Over Leslie and the Badgers schreef ik al eens eerder en dan met name over de prachtige hoes van Greetings From… Dat was een ep die louter als download verkrijgbaar was, op zich al een belachelijke manier van muziek verspreiden, maar met zulk schitterend artwork helemaal zonde. Gelukkig is Roomful Of Smoke (eigen beheer) wel als fraai verpakte digipack op cd verkrijgbaar. Leslie is een klassiek geschoolde zangeres die gitaar speelde in een punkband, maar met de avontuurlijke alternatieve country helemaal haar stijl meer…
Over de fraaie voorganger Confluence schreven we dat de combinatie van saloonrock en salonorkest van Majors Junction klonk alsof de woestijn was verstopt onder een enorme lap rood velours. Over Good vs Evil (North Of Nashville Records) zijn we toch net iets minder enthousiast. Wederom is er sprake van een zekere vorm van elegantie, de band uit Chicago speelt enigszins ingehouden, maar net zo makkelijk zou je de nadruk kunnen leggen op de hoekige afwerking. Alsof de nummers nauwelijks een repeteerfase is gegund. Een voordeel meer…
Hoewel niet echt productief, behoeft het nauwelijks uitleg wie The Mother Hips zijn. Ze draaien namelijk al zo’n 18 jaar mee in de rock-tredmolen. Ooit golden ze – aangejaagd door Rick Rubin – als grote beloften, maar dat maakten The Hips, in de personen van Tim Bluhm en Greg Loiacono, simpelweg niet waar. Mooie platen maakten ze wel. Ongebroken en in de luwte manoeuvrerend bleven The Mother Hips platen op het snijvlak van countryrock en powerpop afleveren. Na het geweldige Kiss The Crystal Flake (2007) is het even fraaie Pacific Dust meer…
Dromerige folk kenmerkte het debuut van Marten de Paepe. De opvolger die begin volgend jaar verschijnt is een stukje steviger en beschikt volgens eigen zeggen over “een van de beste liedjes uit de pophistorie”. Een interview met een muzikant die liever achterom kijkt dan vooruit. meer…
Dit Collecting Demons (eigen beheer) is een cd waar ik niet snel genoeg van krijg. Het Californische Longliner verenigt de barroomsound van Bottle Rockets met de woestijnrock van Woodcocks. Rechtlijnige gitaarsolo’s van Eric Marston, want waarom zou je moeilijk doen op zijn ding als dat van zichzelf al zo lekker klinkt? Collecting Demons begint sterk met Never A Princess: I never wanted a wife, I love my own life, loose women were my best friends. En ook Stick On The Dash is lekker stoer: I was born with diesel in my blood. Songschrijver meer…
Nee, het fraaie artwork van dit aangenaam verpakt cd-tje (digipack zonder plastic) is nu eens niet van Jon Langford, maar van ene Ryan Loiselle. De tekening doet recht aan dit uiterst coole plaatje met een speelduur van 25 minuten. Ghostcountry (Viva Tacoma Records) is ook al een titel die past bij de lichtelijk bevreemdende sfeer die James Hilborne & The Painkillers bewerkstelligen. David Lynch zou zijn voordeel kunnen doen met deze muziek. James en zijn kornuiten wonen aan de baai Puget Sound in de Amerikaanse staat Washington. Daar komen meer…
Cy Coleman – Klein – Sonja van Hamel – Angie Palmer
Op The Best Is Yet To Come – The Songs Of Cy Coleman (New West/Sonic Rendezvous) wagen zangeressen als Patty Griffin, Jill Sobule, Sara Watkins, Madeleine Peyroux en anderen zich aan het repertoire van de uit New York afkomstige componist. Coleman (1929-2004) schreef muziek voor meer…
Nee, dit is geen americana, in de verste verte niet. Mooi is het wel, tenminste als je van dromerige popsinger-songwriters houdt. Michael Miller is een talentvolle zanger en componist uit Californië, die zich in zijn levensonderhoud voorziet met het tekenen van wenskaarten voor Hallmark. Bij de toegezonden promo zat dan ook een grappige tekening van de hand van Miller gevoegd. Maar ook muzikaal beschikt Miller over een interessante signatuur, zo blijkt uit I Made You Up (Shiny Shiny), zijn tweede plaat. Hij krijgt hierop hulp van niet de minsten, zoals meer…
Als Hugh Nicholson (zang, gitaar, toetsen), Ian MacMillan (zang, bas, gitaar) en Timmy Donald (drums) in 1973 Blue oprichten, hebben ze hun sporen reeds verdiend in bands als The Poets, White Trash en Marmalade. Vanuit Glasgow, Schotland bedienen ze het Verenigd Koninkrijk met melodieuze popmuziek à la Badfinger en Big Star, en debuteren op Robert Stigwoods label met het fraaie zelfgetitelde Blue. Na de toevoeging van gitarist Robert ‘Smiggy’ Smith vertrekt Blue naar Californië om daar het tweede album op te nemen. Dit geschiedt in meer…
Aan mooi zingen doet Luke Powers niet. Geen kwestie van onwil, hij heeft er gewoon de stem niet voor. Als een James McMurtry zwoegt hij zich op tamelijk monotone wijze langs de woorden. Toch is Running To Paradise (eigen beheer) een prima cd. Powers kan namelijk songschrijven als de besten. Zijn liedjes klokken meestal zo rond de drieëneenhalve minuut, maar verder heeft hij geen boodschap aan (ongeschreven) regels. De zang op opener Johnny Rotten Come To Jesus is belabberd, maar het meer…