{"id":1093,"date":"2010-01-02T00:17:49","date_gmt":"2010-01-01T22:17:49","guid":{"rendered":"http:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/?p=1093"},"modified":"2010-01-02T00:17:49","modified_gmt":"2010-01-01T22:17:49","slug":"fred-neil-fred-neil","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/2010\/01\/fred-neil-fred-neil\/","title":{"rendered":"Fred Neil | Fred Neil"},"content":{"rendered":"<p><img data-recalc-dims=\"1\" loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignright size-full wp-image-1095\" title=\"Fred Neil\" src=\"https:\/\/i0.wp.com\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-content\/uploads\/2010\/01\/Fred-Neil1.jpg?resize=125%2C125\" alt=\"Fred Neil\" width=\"125\" height=\"125\" \/>Velen, velen hebben de songs van Fred Neil gecoverd. Sommigen zijn er zelfs beroemd mee geworden en worden geassocieerd met die ene, geleende song, met als hinderlijk effect dat de schepper van het lied in kwestie nogal genegeerd is gebleven. Het is de tragiek van Fred Neil, die zijn compositie \u2018Everybody\u2019s Talkin\u2019\u2019 toege\u00ebigend zag worden door Harry Nilsson en zijn \u2018The Dolphins\u2019 door Tim Buckley. Andere Neil-songs als &#8216;I&#8217;ve Got A Secret&#8217;, &#8216;That&#8217;s The Bag I&#8217;m In&#8217; en &#8216;Ba-De-Da&#8217; zijn respectievelijk opgenomen door uiteenlopende zangers als <!--more-->Pat Boone, Gram Parsons en Evan Dando. Al deze nummers zijn terug te vinden op Fred Neils eerste LA-album: <em>Fred Neil<\/em> uit 1967. Fred Neil is dan al een tijdje muzikaal onderweg want de in 1937 in Treasure Island, Florida geboren Neil duikt al halverwege de jaren vijftig op in de rock-&#8216;n-rollscene van Memphis, Tennessee en 1960 in de folkscene van het New Yorkse Greenwich Village. Hij probeert in de Brill Building zijn liedjes te slijten en hangt &#8217;s avonds rond in de koffiehuizen van Bleecker Street en MacDougal Street met folkzangers als Dino Valente, Karen Dalton en een jonge Bob Dylan. De optredens die Neil doet met folkie Vince Martin zijn magisch en overweldigend, maar Fred Neil \u2013 eigengereid, onbetrouwbaar en verslaafd aan hero\u00efne \u2013 heeft een bloedhekel aan optreden. Aldus brengt hij met Martin het grootste gedeelte van het jaar door in de kunstenaarskolonie van Coconut Grove, Florida. Onder contract bij Elektra komt in 1965 Neils debuutalbum <em>Bleeker And MacDougal<\/em> uit, geproduceerd door Paul Rothchild, die Fred Neil een &#8216;brilliant songwriter and a total scumbag&#8217; noemt. Het interesseert Neil niets; net zo min als zijn muzikale carri\u00e8re: zijn eerste en allerlaatste interview geeft hij in 1966. Dan vertrekt hij voorgoed naar Florida, keert slechts sporadisch terug naar de clubs en koffiebars van New York en leidt verder een zorgeloos leven, dat bestaat uit rondhangen, drugs scoren en zijn tijd doorbrengen met Flipper, de dolfijn uit de gelijknamige tv-serie.<\/p>\n<p>Om zijn huis te kunnen financieren tekent Neil door bemiddeling van zijn manager Herb Cohen een contract met Capitol, wat hem ertoe dwingt in Los Angeles een plaat op te nemen. Eind 1966 slaat Fred Neil zijn bivak op in het Tropicana Motel in West Hollywood en neemt in de Capitol Studios met huisproducer Nik Venet op relaxte, naar desinteresse neigende wijze negen singer-songwritersliedjes op en een instrumentale raga: &#8216;Cynicrustpetefredjohn Raga&#8217;. Neil wordt begeleid door Jimmy Bond (staande bas), Billy Mundi (drums), Canned Heats Al Wilson (mondharmonica), Cyrus Faryar (bouzouki, ritmegitaar), Pete Childs (elektrische en akoestische gitaar) en John Forsha (elektrische en akoestische gitaar), een royale bezetting \u2013 maar het zijn de golvende klanken van Neils tremolo-gitaar die opener &#8216;The Dolphins&#8217; zijn broeierige spanning verlenen. Die stemmige weemoed zet zich voort in Fred Neils diep resonerende bariton die, opgenomen in een bad van reverb, de stroperige folkblues &#8216;That&#8217;s The Bag I&#8217;m In&#8217; en het fraai lethargische &#8216;Faretheewell (Fred&#8217;s Tune)&#8217; luister bijzet. Ook in de kern simpele, zorgeloze liedjes als &#8216;Ba-De-Da&#8217; en &#8216;Everybody&#8217;s Talkin&#8221; krijgen een meerwaarde door Neils superieur lijzige voordracht en de subtiele, sublieme begeleiding van zachte elektrische en akoestisch gitaren. <em>Fred Neil<\/em>, uitgebracht begin &#8217;67, laat de maker horen op de toppen van zijn kunnen en is met zijn onwaarschijnlijke verzameling min of meer klassieke songs een artistieke triomf. Maar geen commerci\u00eble; Neil weigert op tournee te gaan, neemt nog een plaat op in LA (<em>Sessions<\/em>), vervult zijn contractuele verplichtingen (<em>The Other Side Of This Life<\/em>) en verdwijnt dan volledig van het toneel. Zijn &#8216;Everybody&#8217;s Talkin&#8221; wordt de themasong van de speelfilm <em>Midnight Cowboy<\/em>, Oscarwinnaar in 1969, en een wereldhit voor Nilsson. Fred Neil leeft dan als een kluizenaar in Florida: &#8216;He likes to swim and sail and talk to dolphins&#8217;, aldus de liner notes van <em>Fred Neil<\/em>. Op 8 juli 2001 wordt zijn dode lichaam aangetroffen in zijn huis in Summerland Keys, Florida.<\/p>\n<p><em>The Dolphins \/ I&#8217;ve Got A Secret (Didn&#8217;t We Shake Sugaree \/ That&#8217;s The Bag In \/ Ba-De-Da \/ Faretheewell (Fred&#8217;s Tune) \/ Everybody&#8217;s Talkin&#8217; \/ Everything Happens \/ Sweet Cocaine \/ Green Rocky Road \/ Cynicrustpetefredjohn Raga<\/em><\/p>\n<p><\/p>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Velen, velen hebben de songs van Fred Neil gecoverd. Sommigen zijn er zelfs beroemd mee geworden en worden geassocieerd met die ene, geleende song, met als hinderlijk effect dat de schepper van het lied in kwestie nogal genegeerd is gebleven. Het is de tragiek van Fred Neil, die zijn compositie \u2018Everybody\u2019s Talkin\u2019\u2019 toege\u00ebigend zag worden [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":6,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_monsterinsights_skip_tracking":false,"_monsterinsights_sitenote_active":false,"_monsterinsights_sitenote_note":"","_monsterinsights_sitenote_category":0,"jetpack_post_was_ever_published":false,"_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":false,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":""},"categories":[5],"tags":[],"class_list":["post-1093","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-vergeten-klassieker"],"jetpack_featured_media_url":"","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_likes_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1093","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/6"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1093"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1093\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1096,"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1093\/revisions\/1096"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1093"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1093"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.altcountry.nl\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1093"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}