Voor zover ik kan nagaan is The Hustler uit 2005 het laatste – schitterend broeierige – album van singer-songwriter Jeff Klein. Dat is (te) lang geleden. Opgewonden raakte ik dan ook toen ik vernam dat Klein nu een band aanvoert: My Jerusalem. De band is een collectief van muzikanten uit bands als The Twilight Singers (Greg Dulli’s band) en gospelkoor The Polyphonic Spree. Het resultaat van deze combine, Gone For Good (One Little Indian/Bertus), valt mij niet mee. Het stuitert alle kanten op, is springerig meer…
Op de website van Take Root is het tijdschema bekend gemaakt van het festival. Daarop valt te zien dat er ook nog een nieuwe naam aan de line-up is toegevoegd: Caitlin Rose. Rose is een jonge… uh, Tennessean singer-songwriter die net een eerste volwaardige cd heeft uitgebracht. Een tijdslotje is, door het wegvallen van Timbre Timbre, bovendien nog vrij. Verder vooral: keuzes, keuzes.
Op Spotify vind je trouwens een leuke Take Root 2010 playlist.
The Fling is een tamelijk nietszeggende bandnaam, die wat mij betreft de lading allerminst dekt. De non-descripte bandnaam doet namelijk niet vermoeden welke avontuurlijke muziek erachter schuilgaat. Avontuurlijk, omdat het jonge viertal uit Long Beach, California americana, indiepop, nu.folk en neo-psychedelica door elkaar husselt en van het verkregen mengsel bijzonder fijne uit gestapelde vocalen opgebouwde liedjes brouwt. Daarnaast is de sound van The Fling lekker groezelig en als het ware onttrokken aan de echoput. When The Madhouses Appear meer…
This machine kills hope staat op de gitaar van Shadwick Wilde. Dat is wel even wat anders dan de tekst die Woody Guthrie op zijn gitaar had staan: this machine kills fascists. Dat was een duidelijke boodschap, nu vraag je je toch even af of die woorden gericht zijn tegen Barack Obama. Immers, die baseerde zijn hele verkiezingscampagne op hoop. Maar nee, met Obama heeft het niets te maken. Er spreekt inderdaad weinig hoop uit de liedjes op Unforgivable Things (eigen beheer), maar van racisme, waar je dan toch even voor vreest, is geen meer…
Outside Of Tupelo (Vinyl Record Company) is al de tweede cd dit jaar van Steven L. Smith. Eerder bracht hij als S.L. Smith Band The Journal uit, een krachtig album vol verhalende songs (zie recensie). De onderwerpen op Outside Of Tupelo lopen iets meer volgens bekende stramienen en zijn bovendien wat dikker aangezet. Als dat het gevolg is van opnemen in Nashville, dan moet Smith de volgende keer maar weer gewoon een studio in zijn eigen staat (New York) opzoeken. Daar heeft hij contacten genoeg, mede door zijn bezigheden als meer…
Deze Canadese band draait al een tijdje mee, maar ik had nog niet eerder van ze gehoord. Blij dat ik dat nu wel heb, nu een verzoek om het vierde bandalbum toe te zenden werd gehonoreerd. Cuff The Duke is al professioneel actief vanaf 2002 en levert nu met Way Down Here (Noble Recording Co.) zijn fraaie vierde cd af. De band uit Toronto voert hier een interessante mix ten tonele van old school countryrock – de harmonieën van The Eagles in combinatie met snijdende Neil Young-gitaarsolo’s – en indie alt.country. Zo doet het kwartet denken aan meer…
Onlangs bespraken we hier al het debuut van The Golden Cadillacs uit Sacramento, deze keer aandacht voor The GoldDiggers uit San Francisco. Het titelloze debuut The GoldDiggers (eigen beheer) wordt door de mannen zelf aanbevolen met een omschrijving waarin gerept wordt over de invloed van songwriters uit Texas, de explosieve energie van de Blasters, de Joe Ely Band ten tijde van Musta Notta Gotta Lotta en de honky tonk van Commander Cody. Nou dan heb je mijn aandacht wel getrokken. Ted O’Connell (zang, gitaren, bas) is de meer…
Philippe Custeau en C-Antoine Gosselin hebben de taken duidelijk verdeeld. Custeau schrijft de teksten, Gosselin bouwt daarmee aan de compositie. En ook al is Custeau de man van de teksten, Gosselin is de belangrijkste zanger van Jake and the Leprechauns. At Midnight, The Birdsong (Landlocked Records) is de derde cd van de band uit de Canadese provincie Quebec. Custeau (elektrische gitaar, pedal steel en ander lawaai) en Gosselin (gitaren, mandoline, ukulele, piano, orgel, banjo, vibrafoon, meer…
Het zijn jeugdvrienden uit Kingston, Canada, die na high school en high schoolbands in 1983 The Tragically Hip – de naam ontleend aan een Michael Nesmith-video – oprichten: zanger Gordon Downie, gitarist Bobby Baker, bassist Gord Sinclair, drummer Johnny Fay en een Noord-Amerikaanse saxofonist die al snel het veld ruimt voor ritmegitarist Paul Langlois. Zat van de zielloze nep-rock-’n-roll van Noord-Amerikaanse bands die optreden in de dranklokalen in hun woonplaats Kingston, gaat The Hip zijn eigen rock-’n-roll spelen. Aanvankelijk komen ze alleen meer…
Allereerst iets over het fraaie artwork van de in een digipack gestoken cd Rudymentary (eigen beheer/Sonic Rendezvous) van Rudy & his Fascinators. Daarin zijn stijlkenmerken te herkennen van de hoezen op het fameuze jazzlabel Blue Note. De zwart-wit foto en het gebruik van slechts enkele kleuren, zo had ontwerper Reid Miles het ook kunnen doen. Een vergelijkbare stijl werd in de jaren tachtig gehanteerd door het Engelse platenlabel Charly, dat vooral veel oude rhythm and blues meer…
Altijd maar weer ben ik diep geraakt door de producties van T-Bone Burnett: Burnetts eigen titelloze plaat uit 1986; het debuut van Peter Case; Joe Henry’s Shuffletown; Elvis Costello’s King Of America; Gillian Welch’ Revival; of Jakob Dylans Women + Country, to name a few. Heden voeg ik daaraan toe No Better Than This, het onvoorstelbaar verrassende nieuwe album van volbloeddemocraat en americanaveteraan John Mellencamp. Nooit had ik verwacht dat John ‘Cougar’ Mellencamp nog eens met een relevante plaat op de proppen zou komen. Welnu, meer…
Ze wonen op een boerderij in het Zuidwesten van Engeland, maken muziek en runnen een platenwinkel. Ze zijn met z’n vijven, kleden zich alsof de tijd 80 jaar heeft stil gestaan en hebben zich vernoemd naar bandleider Rupert Morrison. En o ja, een niet onbelangrijk detail: The R.G. Morrison maakt prachtige muziek; ergens tussen Britse folk en americana; tussen dromerige, akoestische singer-songwritersliedjes en country noir. In de meerstemmige zang vindt The R.G. Morrison bovendien aansluiting bij de huidige generatie neo-folkies, zoals bijvoorbeeld meer…
David M. Cross is gezegend met een fraaie donkere stem waarmee hij zo de rol van Mark Lanegan bij Screaming Trees had kunnen overnemen. Of die van Greg Sage bij Wipers. En laten we dan de (vergeten?) Chris D. (Divine Horsemen/Flesh Eaters) ook maar eens noemen. Our Refining Days (eigen beheer) is het derde album van Strange Rebel Frequency, het collectief dat Cross aanvoert. Over het debuut House Of Four And Hearts waren we zeer enthousiast, de tweede cd Sans Restless Memory was een stuk minder. Deze derde is weer meer…
Het is een beetje gek: The Black Crowes vieren hun 20-jarig bestaan met de min of meer greatest hits dubbel-cd Croweology (Silver Arrow/Bertus), terwijl de broertjes Robinson aankondigen met een langdurige sabbatical te gaan. Jammer wel, want The Black Crowes waren met de albums Warpaint (2008) en Before The Frost… Until The Freeze (2009) een bijzonder vitaal tweede leven begonnen. Enfin, het tijdelijke afscheid wordt gevierd met niet zomaar een plaat – zelfs twee voor de prijs van een – want Croweology meer…
Er zijn van die albums waarvan je al na een paar draaibeurten weet dat je de muziek heel lang zult koesteren. Dit titelloze Jack Wilson (eigen beheer) is zo’n cd. Jack Wilson maakt organische countryrock van een pracht zoals we het kennen van The Band. Hij brengt een soort stijlvariant die het best te situeren valt in uitgestrekte wouden. Net zoals bij The Band het geval was dus. Ook die band maakte eigenlijk nooit pure countryrock. Jack Wilson komt overigens gewoon uit een stad. Twee steden eigenlijk, want hij verdeelt meer…
Tracy Bonham – Carrie Rodriguez – Judy Collins – Mary Kastle – Eleanor Angel – Lucie Thorne – Dafni
De klassiek geschoolde violiste/pianiste Tracy Bonham scoorde in 1996 een hit met Mother Mother, een nogal schreeuwlelijk werkje voor de MTV-generatie. Op haar laatste cd’s is ze ambitieuzer in de weer. Op het door haar zelf geproduceerde Masts Of Manhatta (Continental Song City/Munich) verkent ze Woodstock en Brooklyn, de meer…
Well After Awhile (Nine Miles Records/Sonic Rendezvous) is het tweede solo-album van Gourd Kevin Russell, ditmaal verschijnend onder het nom de plume Shinyribs. We zijn van de Texaan Russell gewend dat hij met The Gourds muzikaal pleegt rond te zwerven in het Appalachen-gebergte, maar voor Well After Awhile blijft hij dichter bij huis, want in de swamps van Louisiana. Dat betekent soms een funky onderstroom zoals in het lekkere groovy East Tx Rust, maar vooral bayou-rock in de trant van The Bands Up On Cripple Creek en geweldige countrysoul. Luister maar eens meer…
Bijna op het eind van Tin Can Trust (Proper/Rough Trade), het nieuwe album van Los Lobos, komt met Mujer Ingrata alsnog pure tex-mex aan bod. Met die accordeonmuziek werd de band beroemd en veel fans betreuren het dat in de loop der jaren de Mexicaanse roots naar de achtergrond zijn verdwenen. Of dat ook werkelijk zo is, is overigens de vraag. De bandleden hebben in diverse gelegenheidsformaties eerder nog dieper gegraven naar de wortels. Soms leidde die experimenteerdrift tot iets meer…
Jack White bracht als producer van Van Lear Rose Loretta Lynn in 2004 onder de aandacht van het hippe volkje. De comeback leverde de toen 69-jarige countryzangeres haar meest succesvolle album op. Met Eilen Jewell Presents Butcher Holler ( A Tribute To Loretta Lynn) (Signature Sonds/CRS/Munich) staat de coal miner’s daughter geheel terecht opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Dat het Eilen Jewell geen enkele moeite kost om in de huid te kruipen van Lynn hoeft geen betoog. Op haar reguliere cd’s heeft ze meer…
Hij staat een tijdlang te boek als de snelste gitarist ter wereld, een reputatie die hij verwerft op het Woodstock-festival. Alvin Lee, Ten Years After en ‘I’m Going Home’ zijn onverbrekelijk verbonden met het legendarische festival. Vanaf 1969 toeren Alvin Lee en zijn Ten Years After dan ook onafgebroken door de Verenigde Staten, wat de Britse gitarist grote successen brengt, een overvolle agenda en de uitputting nabij. Na talloze hit-albums vol dampende bluesrock vindt Lee het in 1972 welletjes – hij is op zoek naar iets anders. Dat vindt hij in Mylon LeFevre, meer…
Een tijdje geleden hing Ryan Adams, als uitvoerend muzikant, zijn gitaar in de wilgen. Een schijnbeweging blijkt nu. Na een paar digitale singeltjes kondigt hij op zijn Facebookpagina de komst van maar liefst 4 cd’s aan. Eerst III en IV die nog zijn opgenomen met The Cardinals. Verder een soloplaat met ouder materiaal die Blackhole gaat heten en er zijn ook nieuwe solo-opnames die waarschijnlijk in 2011 het daglicht gaan zien. Het lijkt onwaarschijnlijk, maar hij heeft het eerder gedaan: 3 platen in 2005, weet u nog?
US Raills is de voortzetting van 4 Way Street, een collectief dat bestond uit vier singer-songwriters uit Philadelphia, Pennsylvania: Ben Arnold, Joseph Parsons, Scott Bricklin en Jim Boggia. De kern van US Rails, evenals de muziek, is nagenoeg hetzelfde als 4 Way Street, alleen heeft Boggia plaatsgemaakt voor Texaan Tom Gillam en is Matt Muir (opnieuw) op de drumkruk gaan zitten. De vriendenclub brengt zijn zelfgetitelde debuutplaat uit bij het voor hen vertrouwde Blue Rose Records (distributie Sonic Rendezvous). Een ieder brengt meer…
Je hebt soul die uit de tenen komt. Denk aan de krachtige uithalen van Otis Redding. En je hebt ook soul die op een laag vuurtje staat te sudderen. Waarbij het om de totale overgave gaat. Meestal aan de liefde. Een voorbeeld? Al Green natuurlijk! Sudderende soul maakt ook Frazey Ford op Obadiah (Nettwerk/Munich). Dat lijkt een eind verwijderd van haar voorgaande albums met The Be Good Tanyas, toch in de eerste plaats folk en country. Die schijn bedriegt, want ook het ingehouden enthousiasme was altijd de sterkste troef van meer…
Na de prachtige zwaar countryrockende samenwerking met Eddie Seville op La Collaborazione Dei Due is ook dit What Remains (Cottage Sound Recordings) van Steve Mednick weer een geslaagd album. De uiterst productieve uit New Haven, Connecticut, afkomstige Mednick werkt ook op zijn nieuwste overigens gewoon weer samen met Seville, die als producer, multi-instrumentalist en verantwoordelijke voor de arrangementen weer een belangrijk stempel heeft gedrukt op het eindresultaat. Mednick meer…
Vorig jaar bespraken we al de Canadese release van Six Shooter, maar Dustin Bentalls tweede heeft nu ook een welverdiende Europese release bij Blue Rose (distributie Sonic Rendezvous) gekregen, reden waarom de recensie op herhaling gaat.
De associatie van de countryrock-outlaw met elektrische gitaar met de revolverhelden van het Wilde Westen is een voor de hand liggende en vaak gebruikte metafoor; het verst doorgevoerd door The Eagles met Desperado. Dustin Bentalls nieuwe, Six Shooter, meer…
Niet alleen in het nummer Turn To The Bottle zet Shiloh Lindsey de fles aan de mond. Dat gebeurt veel vaker op deze behoorlijk stoere collectie liedjes. Toch besluit ze Western Violence & Brief Sensuality (Gilded Gold Records) met Tired Of Drinking, maar of ze dat werkelijk meent is de vraag. Want dat kun je makkelijk zeggen als je net wakker wordt feeling like shit from the night before. Bovendien, het hele café zingt mee in het nummer. ‘The whiskey sippin darling of the Vancouver country scene’, noemen ze de Canadese in meer…
Southern rock is terug. Dat is natuurlijk al het geval sinds het debuut van Black Crowes en dat is toch al weer een aardig tijdje terug; niettemin is het opvallend dat er de laatste tijd regelmatig bands opduiken die het genre levend weten te houden. Wat te denken bijvoorbeeld van Sweetkiss Momma, dat debuteert met het prima Revival (eigen beheer). De band komt uit de staat Washington, in het noordwesten van Amerika dus. Dat southern rock niet voorbehouden is aan rednecks is al eerder bewezen door The Whipsaws uit het nog meer…
Zoals zoveel Amerikanen had Peter Case geen ziektekostenverzekering toen hij begin 2009 opeens last kreeg van zijn hart. Artiesten zijn vaak onverzekerd, maar hebben dan wel het voordeel dat ze kunnen rekenen op fans en collega’s. Voor Case werd een benefietconcert georganiseerd. Op Wig (Yep Roc/Munich) toont de singer-songwriter uit Los Angeles zijn dankbaarheid met een enorme gedrevenheid. Die laat zich vertalen in een lekkere portie rauwe meer…
Larry Jon Wilson is dood. Hij overleed op 21 juni 2010 in Augusta, Georgia aan een hartaanval. Wilson werd 69 jaar. Het bekendst is hij geworden door zijn verschijning in de film Heartworn Highways, waarin hij ‘Ohopee River Bottomland’ vertolkt. In 1975, in hetzelfde jaar van Heartworn Highways, debuteert de 34-jarige chemicus met New Beginnings, een prachtige verzameling liedjes die de liefde bezingt van zijn geboortegrond in zuidoost Georgia. Met een indrukwekkende bariton zingt Wilson over zijn mensen, die daar leven, makin’ love meer…
Lucinda Williams laat op haar Facebook-pagina weten dat haar nieuwe cd opgenomen is. Hij gaat Blessed heten en er staan 12 liedjes op: Buttercup, Don’t Know how You’re Livin’, Soldier’s Song, Blessed, Awakening, Ugly Truth, Copenhagen, Seeing Black, Born To Be Loved, Kiss Like Your Kiss, Convince Me, Sweet, Sweet Love. Over een releasedatum is nog niets bekend. Overigens was al veel eerder sprake van een cd die Blessed zou gaan heten. Kindamuzik berichtte daar in 2006 al over.