Gezien het onmiddellijke succes van August And Everything After lijkt het of het alsof het allemaal van een leien dakje ging voor Adam Duritz en zijn band, Counting Crows. Niets is minder waar. Barstensvol zelfkwelling en ziekelijke twijfel lijkt Duritz nauwelijks opgetogen als Counting Crows – waarvan de leden allen de dertig al naderen – in het voorjaar van 1992 getekend worden door Geffen Records. Opnemen in een grote studio zit er niet in wat Duritz betreft. Op advies van Duritz’ held Robbie Robertson kiest de band voor de opnamen meer…

Robert Clark Seger is al meer dan tien jaar als muzikant onderweg, voordat hij zelf de touwtjes in handen neemt. Op Seven (1974) is Bob en alleen Bob de baas. In 1961 heeft Bob Seger zijn eerste bandje in Detroit, Michigan, stad van Motown en the home of rock & roll. Na The Decibels volgen The Town Criers, The Omens en de novelty-act The Beach Bums. Als solo-artiest scoort Seger bescheiden hits in het Midwesten, maar regie en repertoirekeuze zijn in handen van zijn platenlabel. Eind jaren zestig neemt Bob Seger de regie over en richt zijn eigen management op.
In korte tijd zijn The Doobie Brothers een grote naam. Vanuit San Jose, Californië, en protegés van Moby Grape’s Skip Spence, trekken The Doobies – slang voor marihuanasigaret – langs de bikersfestivals van Noord Californië. Twee jaar later, in 1972, heeft de band – geleid door Tom Johnston en Pat Simmons – zijn eerste internationale hit: ‘Listen To The Music’. Wat wordt gevolgd door een serie succesvolle albums, waarvan vele singles worden getrokken die ook in Nederland in 1973 en 1974 hits en hitjes worden: ‘Jesus Is Just Allright’,
Het zijn weer eens turbulente tijden voor de meest schandaleuze rock-‘n-rollband ter wereld. Halverwege 1968 liggen de live-optredens volledig stil; de Stones zullen veertien maandenlang niet optreden. Mick Jagger is vooral druk als acteur in de speelfilms Performance en Ned Kelly, Brian Jones is volkomen aan lager wal geraakt, aangeklaagd wegens drugsbezit en Bill Wyman is druk met financiering en productie van The End. De groep bevindt zich in een soort van vacuüm, temeer daar ze verstrengeld raken in een aantal rechtszaken en
De muzikale carrière van Dave Mason begint in 1966 als roadie voor The Spencer Davis Group. Een kleine tien jaar later zal Mason in Amerika zijn grootste successen als solo-artiest vieren. Ergens daar tussenin bereikt Dave Mason de zanger en gitarist zijn grootste artistieke piek: Alone Together. In april 1967 promoveert de multi-instrumentalist Mason van de Spencer Davis Group naar Traffic, met wie hij twee reguliere – en legendarische – albums maakt. Vanwege muzikale meningsverschillen met Steve Winwood stapt Mason in de herfst van 1968 uit Traffic, waarna hij weer in Amerika opduikt
Als een ware prins heerst Will Oldham al vanaf de begin jaren negentig soeverein over de muziekstroming die americana heet. Oldham, geboren in 1970 in Louisville, Kentucky, is een briljante singer-songwriter met een complexe persoonlijkheid en een bijna mystieke dwang om zich achter alter ego’s te verschuilen. Palace Brothers, Palace, Palace Music, Little Willy Bulgakow, Pushkin Will en sinds 1998 achter de ridicule naam – Oldhams eigen woorden – Bonnie ‘Prince’ Billy, een vreemde samentrekking van de achttiende-eeuwse Britse troonpretendent
Tussen de avantgardistische ketelmuziek van Tom Waits, de bluespunk van Nick Cave en de aanstormende gitaarlichting van R.E.M., Hüsker Dü en The Replacements, is daar in 1985 opeens Chris Isaak. Diens debuut Silvertone is een anachronisme; een schaamteloos retroproduct dat onverbloemd knipoogt naar de jaren vijftig van rockabilly, vetkuiven en sleeën met staartvinnen, maar o, wat is dit een heerlijke plaat. Chris Joseph Isaak groeit op in Stockton, Californië, een gemoedelijk dorpje dat regelmatig figureert in Hollywood-movies. Zijn idolen zijn
Aanvankelijk mislukt de muzikale carrière van John Mellencamp volledig, omdat David Bowie-manager Tony DeFries de doodgewone plattelandsjongen uit Seymour, Indiana wil transformeren tot de pin-up popster Johnny Cougar. In 1978 heeft Mellencamp, een illusie armer, zijn identiteit al ingeleverd en kost het hem een fortuin om terug te kopen. Maar het wordt nog erger; tegen de tijd dat John Cougar Mellencamp begin jaren tachtig in Amerika doorbreekt, is hij 5 miljoen dollar kwijt om zijn rechten terug te kopen. Dan krijgt Mellencamp ook weer een grote mond,
Danny O’Keefe komt in 1943 ter wereld in Spokane, Washington. In zijn jeugd is hij niet bijster geïnteresseerd in muziek, maar een motorongeluk en het herstel ervan zet Danny O’Keefe op het spoor van het schrijverschap. Het leidt in 1966 tot een langspeelplaat en tot de vorming van de psychedelische band Calliope Calliope blijft obscuur, maar O’Keefe’s talenten worden door Buffalo Springfield-manager Charles Greene opgemerkt en dus wordt hij vanuit Seattle naar Los Angeles gehaald waar hij als solo-artiest onder contract komt bij een sublabel van het grote Atlantic.
Aanvankelijk lijken de jaren negentig Bob Dylan niet gunstig gezind, omdat hij door het ontbreken van nieuw, origineel materiaal overkomt als een verzadigde, uitgerangeerde eind-vijftiger met een hartkwaal. Hij vindt dat hij genoeg songs geschreven heeft: ‘Let someone else write them.’ Maar het loopt anders, want als Dylan in de winter van 1997 ingesneeuwd raakt op zijn ranch in Minnesota, vloeien de nieuwe songs uit zijn pen. Hij schakelt producer Daniel Lanois in en begint aan de opnamen van het nieuwe materiaal in The Teatro, een voormalige pornobioscoop 

