
Leroy is zijn echte voornaam, maar iedereen noemt hem Eli. En ‘From The North’ klopt ook maar half — want hoewel Eli Wulfmeier opgroeide in Michigan, woont hij inmiddels al jaren in Los Angeles. Die dubbelzinnigheid zit ook in My Favorite Gun, het nieuwe album van zijn band Leroy From The North: het klinkt als seventies-zuidrock, maar is strakker en melodieuzer dan het genre doorgaans biedt. Wulfmeier leerde het vak deels op de harde manier. Hij was een tijdlang lid van The Wild Feathers, een band die door Interscope Records was samengesteld naar het model van The Eagles — een ervaring die hij zelf omschrijft als een door de industrie gefabriceerd boyband-avontuur. De les die hij eruit trok: doe het zelf, doe het op je eigen manier. Met Leroy From The North deed hij precies dat. De band omschrijft zichzelf als een velours trainingspak met een cowboyhoed — americana en rock die in elkaar overlopen. Het beste vergelijkingspunt is The Sheepdogs: melodieus, inventief, met vintage gitaartonen en een energiek ritmefundament. De achtergrondzang is daarbij een sterk wapen — meerstemmige harmonieën die het geheel extra body geven zonder nadrukkelijk op de voorgrond te treden. Het titelnummer zet meteen de toon: compact, aanstekelijk, met een gitaarlijn die blijft hangen. The War That Never Was is donkerder van snit. Laid to Rest valt op door een harde, aanstekelijke riff, het meest uitgesproken rockmoment op het album, terwijl I Belong laat horen dat de band ook rustig gas terug kan nemen zonder aan overtuiging in te boeten. Heerlijke ontdekking!




Reageren
»Nog geen reacties.
RSS feed for comments on this post.
Plaats een reactie