The Cherokee Studios in Los Angeles, waar onder anderen Aerosmith, Steely Dan, Warren Zevon en Lenny Kravitz hun platen opnamen, is het eigendom van The Robb Brothers. Als producer zijn ze onder meer verantwoordelijk voor Lemonheads It’s A Shame About Ray. Decennia daarvoor al waren de drie Robb Brothers zelf muzikanten. Als The Robbs – drie broers en hun neef uit Oconomowoc, Wisconsin – kennen David Donaldson (alias Dee Robb, zang en gitaar), Robert Donaldson (alias Bruce Robb, zang en gitaar), George Donaldson (alias Joe Robb, toetsen) en neef meer…
De Oscar voor de beste mannelijke hoofdrol ging jongstleden zondag naar Jeff Bridges voor zijn vertolking van Bad Blake in Crazy Heart. Crazy Heart is een echte film voor de americana-liefhebber. Blake is namelijk een countryzanger op leeftijd wiens carrière voorbij lijkt te zijn en die bovendien een alcoholprobleem heeft. Kijk, dat is precies de stuff waar we hier warm voor lopen. We verwelkomen de original motion picture soundtrack van Crazy Heart (New West/Sonic Rendezvous) dan ook van harte. Geproduceerd door Stephen Bruton en de meer…
Experimenten lopen niet altijd goed af. Dit Sound Experiment (eigen beheer) van de zich Symply Bill noemende Amerikaan Bill Cave begint niet eens goed. Al op het tweede nummer, getiteld Trade Time, is duidelijk dat dit een experiment van niets is. Het nummer gaat nergens naar toe en daar eindigt het vervolgens ook. Fair Lady is slecht gezongen en productietechnisch ondermaats. Daarna wordt het niet beter. Komt nog bij dat dit alles een uitermate irritant opgejaagd gevoel veroorzaakt. Tot overmaat van ramp staat de muziek ook nog meer…
Zo’n hoesje zonder bandnaam of titel helpt niet erg mee om bekend te worden. En dat dat wel degelijk kan met dit soort altcountry is toch bewezen door Uncle Tupelo, ook al dient daarbij wel opgemerkt te worden dat die band pas echt erkenning kreeg nadat Jeff Tweedy met Wilco succesvol werd. Nou ja, dat is een bekend verhaal. Slimfit is dat nog niet, hoewel we eerder op deze site ook al enthousiast waren over het debuut Make It Worse. Dit The Path (eigen beheer) biedt wederom de ingrediënten waarom het allemaal te doen is in het genre. Dat wil meer…
Gedreven door een pure aanbidding voor God en opgejaagd door de duivel; het is een mijnenveld waarin David Eugene Edwards zich begeeft. Het is daarom des te genialer dat Edwards met zijn Sixteen Horsepower die loodzware last weet om te zetten in een zinderend, striemend amalgaam van punk, country, blues en Appalachen-folk. Edwards, geboren uit half Schotse en half Cherokee ouders, groeit op bij zijn grootouders; zijn opa is een door Colorado en Texas rondtrekkende predikant – en daarvan krijgt de jonge Edwards een klap van de molenwiek mee. meer…
Aanvankelijk ging de muziek op Broken Land Bell van The Wiyos een beetje het ene oor in, het andere oor uit. Best lekker, maar de ouderwets klinkende liedjes vielen me niet direct op. Totdat het kwartje viel. Ineens hoorde ik hoe die mix van countryblues, western swing en oldtimey country wel werkte en bemerkte ik hoe allerlei lichaamsdelen reageerden op het ritme van de liedjes. Dat is nog opvallender als je weet dat het kwartet opereert zonder drummer. En toch swingt het als de neten. Vaak wordt er een gitaar ritmisch bespeeld, maar meer…
Rechts bovenaan de prachtige hoes staat op ouderwetse manier in hoofdletters: HI-FI. Daarvan is echter nauwelijks sprake op Tex Smith (eigen beheer), het titelloze debuut van deze Texaan. Niet dat dat een probleem is, het gaat op dit album allesbehalve om opgepoetste techniek en kunstmatige glans. Daarvoor is Tex Smith veel te down-to-earth. Het gaat hem om de liedjes en dat is niet zo verwonderlijk voor iemand die vijf jaar diskjockey was voor een radiostation. In de regio Dallas/Fort Worth draaide hij op KNON 89.3 FM. Dit meer…
Manhattan Nocturne (eigen beheer) van Peter Gallway is geen altcountry. In de verste verten niet. We hebben het hier over jazz. En toch is het een album dat niet te missen is voor lezers van deze site. Voor mensen die iets verder durven te kijken dan de bekende kaders althans. In ieder geval dienen alle fans van Hayward Williams dit album blind aan te schaffen. Peter Gallway heeft namelijk precies zo’n prachtstem. En zijn uitmuntende nummers hebben een vergelijkbare sfeer als het verfijnde werk van Williams, die overigens meer…
Op 1 mei vindt in de Groningse Oosterpoort de Rhythm & Bluesnight plaats, een festival dat veel moois te bieden heeft voor de Americanaliefhebber. Inmiddels zijn de volgende acts bekend: Los Lobos, Jason & the Scorchers, Bjorn Berge, Po’ Girl, Chuck Mead & the Hillbilly Boogiemen, Jason Isbell & the 400 Unit, The Paladins, Imelda May, Marc Broussard, The California Honeydrops, Dirty Sweet, Eilen Jewel + band, Beth Hart en Cuby & the Blizzards.
Kaarten kosten € 35,-
Een vogelvlucht via Google Earth laat zien dat Merion in Pennsylvania een ruraal stadje is, net ver genoeg van het urbane Philadelphia. Uit dit Merion komt Craig Bancoff, een talentvolle jongeman die ouderwetse muziek maakt. Ouderwets omdat zijn debuut, Eden (Sweetie Records), een hartverwarmende singer-songwritersplaat is boordevol weemoed en verlangen. Je stelt je de melancholieke Bancoff – althans afgaand op zijn gloedvolle, intieme stemgeluid – eenvoudig voor in het landelijke Pennsylvania, temidden van de eens hardwerkende meer…
Competitie voor Johnny Dowd! Coyote zingt nog beroerder en deze artiest uit het Amerikaanse Fairfield, Connecticut, trekt zich al evenmin iets aan van heersende opvattingen. Al Coyote Weiner hoopt met I Don’t No Who I R (eigen beheer) ook zijn luisteraars te bevrijden. Wars van compromissen is Coyote en dat hebben we graag. Zijn funky nummers stuiteren van New Orleans (de piano op het titelnummer) via een jazzy nachtclubsfeertje op Can’t Give Up The Ghost (compleet met een Eagles-achtige slaggitaar) naar de vervreemdende meer…
Het oorspronkelijke plan van songschrijver Lucas Alberg was om klassieke country in de stijl van Hank Williams, Ernest Tubb en George Jones te spelen. Hij had in Paul DeMichele (drums) en Rick Hedges (bas) een ritmesectie, maar nadat zijn band The Beautiful Train Wrecks met de nieuwe leden Travis Magrane (gitaar) en Joe Root (toetsen) was uitgebreid, veranderde ook de stijl. Op Rainy Day Parade (eigen beheer) is derhalve altcountry te horen. Het debuut van deze band uit Portland, Oregon, is nergens vernieuwend. Een nummer als meer…
Danny Wilson heeft met de band Grand Drive en ook solo al voor een imponerende verzameling prachtmuziek gezorgd. Catchy zijn zijn nummers en de fraaie samenzang zorgt voor die toch wel typerende sound van americanabands uit het Verenigd Koninkrijk. Met Streets Of Our Time (Loose/Munich), de tweede van Danny And The Champions Of The World, voegt hij daar een bijna mystieke sfeer aan toe. Dat is vooral het geval in Lose These Rags en Wandle Swan, nummers die de bijzondere sfeer van Manassas benaderen. Bijna ijl is meer…
Dit kun je niet anders dan als een glorieuze comeback betitelen. Het lijkt alsof de tijd 25 jaar heeft stil gestaan, want Jason & The Scorchers klinken nog net zo vitaal en gedreven als in 1985. De terugkeer van de meest archetypische cowpunkbank is een topic van de hoogste orde. En wat in feite zo bijzonder is: ze maken dat op Halcyon Times (Blue Rose/Sonic Rendezvous) volledig waar. Waar reünies veelal teleurstellen en slaapverwekkend zijn, daar is Jason Ringenberg en Warner E. Hodges’ hernieuwde samenwerking van een benijdenswaardige urgentie. meer…
Een soulstem met een rauw randje, dat is wel zo ongeveer de basis van rock-’n-roll. Zeker als er vooral over de liefde wordt gezongen. Will Hoge heeft zo’n stem. En de liefde is zijn favoriete tijdverdrijf. Ook al loopt het niet altijd goed af. So you got the best of me / I’ll just take what’s left and leave this place / And when you look back I hope I’ll always / be your favorite waste of time / Your favorite waste of time. Zijn nieuwste album The Wreckage (Rykodisc/Ada) nam hij op in Nashville onder productionele leiding van Ken Coomer (ex-Wilco) meer…
The Battle Of Shiloh was een van de bloedigste veldslagen uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Op 6 en 7 april van 1862 bevochten 110.000 Amerikaanse soldaten elkaar aan de oevers van de Tennessee, ter hoogte van een houten kerkje; de Shiloh Church. Shiloh is ook de naam van een countryrockband uit het noordoosten van Texas. In 1970 haalt Kenny Rogers de Texanen naar Los Angeles, waar ze met Rogers als producer hun enige lp opnemen. Het zelfgetitelde album is een fascinerende plaat waarop het vijftal countryrock, swampblues en rootsrock meer…
Overdag lopen ze rond in witte boorden, de leden van Coastal Bend. Tim Hudson heeft een hoge functie aan de universiteit van Houston en ook de anderen hebben topbanen in het onderwijs. Maar op het podium dragen de Texanen geen stropdassen. De band ontstond nadat Hudson een politiek geladen nummer had geschreven over de tragische dood van negentien immigranten die achter waren gelaten in een vrachtwagen. Die tragische gebeurtenis vond plaats in 2003 in Victoria, een stad nabij meer…
Sinds Will Kimbrough zich samen met Tommy Womack lekker uitleeft in de band Daddy met heerlijke barroomrock, is zijn solowerk wat minder heftig geworden. Jammer? Dat valt nogal mee. Want zoals op Wings (Daphne Records) wederom het geval is, zijn het vooral de capaciteiten als songschrijver die diepe indruk maken. De meeste liedjes schreef Kimbrough overigens samen met anderen. Met Jeff Finlin, Todd Snider, Dave Zobl, Jimmy Buffett, Sara Kelley en Irene Kelley om meer…
De Zwitser Reto Burrell vertoefde een jaar in Los Angeles en Nashville om in deze tijden van crisis vol optimisme verder te werken aan zijn Amerikaanse droom. De cd-titel Go (Echo Park Music) drukt de daadkracht van Burrell uit en op het album vol Amerikaanse rock wordt dat overtuigend tot uitdrukking gebracht. De catchy liedjes kunnen zo op de radio, dit is de betere popmuziek voor ouderwetse FM. Burrell is schatplichtig aan Springsteen en Petty, maar het is zijn eigen verdienste dat zijn liedjes zo lekker rocken. Punky zelfs in afsluiter meer…
Allison Moorer begon zeven albums geleden met tamelijk veilige countrypop. Gaandeweg heeft ze steeds meer zeggenschap over haar muziek gekregen. Door haar huwelijk met Steve Earle werd ze ook geaccepteerd door liefhebbers van alternatieve country. Ook de soulplaten van haar zus Shelby Lynne wierpen een ander licht op de loopbaan van Moorer. Maar van dit alles is op Crows (Rykodisc/Rough Trade) weinig te merken. Dat wil zeggen, bij oppervlakkige beluistering. Want na meerdere draaibeurten valt toch wat twang en soul te ontwaren in meer…
Rond de kerst van 2005 heeft Nikki Sudden zijn cd The Truth Doesn’t Matter af. In het daarop volgende voorjaar toert Sudden door Amerika om zijn nieuwe materiaal uit te proberen voor publiek. Na een concert in New York op 26 maart 2006 overlijdt Sudden zeer plotseling. Nikki Sudden was een rocker in hart nieren en absorbeerde talloze stijlen en invloeden – Dylan, Neil Young, Rolling Stones, Faces, T.Rex, Shangri-Las, New York Dolls – en smeedde die om tot een eigen rootsy rock-‘n-roll-geluid. Geïnspireerd door de do-it-yourself-houding van de punk, meer…
Volgens de bio is deze vierde cd van Wrinkle Neck Mules long awaited. Bij die bewering kan ik mij niets voorstellen aangezien de band uit Richmond, Virgina tot het derde garnituur van americanabands behoort. Het zijn wellicht strenge woorden, maar ik zie Wrinkle Neck Mules niet zomaar promoveren naar een hogere divisie, ook niet met Let The Lead Fly (Blue Rose/Sonic Rendezvous). Dertien aardige liedjes in het countrybilly-genre, afwisselend gruizig en zoet-gevoelig, waar je je geen meer…
Wat heb ik als Amerikaans artiest aan een recensie op een Nederlandse website? Dat vroeg Michael G. Batdorf zich in eerste instantie af na het verzoek om zijn album Love Just Love (eigen beheer) op te sturen. Het illustreert de kleinschaligheid die veel Amerikaanse musici in het rootsgenre eigen is. Af en toe optreden en daarna wat cd’s verkopen, daarbij blijft het vaak. Dat is prima natuurlijk, maar het zou toch ook wel zonde zijn. Voor Batdorf zelf, maar zeker ook voor geïnteresseerden in Nederland. Want Love Just Love is een plaat meer…
Introductie behoeft Jon Dee Graham nauwelijks, al doet de inwoner van Austin, Texas weinig aan zelfprofilering. Dat hoeft ook niet; let the music do the talking. Graham kan bogen op een aantal fraaie platen – ik schat zijn debuut uit ‘97, Escape From Monster Island, het hoogst in – en een legendarische status met de True Believers, al leverde die maar een, matige plaat af. Enfin, terug naar het heden, terug naar het bijzonder fijne It’s Not As Bad As It Looks (Blue Rose/Sonic Rendezvous). Een ernstig auto-ongeluk in 2008 meer…
Op Wait… I Wasn’t Finished (CIA Nashville) doet Mark Wehner drie nummers die ik al ken van zijn cd That’s The Way That It Goes uit 2003. Na dat album was hij vooral druk met Americana Tonight, een wekelijkse radioshow waarin steeds vijf artiesten een kort optreden gaven. Wehner vond dat zoiets in Nashville nodig was, een programma waarin live-muziek centraal stond. Maar nu was het weer eens tijd voor zijn eigen muziek. Want hij was nog niet klaar als uitvoerend artiest. Een veelschrijver is Wehner meer…
Tift Merritt – Clare and the Reasons – Scott Kirby
Terwijl Tift Merritt werkt aan een nieuw studio-album verschijnt eerst Home Is Loud (Blue Rose/Sonic Rendezvous), een liveregistratie uit 2005, opgenomen in het North Carolina Museum of Art. Vooral lekker door het gloedvolle spel van haar begeleiders die meer…
Dat heeft even geduurd, maar hier is eindelijk aflevering 83 van de Altcountry.nl-podcast. Dit keer heb ik me niet zo leiden door de actualiteit, maar heb ik gewoon gekozen voor lekkere muziek. En dan kom ik uit op meer…
Als jonge broekies krijgen ze in 1963 gitaar- en banjoles van Jerry Garcia; vijf jaar later richten David Biasotti en Randy Groenke in Los Angeles, Californië met Perrin Muir en David McClellan Maxfield Parrish op. De band wordt ontdekt door Chris Darrow van de psychedelische folkband Kaleidoscope, die hun debuutalbum produceert en muzikanten meebrengt als David Lindley, Bernie Leadon, John Ware en John London – de laatste drie uit Linda Ronstadts begeleidingsband. Het enige album van Maxfield Parrish, It’s A Cinch To Give Legs To Old Hard-boiled Eggs, bevat meer…
Liveplaten, daar ben ik niet zo dol op. De liedjes moeten wel erg goed zijn, willen ze live bij je thuis net zo goed uit de boxen komen als vanaf een studioplaat. Ja, als je zelf bij het optreden bent geweest, dan is het anders. Maar ik was op 18 september 2009 niet in The Walnut House in Murfreesboro in Tennessee bij het optreden van Brian Molnar & the Naked Hearts. En het klinkt op Miss You (Avenue A Records) trouwens ook niet zo alsof er wel veel meer…
Met zijn vorige album The Velvet Rut kreeg Paul Curreri, inwoner van Charlottesville, Virgina, in Engeland de handen flink op elkaar, hier te lande is Curreri een relatieve onbekende. Je mag hopen dat daar bij California (Hi-Ya Recording/Sonic Rendezvous), zijn nieuwe cd, verandering in komt. Curreri heeft een mooie, zacht akoestische sound die gekenmerkt wordt door een omfloerste stem en een onderscheidende finger picking-gitaarstijl. Zijn vloeiende, warmbloedige songs genereren een heerlijk gevoel; bij Curreri voel je je snel op je gemak. meer…