Up On The Roof kun je fijn naar beneden kijken, naar wat er op straat gebeurt, Up On The Roof speelden The Beatles. Up On The Roof (PIAS) is het derde solo-album van Jelle Paulusma, de voormalige voorman van een van Neerlands allerbeste bands, Daryll-Ann. Paulusma gaat, een beetje tegen de keer in, steeds maar weer door met het maken van avontuurlijke, doorleefde platen. Op deze derde klinkt Paulusma relatief opgewekt en het lijkt erop dat de vertrouwde Daryll-Ann-sound weer tot leven is gewekt. De gitaren zijn namelijk gelaagd en meer…



Net als op het twee jaar geleden verschenen For The Mission Baby klinkt To Drink The Rain (Music Road Records/Munich) van
Mooie titel is dat, Barn Doors And Concrete Floors (Continental Song City/Munich). Daarin komen platteland en stad samen; country en rock.
Met haar schorre stem zingt
Talent plenty, maar platenmaatschappij Warner Bros houdt de Ierse singer-songwriter Eamonn O’Connor in een ijzeren beklemming waaruit geen ontsnappen mogelijk lijkt. O’Connor vlucht echter naar Bastrop, Texas, neemt het alias
Die stem van
Een gitaar die bijna het hele liedje vooraf gaat aan een fijne golvende melodie, het heeft veel weg van de ondanks alle wereldellende toch altijd optimistische folk die in de jaren zestig gemaakt werd. Na dat eerste nummer Steal The Heart volgt Long Gone dat iets zwaarder wordt aangezet. In dat liedje komen vooral de Texaanse roots boven.
Brian Johnson and the Acquitted
Several Shades Of Why (Sub Pop/De Konkurrent) is het langverwachte solodebuut van J Mascis, al decennialang de drijvende kracht achter Dinosaur Jr. Hoewel Mascis Dinosaur Jr. een aantal jaren geleden nieuw leven inblies, liggen de hoogtijdagen van de noisy gitaarpop van het powertrio alweer een kleine 20 jaar achter ons. Het is daarom des te verheugender vast te stellen dat dit solodebuut een klein akoestisch meesterwerk is. De lekker luie stem van Jay Mascis blijft uit duizenden herkenbaar, maar die wordt nu eens niet begeleid door
Een leuke heruitgave tussen al dat rereleasegeweld is Labour Of Lust (Proper Records/Klanderman Promotion) van de dan nog toekomstige stiefschoonzoon, of zoiets, van Johnny Cash. Nick Lowe maakt in ’78 samen met Dave Edmunds deel uit van Rockpile. Gedurende acht weken lang gaan de Rockpilers na een pub-optreden flink aangeschoten de studio in om gelijktijdig een plaat voor zowel Edmunds als Lowe op te nemen. Lowe’s aandeel, Labour Of Lust, klinkt opvallend helder en knisperend en bevat een hele lading popsongs geïnspireerd op 