Dit is weer eens zo’n album dat in het grote aanbod ten onder dreigt te gaan: West Coast Gold (eigen beheer) van Rocko Wheeler. Het is nog nergens opgepikt en dat is jammer, want het gaat hier om een uitstekende verzameling liedjes, tien stuks in totaal. Wheeler groeide op in Texas, maar vond na wat omzwervingen een onderkomen in Californië. Zijn reis van het zuiden naar het westen staat centraal op de nummers, die werden opgenomen in Nashville, Tennessee. Met mensen als Will Kimbrough (elektrische gitaren), Russ Pahl (pedal steel) en Micah Hulscher (toetsen) ging Wheeler aan de slag in The Butcher Shoppe Studio, de voormalige werkplek van John Prine. Die singer-songwriter is een inspiratie voor Wheeler, die verder Guy Clark en Terry Allen noemt. Hij leunt niet te sterk op die voorbeelden, zijn nummers bieden variatie en toch een eigen geluid. Op He Called My Name zakt een gitaar even af in spaghetti-western, maar de sound neigt ook wel wat naar Johnny Cash. Op I’m In Love With The Road valt door de samenzang even te denken aan Everly Brothers. Maar nergens heb je de indruk dat Wheeler een sound tracht te benaderen. Op Texas (The Way Back To Heaven) gaat het over een eventuele terugkeer naar zijn geboortegrond. Civil War is een liedje vol tegenstellingen: ‘I wanna be good, I wanna be bad’. Met hoofdrollen voor de mandoline van Casey Campbell en viool van Matt Combs. Toetsen en gitaar brengen I Wish I Could Stay Forever bij de sound van The Band. Op Broken Bones & Blood zit Wheeler ‘trapped inside a speeding car with no driver behind the wheel’. Dat loopt niet echt goed af.




Reageren
»Nog geen reacties.
RSS feed for comments on this post.
Plaats een reactie