Tussen het grunge-geweld uit Seattle is het debuut van Pete Droge in 1994 een totale verrassing. Toegegeven, Droge, 25 jaar, behoort tot de Seattle-scene van slackers en neo-hippies die opgroeien met punk en metal, maar anderszins is Droge evenzeer een Dylan-adept. Na dienst gedaan te hebben in punkrockbandjes struint Droge, gewapend met akoestische gitaar, voortaan liever de koffiehuizen af. Pearl Jam-gitarist Mike McCready is nogal enthousiast over de ironische, stemmige liedjes van Droge en neemt een demo op van de songs, die hij vervolgens aan producer Brendan O’Brien laat horen. Ook O’Brien is meer…


Er liggen heel veel nieuwe albums te wachten op een recensie. Die moeten echter nog even wachten. Eerst namelijk aandacht voor South Atlantic Blues (Saint Cecilia Knows/V2) van Scott Fagan. Het gaat hier om een genegeerd meesterwerk uit 1968 op Atco Records, dat nu voor het eerst op cd is uitgebracht. Mooi trouwens, al die vergeten klassiekers die uit de archieven worden opgedoken door labels waar echte liefhebbers het voor het zeggen hebben. Dit is een plaat met een verhaal. En bovenal een plaat met prachtige muziek. De afgelopen maanden heeft
‘My name is Thomas Jefferson Kaye, I was born in North Dakota / I went to New York one day, where I learned myself to get loaded’. Zo introduceert Thomas Jefferson Kaye zichzelf In het openingsnummer van First Grade en gaat dan verder met: ‘And we learn to fly in Northern California’. Pas in Californië begint Tommy Kaye in 1972 aan een solocarrière, terwijl hij dan al jarenlang een drukbezet producer en tekstschrijver is. Als producer was Thomas Jefferson Kaye namelijk betrokken bij beroemde singles als ‘Denise’ van Randy and the Rainbows en ’96 Tears’ van Question Mark & the Mysterians, bij albums van
Eergisteren overleed Glenn Frey. Inderdaad een van de dragende leden van the Eagles. Maar ook voor de Eagles was Frey al actief, o.a. bij Bob Seger en in Longbranch Pennywhistle. Een goede reden om het stof van deze Vergeten Klassieker af te blazen. In 2007 schreef Wiebren Rijkeboer op deze pagina’s het volgende over die plaat.
Er is in de jaren zestig het nodige moois uit Canada gekomen. Van sterren als Neil Young, Joni Mitchell en Gordon Lightfoot tot minder bekende goden als Ray Materick, Bruce Cockburn, en Bob Carpenter. Hoewel de naam David Wiffen (1942-) al decennia langs de rand van de vergetelheid zwerft, hoort ook hij in dit rijtje thuis.
Singer-songwriter Val Stoëcklein begon zijn carrière in folkrockband The Blue Things. Liefhebbers van psychedelica kennen die band uit Kansas wellicht van The Orange Rooftop of Your Mind (1966). Maar Stöeckleins loopbaan nam al gauw een andere wending. In 1967 verliet hij de band om ‘gezondheidsredenen’: hij werd opgenomen in een psychiatrische instelling.
“She’s the female Townes van Zandt,” zei de Bulgaarse platenverkoper in gebroken Engels. Onderwijl viste hij een plaat van een stapel. Op de cover zag ik een jonge vrouw met een lichtblauwe trui, die over leek te gaan in de zee op de achtergrond. De verkoopstrategie van de Bulgaar – die wist hoe hoog ik Townes had zitten – sorteerde succes: ik ging naar huis met de debuutplaat van Kate Wolf (1942-1986).
De Sgt. Pepper van de folkmuziek, zo werd zijn beste album genoemd. Hij werd vergeleken met Randy Newman en Leonard Cohen, zelfs met Wagner en Kurt Weill. Over de mening van de recensenten had David Ackles (1937-1999) weinig te klagen. Ook zijn collega’s hadden hem hoog zitten: Elton John geneerde zich eens omdat Ackles voor hém opende – en niet andersom; later zong hij met Elvis Costello een stemmige versie van Ackles’ compositie ‘Down River’. Het enige probleem: het publiek liet Ackles’ albums en masse links
Begin jaren zeventig verscheen een raadselachtige Canadees op het muzikale podium. Hij nam een tiental nummers op en verdween in een klooster in Californië. Zijn vergeten folkklassieker Silent Passage wordt nu heruitgebracht.
