De nummers op Lungs, Dirt & Dreams (Adair Park Recordings) lopen bijna ongemerkt in elkaar over. Van de instrumentale opener June, 22nd, Ar die nog geen halve minuut duurt, gaat het naar de ruim 7 minuten lange afsluiter We Make Our Own Traditions, Homesick Blues. Psychedelisch en soms bijna industrieel is deze combinatie van schrapend metaal en een huilende lap steel. Bezwerend ook. En sfeervol als Bonnie ‘Prince’ Billy of Gun Club. Damon Moon and the Whispering Pines komen uit Atlanta, Georgia, en namen meer…
Een prachtige hoes toch, JP Harris die aan een ouderwetse telefoon hangt. De eenzaamheid druipt van het beeld. Dat gebogen hoofd; er wordt niet opgenomen aan de andere kant van de lijn, zoveel is wel duidelijk. I’ll Keep Calling (Cow Island Music) van JP Harris and the Tough Choices bevat muziek uit de tijd dat de mobiele telefoon nog niet bestond. Het gaat op dit album om lange ritten over highways die voeren van truck stop naar honky tonk. De 29-jarige Harris gaat als een Gear Jammin’ Daddy van oost naar west door meer…
Low Down van The Mallett Brothers Band is een plaatje dat al uit 2011 stamt. Maar om hem dan hier om die reden niet meer te bespreken zou zonde zijn. Doodzonde zelfs. Want The Mallet Brothers Band is the real stuff voor liefhebbers van de ruigere americana (denk bv aan O’Death). Deze zes mannen uit Portland (niet in Oregon, maar Portland, Maine) maken muziek die een stuk dichter tegen ruwe folkrock aanligt dan tegen country. De nadruk ligt op de overdaad aan snaarinstrumenten (gitaren, dobro, mandoline, banjo etc), voortgestuwd door meer…
Voor zijn tiende album Wrong Way Home (Sojourn Records) schreef Matt Keating 16 liedjes die weer allemaal voldoen aan zijn hoge standaard. Aan zijn softe benadering van rootsy powerpop voegt hij op zijn nieuwste werkstuk af en toe wat strijkers en blazers toe. Waardoor de altijd aanwezige melancholische ondertoon nog eens extra belicht wordt. Maybe he’ll meet you when the time is wrong, dat soort tragiek komt altijd weer naar boven in de liedjes van de New Yorker. Happy sad met een meer…
Oh whiskey, my friend, it’s good to see you again. Kijk, met zo’n opmerking kun je een cd beginnen. Want dan kan het al bijna niet meer fout gaan. Dan weet je gewoon dat er een vorm van complete overgave aan rock-’n-roll aan vooraf moet zijn gegaan. En zo is het dus maar net. Dead Leaves (eigen beheer) is een fantastisch debuut vol slepende melodieën waarin hard gitaarwerk wordt afgewisseld met een slaggitaartje dat waarschuwt voor een tempowisseling. Dead Leaves is de band van Travis Egnor die opgroeide in West Virginia. Daar probeerde meer…
De naam Screen Door Porch doet al zo typisch Amerikaans aan. Een hordeur, een veranda. Stel je daarbij nog een schommelbank, een ronkende ijskast, een versterkertje en wat wuivende velden voor en je hebt de film waar de muziek van Screen Door Porch uitstekend bij past. Dit duo uit Wyoming maakt goed in het gehoor liggende americana. De stem van Seadar Rose heeft het lekker slepende dat bij voorbeeld ook Lucinda Williams heeft. Aaron Davis zingt ook en beide spelen op The Fate & The Fruit (eigen beheer) gitaar en meer…
De Canadees van Friese afkomst Fred Eaglesmith sloeg op zijn laatste albums wat zijwegen in, maar op 6 Volts (Sonic Rendezvous) is hij terug op vertrouwde paden. The Cemetery Road is a gravel road / The Sun comes up and / your blood runs cold. Bloedstollend zijn de verhalen die zich afspelen tussen Cemetery Road en Trucker Speed, waarin de vrachtwagenchauffeur met pepmiddelen op de been tracht te blijven (Sometimes I feel like my wheels ain’t touching the ground). Onverharde wegen en roekeloos meer…
Zonnebrillen op! Tijd voor de zomerse aanval van Cheers Elephant. De leden van deze band uit Philadelphia, Pennsylvania, kennen elkaar al sinds de kleuterschool. Het kwartet maakt klassieke popdeunen, catchy, lichtvoetig en met veel nadruk op samenzang, het soort liedjes dat een extra lusje verdient met een gitaarsolo. Like Wind Blows Fire (eigen beheer) is het derde album van de Amerikanen. De vier zijn flink beïnvloed door Britse pop. Zelf noemen ze The Kinks als voorbeeld. Er valt ook te denken aan Teenage Fanclub en meer…
Van rootsmuziek mag je verwachten dat die stevig in de aarde geworteld is. Maar wat moet je dan zeggen van The Pines? Want het schitterende Dark So Gold (Red House Records/Music & Words) is verre van aards. De klanken laten zich meevoeren door de wind en trekken aan het shirt van de vogelverschrikker op de treffend gekozen hoesfoto. Het is de wind die over de woestijn van Arizona blaast tot aan de prairie van het noordwesten van Amerika aan toe. The Pines maken geen rootsmuziek van de grond, maar van het ruim daarboven. Dat meer…
The Double Down – Live In Denver Vol. 1 & 2 (Blue Rose/Sonic Rendezvous) maakt zijn naam beslist waar: twee (aparte) cd’s met in totaal 24 nummers en met als bonus een aantal dvd-tracks. The Band Of Heathens pakt royaal uit en bevestigt de geduchte live-reputatie. Dat zal het vijftal (plus organist) uit Austin, Texas ook beoogd hebben, want ze produceerden eerder in eigen beheer al twee live-platen. Nu beschikt de band, na drie gave studio-cd’s, over een dermate sterk repertoire dat ze zoals gezegd royaal kunnen uitpakken. Eerder meer…
Na het onlangs knap debuterende New Country Rehab is hier de volgende Canadese band die de toekomst van bluegrass garandeert. Crooked Brothers is een trio dat op Lawrence, Where Is Your Knife? (Transistor 66/Sonic Rendezvous) een wilde galop (Up The Mountain) laat volgen door een lichte groove (Another Sun). En met de trage melodie van het plonkende liedje Your Love Is A Ghost Town kruipen ze aan tegen het werk van Tom Waits of Leonard Cohen. De akoestische aanpak met meer…
Met Tomorrow Won’t Be The Future heeft Nearly Beloved een doordruk gemaakt van Streets Of Baltimore. Dat is toch echt iets anders dan een door Gram Parsons geïnspireerd liedje, zoals ze het zelf omschrijven. Daarvoor blijft Nearly Beloved te dicht bij het vierde nummer van kant 1 van een van de mooiste albums ooit gemaakt, namelijk GP van Gram Parsons. Is Where’s Bob (Attaboy Records) daarmee een overbodige of weinig originele cd geworden? Dat valt reuze mee, deze band rond Matt Lax (Lacques) brengt meer…
De grootste letters op het affiche van de Rhythm & Blues Night waren dit jaar voor Pokey Lafarge. Diens stijlvolle uitdossing doemde de afgelopen weken overal op in het straatbeeld van Groningen. Geen rare keus, want de Amerikaan had met zijn vooroorlogse blues en country een half jaar eerder De Oosterpoort in Groningen veroverd tijdens TakeRoot. En toch ook wel een beetje een opmerkelijke keus, want Lafarge en zijn South City Three stonden niet
in de grote zaal, maar in de foyer. Het geeft een beetje aan wat dit festival elk jaar zo leuk maakt. Geen pretenties, de muziek in de entreehal en foyer is net zo belangrijk als hetgeen zich afspeelt in de grote zaal.
Tekst: John Gjaltema
Foto’s: Gerrie van Barneveld
Pokey Lafarge was diep in de nacht een van de afsluiters. We sloegen zijn act over omdat op hetzelfde moment Ben Caplan and the Casual Smokers aantraden in de binnenzaal. En na diens bijzondere album In The Time Of Great Remembering waren we toch wel benieuwd hoe dat live zou klinken. De jonge Canadees met de imposante baard deed zijn mond open en onmiddellijk wisten de aanwezigen dat ze tot het laatst zouden blijven. Caplan had meer…
“I’ve seen the future of alt.country and it’s name is Caleb Groh” , bedacht ik me heel vaak bij het beluisteren van de heerlijke, ja echt heerlijke, cd Bottomless Coffee van genoemde Caleb Groh. Nee, het is niet origineel en het is ook niet eerlijk om deze singer-songwriter uit Boston met zo’n erfenis op te schepen, maar het geeft wel aan hoe hoog ik de man heb zitten. Twintig jaar is hij pas en dan is het een fantastische prestatie om met een dergelijk volwassen album op de proppen te komen. De 14 nummers gaan vaak over meer…
I could have been somebody if I was someone else, zingt Ernest Troost op Resurrection Blues. Op dat eerste nummer van Live At McCabe’s (Travelin’ Shoes Records) weet je onmiddellijk wie dat zou kunnen zijn: Loudon Wainwright III. Want die hoge, ietwat schorre, zangerige en tegelijk krachtige stem meen je toch echt te herkennen. Maar dat klopt dus niet. De gelijkenis met Wainwright is geen enkel bezwaar op deze ruim een uur lange live-cd die werd opgenomen in de fameuze muziekwinkel McCabe’s in Los Angeles. Troost schrijft meer…
Temple Beautiful was de rockclub in San Francisco waar Chuck Prophet zijn eerste concerten zag. Op het titelnummer van zijn nieuwe cd haalt hij herinneringen op aan die tijd. Als album is Temple Beautiful (Yep Roc/Munich) een liefdesverklaring aan de stad waar zoveel rockgeschiedenis werd geschreven. Prophet onderstreept dat met rinkelend gitaarwerk op Play That Song Again. De gitarist die op zijn platen allerlei stijlen heeft verkend, blijft deze keer dicht bij de Paisley Underground waarmee hij in de jaren tachtig met Green On Red meer…
The Long Winter (House Of Mercy Recordings) is het derde album van Erik Brandt, in het dagelijks leven leraar en tevens leider van Urban Hillbilly Quartet. Brandt komt uit de Twin Cites in het noorden van Amerika waar de winters inderdaad lang en koud zijn. Geen wonder dat er uit de steden Minneapolis en St. Paul zoveel stevige rockmuziek komt waar je lekker op kunt stampen. Ook altcountry heeft er een goede voedingsbodem met The Jayhawks als bekendste voorbeeld. Brandt begint The Long Winter zoals je mag meer…
Op 9 mei treedt Johnny Dowd op in het Utrechtse dB’s. Jij kunt daar gratis en voor niets bij zijn als je het goede antwoord geeft op de volgende vraag (makkie, hoor): Hoe heet de nieuwste cd van Johnny Dowd? Antwoord hierheen. Op 5 mei maken we bekend wie de 2×2 vrijkaarten gewonnen hebben.
Connie Smith – Janni Littlepage – Judy Collins – Emily Yanek – Kyle Carey – Victoria Vox – Roxanne Potvin – Maureen Toth – Sarah MacDougall – Jenai Huff – Maria Rylander
Long Line Of Heartaches (Sugar Hill) is het tweede comeback-album van Connie Smith. Tussen 1965 en 1978 maakte ze soms bijna twee countryplaten per jaar. Ze keerde pas terug in 1998 met een titelloze plaat om daarna wederom jaren uit de spotlights te blijven. Met manlief Marty Stuart als producer is ze er weer met Long Line Of Heartaches. Vijf van meer…
Bluegrass is de laatste jaren in vele vormen tot ons gekomen. Technische notenkakkers die er jazz van maken. Jonkies die de sound ombuigen naar pop en rock. Overenthousiaste bendes die er een janboel van maken… A.G. Olmstead doet het anders. Nou ja, anders… Hij doet het zoals ze het al honderd jaar doen. De singer-songwriter uit de Canadese provincie New Brunswick maakt simpelweg fraaie liedjes die met veel akoestisch snarenspul worden aangekleed. Als invloeden voor II (eigen beheer) noemt Olmstead Hank Williams en meer…
Op New Kind Of Lonely (Western Seeds Records) houdt I See Hawks In L.A. het voor het eerst akoestisch. Met verrassend resultaat. De band uit het zuiden van Californië heeft naam gemaakt met ouderwetse countryrock die altijd een sterk Bakersfield-stempel droeg. Drie zangers, wat (psychedelische) rock en een flinke hoeveelheid honky tonk, het verhaal is in deze contreien al vaker geschreven. Op de zesde cd durven Rob Waller, Paul Lacques en Paul Marshall de koers een beetje om te gooien door de steelgitaar en de Telecaster meer…
Na twee in Nederland opgenomen cd’s koos de uit Wales afkomstige Davie Lawson voor Rags (Smoked Recordings/Munich) een studio in Glasgow. Op zijn sfeervolle debuut Konichiwa? wist hij in zijn fraaie liedjes een spanningsboog op te zetten met tamelijk simpel gitaarspel. Op Rags is de tegenwoordig in Dublin wonende Lawson muzikaal duidelijk gegroeid. Het samenspel met zijn band is zwierig en daarmee roept hij herinneringen op aan de jazzy folkrock van Tim Buckley. En dat niet alleen, op Poacher en Weight Of Measure hoor je meer…
Miljoenen platen zullen ze niet verkopen en dat weten ze zelf ook wel. De naam Million Sellers is niet meer dan een grap, want wie zit er nog op dit soort ouderwetse rockabilly te wachten? In Nashville in ieder geval niemand, zoveel is zeker. Het trio kreeg er geen poot aan de grond, daarover gaat het titelnummer van Music City USA And Other Ghost Stories (Wanda Records). Wisten ze van tevoren natuurlijk ook wel. Het maakt ze niet uit, daarvoor houden ze teveel van rockabilly. Of zoals ze het zelf noemen: Hillbilly Bop Rhythm & Blues. En ze meer…
Ongetwijfeld een artiest die zijn publiek iets te bieden heeft, deze Ben Caplan. Het Nederlandse label Cool Buzz zag hem in maart optreden op het vermaarde festival South by Southwest in Austin, Texas, en bood hem onmiddellijk een contract aan. Deze maand al staat hij op de podia in Nederland en ligt zijn debuut In The Time Of Great Remembering (Cool Buzz) in de winkels. Ben Caplan & the Casual Smokers brengen een mix van uitzinnige klezmer en dwarse folk. Heel bijzonder allemaal, toch verdient de 25-jarige Canadees er niet meer…
Een relatiebreuk is er de oorzaak van dat Jeff Litman zijn heil zocht in rock-’n-roll. Hij studeerde jazz en klassieke gitaar, maar om zijn liefdesverdriet te verwerken had hij een andere uitlaatklep nodig. Wat een geluk! De New Yorker heeft met Outside (eigen beheer) namelijk een geweldige plaat gemaakt. Zijn scherpe stem is gemaakt voor rock. Zijn krachtige uithalen doen regelmatig denken aan Elvis Costello. Het titelnummer zou bovendien door het rijke arrangement zo passen op Mighty Like A Rose. Litman doet echt alles goed. Hij schrijft meer…
Een dagboek uit de jaren 1880-1894 vormt de basis voor Sangamon Songs (Clyded Records) van Tom Irwin. De singer-songwriter vond het in een koekjestrommel die al die jaren ongeopend ergens in een kast had gestaan op de familieboerderij in Sangamon County in de Amerikaanse staat Illinois. Irwin beschikt over een warme stem die uitermate geschikt is voor de verhalende liedjes die hij brengt. Dit is al het negende album met eigen materiaal van Irwin en als deze plaat de maatstaf is voor zijn oeuvre dan meer…
Dwars door de drukke bedoening van een beatbox en nog veel meer heen blijven de eerste twee liedjes van Paul Brill op Breezy (Scarlet Shame Records) fier overeind. Een bijzondere singer-songwriter, deze New Yorker. Hij is in zijn liedjes altijd op zoek naar het experiment en moeilijk ergens in te delen. Zijn eerste releases lieten een gevoelige liedjessmid horen die nog duidelijk beïnvloed was door rootsmuziek. Gaandeweg heeft hij zich steeds verder verwijderd van altcountry, maar dat neemt niet weg dat het titelnummer een meer…
Er is niets gelogen aan de titel Deeper In The Well (Dixiefrog/Bertus) van de uit New York afkomstige Eric Bibb. Voor zijn nieuwste cd reisde hij af naar Louisiana, waar ooit Afrikaanse, Franse en Spaanse culturen aan land werden gebracht. In die smeltkroes zijn ook de invloeden uit de Caraïben en de Indiaanse cultuur nooit verdwenen. Bibb boort het allemaal aan met een groep musici met huidskleuren in alle tinten. De eigen composities, bewerkte traditionals en covers beginnen bij Bibb’s countryblues, waaraan zijn metgezellen meer…
Of No Expiration Date (Heyday Records) werkelijk geen houdbaarheidsdatum heeft, moet natuurlijk nog maar blijken. Maar als je bedenkt dat de garagerock van The Forty Nineteens dertig jaar geleden ook gemaakt had kunnen worden, dan hebben ze wellicht een punt. De groepsleden lopen al even mee. Zo is Mary’s Danish een voorloper van deze Amerikaanse band. Op deze door David Newton (Mighty Lemon Drops) geproduceerde plaat regeert de pop, die in diverse gedaanten tot ons komt. Zo is Not Forgotten catchy als Hoodoo Gurus en de meer…
De jaren tachtig waren vol holle bombast, maar zoals dat gaat was er ook een tegengeluid. Dat van de produkties waarin alles juist heel kaal werd gehouden. I’m Not The Road (eigen beheer) van de uit New York afkomstige band Whisperado is gemaakt volgens dat laatste principe. Waarbij tevens hoort dat je rock-’n-roll niet al te serieus moet benaderen. Dus begin je een plaat met Teenage Popstar Girl, waarin de sound nog dunner is dan wat daarna volgt op deze cd. Rank and File, Beat Happening, Big Dipper, zo maar wat meer…