Ouray was in de negentiende eeuw een indianenhoofdman van de Ute, die zich hadden gevestigd in het noorden van wat nu Colorado en Utah is. Naar dit opperhoofd vernoemde de countryrockband Ouray zich, al is dit kwintet wel, zo’n duizend mijl verwijderd daarvan, afkomstig uit Chicago, Illinois. Eind jaren zeventig produceert Ouray twee albums – de tweede overigens in 1981 –, waarvan het debuut Chrome on the Range alleszins de betere is.
Chrome on the Range speelt zich af op het snijvlak van de countryrock van Poco en The Eagles, zoals overduidelijk in Stronghold, en de meer…

Als je in 1977 op de dinsdagmiddag naar Alfred Lagarde’s Betonuur luisterde, dan kwam naast Boston, Foreigner, Styx en AC/DC ook Stillwater voorbij met Mind Bender of Fantasy Park, beide nummers van de gelijknamige debuutelpee. Stillwater is, getuige de release van het album op Capricorn Records een southern rockband, en afkomstig uit een dorp dichtbij Macon, Georgia. Meer southern rock kun je het niet krijgen. Opgenomen in Studio One in Atlanta, Georgia, met Atlanta Rhythm Section-producer Buddy Buie, is Stillwater een fijne rockplaat en niet per
De powerpoppers van Deleted Waveform Gatherings willen na vier albums wel eens wat anders. Dus halen Øyvind Holm (zang, gitaar) en Hogne Galåen (gitaar, zang) in 2012 onder anderen de Noorse pedalsteel-goeroe Roar Øien (Too Far Gone) erbij. Het Trondheimse duo nodigt niet alleen verschillende muzikanten uit, zoals Deleted Waveform Gatherings drummer en Motorpsycho’s Brent Sæther (bas, mellotron), maar kiest ook voor een nieuwe bandnaam: Sugarfoot.
In 1969 ontmoet Wayne Perkins de broers Steve en Tim Smith in de Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama. Perkins is daar sessiegitarist, Steve Smith technicus en songschrijver. In 1970 komt vanuit Londen reggaezanger Jimmy Cliff samen met Island-baas Chris Blackwell naar Muscle Shoals, waarna Blackwell flink wat Britse Island-acts, onder wie Traffic, naar de studio van The Swampers haalt. Als Steve Smith samen met zijn broer Tim en Wayne Perkins gedurende 1971 in dode studiotijd een album opneemt van songs door de drie geschreven, biedt Blackwell het drietal aan de plaat te
De folkrock van Amerika enerzijds – The Byrds, Buffalo Springfield – en die van Engeland anderzijds – Fairport Convention – landt begin jaren zeventig ook in Canada. In Montreal richten Jack Winters, Heather Woodburn en Judy Harman zo rond 1971 de folkrockgroep Tapestry op. Winters is de grote man: hij is de zanger, gitarist en componist; Woodburn en Harman de ondersteunende zangeressen. Tapestry tekent een lp-contract met Polydor, releaset een single en verschijnt, met onder anderen Terry Jacks, The Stampeders en April Wine, op de succesvolle verzamel-lp Maple Music Vol. I. 

White Duck wordt in Fond du Lac, Wisconsin opgericht door Don Kloetzke, Paul Tabet en Mario Friedel, inwoners, en de uit Lubbock, Texas afkomstige broers Rick en Lenny Fiel. Hun zelfgetitelde debuutelpee is in 1972 een fraaie beatleske baroqueplaat, bomvol heerlijke melodieuze popliedjes. Maar kort na de release verlaten de frontmannen, de broers Fiel, het schip. Kloetzke (zang, gitaar, piano), Friedel (zang, gitaar) en Tabet (drums, zang) besluiten, hoewel nu een andere groep, onder dezelfde naam door te gaan. Bij hen voegt zich een 20-jarige singer-songwriter uit Indianapolis, Indiana, die
De combinatie countryrock en totale obscuriteit geeft beslist een hit bij de Seabird Band. Want wat kunnen we te weten komen over de Seabird Band? Zo’n beetje niets. Maar wel heeft de band in 1978 een erg fijne countryrockplaat afgeleverd. Ze zijn met z’n vijven en komen uit Norfolk, Virginia. Eerst zijn er in 1977 een tweetal singles, Don’t Disguise en Shine the Light, vervolgens verschijnt een jaar later de elpee op het private press-label Waylon Records – wat er voor garant staat dat het aan ieders aandacht ontsnapt. Maar die plaat is er dus 


