Founding father van The Oxpetals is de boomlange Guy Phillips. Bij uitstek een vroege hippie, die al vanaf de vroege jaren zestig de bandleden van The Lovin’ Spoonful en ook Emmylou Harris tot zijn vrienden rekent. Zijn status wendt hij aan om met jongere gastjes uit Roanoke, Virginia The Oxpetals op te richten, die aldus in 1967 een single mogen opnemen voor het Musicor-label – en vervolgens worden gedropt.
In 1970 inmiddels een hippiecollectief, verhuizen The Oxpetals – met aanhang – naar Moosepack Lake, New Jersey en stichten daar in een groot huis aan het meer een commune. De New Yorkse contacten van Phillips bezorgen The Oxpetals – Phillips (bas), Benjamin Herndon (zang, gitaar), Steven Pague (zang, gitaar), Robert Webber (keyboards) en Daniel ‘Ace’ Allison (drums) – een contract bij Mercury Records, die ze hun New Yorkse studio instuurt met als producer Phillips’ vriend Steve Boone van The Lovin’ Spoonful. The Oxpetals, Mercury Records en Steve Boone blijken een mooie combinatie, getuige The Oxpetals.
Wat de hippies van The Oxpetals doen is de akoestische gitaren van de folk vermengen met de scherpe elektrische van de countryrock en daar overheen een deken leggen van slome, dromerige psychedelica. Traag is het, maar daarentegen is de meerstemmige zang voortreffelijk en zijn de songs harmonieus. De geweldige opener Don’t Cry Mother combineert dit direct al: samenzang, een rammelend ritme, schrapende gitaar en een bonkende piano. Dit fraaie amalgaam zet zich voort in schitterende countryliedjes als het CS&N-achtige I Still Remember, het heerlijke groovende Doin’ It, en verder in een reeks van superbe slome songs, zoals het dromerige March 22, de op de golven van de Hammond voortrollende What Can You Say en Declaration of Oneness, en niet in de laatste plaats in het pastorale Down From the Mountain, een albumhoogtepunt. Voeg daarbij sterke rocksongs als Silent Partner, You Can’t Hide From the Rude Owl en de Déjà Vu-achtige afsluiter Glory To The Skies, en je hebt een ijzersterke hippie-countryrockplaat in handen.
Dit alles wordt nog eens kracht bijgezet door de verpakking, kosten noch moeite lijken gespaard de luisteraar mee te nemen in de hippiewereld van The Oxpetals: binnenin de klaphoes spreidt zich een royale portfolio uit met foto’s van de mannen spelend op de veranda, een luchtfoto van het communehuis en ook de teksten van de songs. Het is een weelderige verpakking, die het Mercury-label het nodige zal hebben gekost – en er weinig voor teruggekregen zal hebben. Want het zelfgetitelde album van The Oxpetals doet bij de release in 1970 namelijk helemaal niks. Zo’n beetje gelijktijdig lost de band op in een mist van hippiezelfverheerlijking – de doodsteek en het einde.
The Oxpetals. Mercury Records, Don’t Cry Mother│I Still Remember│Doin’ It│What Can You Say│The Lazy Station│March 22│Declaration of Oneness│Down From the Mountain│Silent Partner│Stephanie│You Can’t Hide From the Rude Owl│Glory To the Skies




04/03/2026 Permalink
I’ve never seen this lp anywhere before out, it’s completely unknown to me. It’s always amazing how much you know.
THANKS