug Line – op het snijvlak van traditie en new wave – is van een andere wereld. Het doelgerichte venijn wat zo kenmerkend is aan Slug Line – gepaard aan de strakke gitaar-bas-drums-begeleiding – is werkelijk onovertroffen.</p>
<p><em>You Used To Kiss The Girls / The Negroes Were Dancing / Slug Line / Madonna Road / (No More) Dancin’ In The Street / Long Night / The Night That Kenny Died / Radio Girl / You’re My Love Interest / Take Off Your Uniform / Sharon’s Got A Drugstore / Washable Ink</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/04/john-hiatt-slug-line/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Alex Chilton &#124; Like Flies On Sherbert</title>
		<link>http://www.altcountry.nl/blog/2010/03/alex-chilton-like-flies-on-sherbert/</link>
		<comments>http://www.altcountry.nl/blog/2010/03/alex-chilton-like-flies-on-sherbert/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 20 Mar 2010 22:31:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebren  Rijkeboer</dc:creator>
				<category><![CDATA[VERGETEN KLASSIEKER]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.altcountry.nl/blog/?p=1540</guid>
		<description><![CDATA[Alex Chilton: wonderkind en total loss. Het wekt geen verbazing dat William Alexander Chilton de 60-jarige leeftijd niet gehaald heeft. Op 17 maart 2010 overlijdt hij namelijk aan een hartaanval in een ziekenhuis in New Orleans. Vierenveertig jaar daarvoor zingt de inwoner van Memphis, Tennessee ‘The Letter’ met rauwe stem naar de top van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-1541" title="AlexChilton" src="http://www.altcountry.nl/blog/wp-content/uploads/2010/03/AlexChilton.jpg" alt="AlexChilton" width="125" height="125" />Alex Chilton: wonderkind en total loss. Het wekt geen verbazing dat William Alexander Chilton de 60-jarige leeftijd niet gehaald heeft. Op 17 maart 2010 overlijdt hij namelijk aan een hartaanval in een ziekenhuis in New Orleans. Vierenveertig jaar daarvoor zingt de inwoner van Memphis, Tennessee ‘The Letter’ met rauwe stem naar de top van de hitlijsten over de hele wereld. Drie jaar later heeft hij zich uit de klauwen van producersduo Dan Penn en Spooner Oldham weten te wringen. Dan al een gekwetste en beschadigde ziel. <span id="more-1540"></span>Ruim een jaar later, in 1971, ontmoet Chilton Chris Bell en treedt toe tot diens Big Star. De band heeft genoeg talent om wereldberoemd te worden, maar gaat ondanks fantastische albums roemloos ten onder, het meest manifest op het van drank en drugs vergeven meesterwerk <em>Big Star 3rd</em>. Als deze laatste Big Star-plaat in 1978 eindelijk uitkomt, is Alex Chilton druk in de weer om af te kicken van de harddrugs en met wat een vage notie is van solocarrière. En met drinken. Chilton blijft ook na zijn Big Star-tijd samenwerken met muzikale maniak en producer James Luther Dickenson, maar neemt ook met anderen op, zoals de single ‘Bangkok’ en de EP <em>The Singer Not The Song</em>. Ondertussen kan de losgeslagen Chilton in Memphis nergens terecht om op te treden, want zodra hij een podium op stapt gaat de stroom eraf. Alex Chiltons leven is een chaos. Toch slaagt hij erin in het voorjaar van 1978 in de nachtelijke en goedkope uren van zowel Sam Phillips’ studio als de Ardent-studio’s nieuwe songs op te nemen. In drie nachten neemt Chilton met een voor zijn doen uitgebreide band, onder wie Jim Dickinson, Ross Johnson van The Panther Burns, drummer Richard Rosebrough, gitarist Lee Baker en singer-songwriter Sid Selvidge, ruwe versies op van elf nieuwe nummers – en ruwe versies zullen het blijven. Een ruzie met Sam Phillips weerhoudt Chilton ervan de opnamen te mixen en als dat uiteindelijk ten dele gelukt is, is er in Memphis geen platenmaatschappij die Chiltons eerste echte solo-album wil uitbrengen. Alex Chilton moet zijn heil zoeken bij een klein Brits label, van wie de eigenaar naar Memphis afreist en Chiltons nieuwe materiaal in de woonkamer van diens ouders beluistert. En dus verschijnt <em>Like Flies On Sherbert</em> in maart 1980 op het Britse Aura Records, met een knots van een spelfout in de titel en abusievelijk zonder de opgenomen Carter Family-cover. Chiltons leven is een chaos; en dat is <em>Like Flies On Sherbert</em> ook. Een waar foutenfestival, het prominentst in Chiltons te vroeg invallende zang in de door elkaar geschudde cover van KC &amp; The Sunshine Bands ‘Boogie Shoes’ en de extreem valse start van ‘Girl After Girl’. Het lijkt Chilton genoegen te doen, want goed gemutst zingt en gromt Chilton zijn geleende en eigen teksten bij elkaar. Verwrongen covers van Roy Orbisons rockabillycompositie ‘I’ve had It’ en Ernest Tubbs country &amp; western-tearjerker ‘Waltz Across Texas’, sluiten naadloos aan op Chiltons eigen visie op rockabilly, country en blues. Zo blaft Chilton in ‘My Rival’ met een pervers gevoel voor humor zijn opponent toe: <em>My rival, I’m gonna stab him on arrival, shoot him dead with my rifle</em>. De rafelige gitaren, hamerende piano’s en primitieve bongobeats geven wankele ondersteuning aan Chilton de seksist in het geile ‘Rock Hard’ en diens verlustiging aan onschuldige meisjes in katholieke uniformen in ‘Hey! Little Child’. In ‘Hook Or Crook’ laat de onverstaanbare Chilton zich op meesterlijke wijze overdonderen door krakkemikkige gitaren, terwijl hij in het afsluitende titelnummer met gierende falset en tegen beter weten in de strijd aangaat met een verkeerd geprogrammeerde synthesizer – en verliest. Verlies, zondiging en boete in combinatie met ladingen marihuana, sloten alcohol en extreme bitterheid hebben van Alex Chilton een klassiek rock-‘n-rollslachtoffer gemaakt, maar ook van <em>Like Flies On Sherbert</em> een waar getormenteerd meesterwerk.</p>
<p><em>Boogie Shoes / My Rival / Hey! Little Child / Hook Or Crook / I’ve Had It / Rock Hard / Girl After Girl / Waltz Across Texas / Alligator Man / Like Flies On Sherbert</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.altcountry.nl/blog/2010/03/alex-chilton-like-flies-on-sherbert/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
