In 1987 opgericht in Belleville, Illinois door Jay Farrar, Jeff Tweedy en Mike Heidorn, is Uncle Tupelo een van de wegbereiders van de alt.country, een stroming waarin country, folk, punk en pop gebroederlijk een rol vervullen. Een stroming, ferm geworteld in de muziekgeschiedenis, gepositioneerd in de actualiteit van de 21e eeuw. Farrar en Tweedy zijn jeugdvrienden met een voorliefde voor dezelfde muziek. De punkinvloeden zijn evident en vanuit die invalshoek begint het trio te experimenteren met country en folk. Het rustieke leven van de front porch meer…

‘A bunch of quacks’, zo typeert Captain Beefheart de renegaten die in 1974 zijn Magic Band de rug toekeren. Zoot Horn Rollo, Rockette Morton en Ed Marimba nemen hen door de Captain gegeven identiteiten terug, adopteren hun eigen naam en richten een band op: Mallard. Mallard bestaat aanvankelijk uit Bill Harkleroad (gitaar, ex-Zoot Horn Rollo), Mark Boston (bas, ex-Rockette Morton), Art Tripp III (drums, ex-Ed Marimba) en zanger John ‘Drumbo’ French. Maar als French door de kapitein teruggeroepen wordt naar The Magic Band, moet Mallard op
Hoewel The Setters nooit aan die kwalificatie kunnen of hebben willen voldoen, springt de term americana-supergroep toch in gedachten. Ga maar na, de drie songschrijvers hebben hun sporen verdiend in bands als The Silos, True Believers en The Wild Seeds. The Setters bleef echter een eenmalig project – dat overigens wel een mooie en sfeervolle plaat opleverde.
Uit respect worden ze de ‘Nashville Cats’ genoemd, maar de groep studiomuzikanten noemt zichzelf Area Code 615 – naar het netnummer van Nashville. Wegens het vele sessiewerk voor anderen komt Area Code 615 niet echt van de grond – de twee lp’s zijn nogal matig – maar daar staat wel tegenover dat de muzikanten uitblinken op Bergen White’s For Women Only, John Stewarts California Bloodlines en Bob Dylans Blonde On Blonde. In 1971 besluit de kern van Area Code 615 voor eigen kansen te gaan. Met de klassiek geschoolde pianist John Harris richten
Al in 1962 vormen de schoolvrienden Ron Floegel en Tom Phillips een bandje. Het duo uit Sacramento, Californië speelt vooral, zoals dat dan de trend is, traditionele covers in het folkidioom. Na ruim een jaar wordt het duo een kwartet door toevoeging van bassist Tim Schmitt en drummer George Hullin, waarmee tevens de rock-‘n-rollbeat in het groepsgeluid verankerd wordt. The Contenders bestaan een jaar, hernoemen zich The New Breed, tekenen bij Diplomacy en brengen in 1965 de debuutsingle Green Eyed Woman uit. Door een
De eerste solovlucht van Gene Clark vond niet plaats onder een gunstig gesternte. Columbia Records lanceerde Younger Than Yesterday van The Byrds namelijk in dezelfde week als het debuut van de ex-Byrd. De tijd, ’66-’67, was sowieso niet rijp voor lp’s van solo-artiesten als Clark; alle aandacht ging uit naar The Beatles, The Rolling Stones, The Monkees en The Byrds. Na anderhalf jaar en twee lp’s had Gene Clark The Byrds verlaten: ‘It was time to make an album on my own.’ Clark heeft muzikale ideeën te over, en was
Hoewel Rattlesnakes in het najaar van 1984 alom lovend wordt ontvangen, schrijft New Musical Express-journaliste Julie Burchill dat ze bepaald niet zit te wachten op een country & western Velvet Underground. Vervelend, maar niet zo heel ver bezijden de waarheid. Ratllesnakes is namelijk een prachtig en klassiek poprockalbum dat put uit de muziek van Lou Reed, Bob Dylan, The Byrds en The Beatles. En dat voor een Schotse band in de beste Postcard-traditie van Aztec Camera en Orange Juice. Lloyd Cole, literatuur- en filosofiestudent aan de universiteit van
Asbakken misschien, maar aan schoonheid geen gebrek. Dit sextet uit Minneapolis, Minnesota paart op Perfect Halves eenzaamheid en melancholie aan eenvoud en transparantie. Net zoals ik zal de altcountry.nl-lezer dit kunstje meer dan eens vertoond hebben zien worden, maar The Ashtray Hearts hebben hier geen boodschap aan: zij doen gewoon hun ding. In een 19e eeuwse kathedraal – wat oud is voor Anglo-Amerikanen – aan Lake Superior in Duluth, Minnesota heeft deze band tien nummers opgenomen die organisch en aansprekend zijn en bij
De lijst van artiesten op wier albums de Britse pedalsteelspeler B.J. Cole meespeelt is schier onuitputtelijk. Van Elvis Costello tot R.E.M., van Emmylou Harris tot Joe Ely, van Elton John tot Robbie Williams. In zeer uiteenlopende kringen wordt Cole gewaardeerd om zijn virtuoze spel op de pedalsteel. B.J. Cole is een sessiemuzikant bij uitstek, maar begon zijn professionele muzikale loopbaan in een countryrockgroep: Cochise. In 1969 krijgt Cole, zat van het beperkende idioom van de pedal steel en de traditionele country & western, de uitnodiging van zanger
Grote kans dat het anders gelopen zou zijn met Pure Prairie League als de countryrockband uit Californiëzou zijn gekomen, en niet uit Cincinnati, Ohio. Dan had de inventieve countryrock van de Midwesterners wellicht internationaal een groter publiek bereikt en beslist kunnen meeliften op het succes van The Byrds, Poco en The Eagles. Het mocht niet zo zijn; zijn grootste hit had de band met de single ‘Amie’ –twee jaar nadat de originele band was opgeheven.

