Op zijn zestiende verliet Joe Ely het ouderlijk huis op zoek naar de bron van al die liedjes die hij op de radio hoorde. Reizen werd zijn leven. Hij sprong op goederentreinen om over de horizon te trekken, die strakke streep aan de einder die overal in West Texas te zien is. Wat was daarachter te vinden? Ely hobbelde als een hobo over het spoor dwars door het uitgestrekte landschap. Naar het oosten. Naar het westen. De zintuigen wijd open. Zoog alles in zich op. Uitermate nieuwsgierig naar wat er zoal op zijn pad kwam. Al reizend ontwikkelde hij zich tot een songschrijver met een sterk observerend vermogen. Wat een geweldige manier om de wereld te verkennen en het leven te omarmen. Hoe moeilijk de omstandigheden soms ook konden zijn.
Op mijn zestiende was ik ook op zoek. Naar wat precies, dat wist ik niet. Naar de bron? Nee, dat nog niet. Meer naar een richting. Een weg om te bewandelen. Identiteit. Zoiets. De liedjes op de radio hadden er zeker mee te maken. Popmuziek had me al jong in haar greep. Als tienjarige brulde ik luidkeels Poppa Joe van The Sweet mee. Glamrock, geweldig was dat. Een buurjongen die met zwart omrande ogen en een zwarte pruik op uit zijn slaapkamerraam hing en School’s Out (for summer) schreeuwde, ik herinner me het als de dag van gisteren. Popmuziek, dat was magie. Een eigen wereld die in niets op die van je ouders leek. Maar lang niet alles op Hilversum 3 of TopPop vond ik goed.
Na geklooi met cassettebandjes (10 CC, Queen, Elvis) begon ik zo rond mijn veertiende elpees te kopen. Door Uncle Charlie & His Dog Teddy raakte ik verslingerd aan oude countrymuziek in combinatie met uit de bocht vliegende rock. Die plaat van Nitty Gritty Dirt Band maakte duidelijk dat er naast het formidabele debuut van Eagles – waarmee het voor mij allemaal begonnen was – nog veel meer geweldige countryrock te ontdekken viel. Mijn zakgeld ging vanaf dat moment op in de platenzaak. Mijn ouders waarschuwden weliswaar dat ik niet al mijn geld aan elpees moest uitgeven, maar die boodschap was aan dovemansoren gericht. Ze dachten dat ik later nooit meer naar die muziek zou luisteren… Popmuziek was destijds in de ogen van vorige generaties nog iets voor jongeren immers; dat idee is vijftig jaar later wel achterhaald.
Een zoektocht naar identiteit. Popmuziek hielp me daarbij. Ik wilde een Gypsy Cowboy zijn. In een spijkerpak door Monument Valley dolen zoals de cowboy die tegen een dode boom leunt op die schitterende hoes van de derde elpee van New Riders Of The Purple Sage. Zo was ik toch bij de bron aangekomen: Amerika. Het beeld dat de aan Grateful Dead gelieerde band schetste van de Verenigde Staten was trouwens allesbehalve fraai. Death And Destruction gaat over chaos in Jeruzalem, Pompeï, Spanje en Warschau, waarna in het laatste couplet de vraag wordt gesteld of het in Amerika beter is.
‘Oh now you’re living in America
Can you remember when they traded you?
What would you have to pay to get your soul back today?
Do you remember how we got this way?’
De helse gitaarescapades die aan de slotwoorden op het ruim achtenhalve minuut lange nummer vooraf gaan hebben dan het antwoord eigenlijk al gegeven.
Maar toch, als de bron in Amerika te vinden was, dan moest ik daarnaartoe. Prairies. Canyons. Highways. Alles waarover de liedjes in countryrock gingen; ik wilde het zien. Dat was evenwel iets voor later.
Met enige spijt moest ik nadat ik Joe Ely ontdekt had vaststellen dat mijn tijd als hobo voorbij was. Toen ik nog op de lagere school zat, sprong ik met vriendjes af en toe op de treeplank van een goederenwagon, maar verder meerijden dan enkele tientallen meters deden we nooit. Zo avontuurlijk waren we nou ook weer niet. Achteraf bekeken was dat niet zo erg, want die trein door het Zuidelijk Westerkwartier reed toch niet ver genoeg. De ene kant op tot Drachten. De andere kant op tot Groningen. Dan was je nog lang niet in Amerika. Dus het spoor van de Texaan had ik op die manier toch niet kunnen volgen.
In eerdere verhalen schreef ik al meer dan eens dat countryrock in 1978 over het hoogtepunt heen was. Als zestienjarige was ik me daar zeer van bewust. Ik had het idee dat ik veel te laat geboren was. De muziek die ik echt goed vond, was voor mijn gevoel al heel oud. Terwijl het genre in werkelijkheid op dat moment nog maar tien jaar bestond. Althans met die omschrijving, want eigenlijk is de hele popmuziek ontstaan uit een kruisbestuiving tussen country en rock. Toen Elvis daar alle wilde elementen uit de swingende muziek van Afro-Amerikanen aan toevoegde was er geen weg terug. Popmuziek was de toekomst. Dat had platenbaas Sam Phillips van Sun Records goed gezien. Ook blues staat aan de basis van de muziekvorm. En soul was – en is – eveneens een onontbeerlijk ingrediënt.
De soul – zoals te horen op The Gilded Palace Of Sin van The Flying Burrito Brothers uit 1969 – was evenwel zoekgeraakt in de countryrock. Gram Parsons was al jaren dood. Zijn volgelingen zochten niet langer naar de ziel, maar naar de sleutel van de kluis. Met als gevolg: slaapverwekkende muziek. Het in 1978 verschenen Honky Tonk Masquerade van Joe Ely is echter van een geheel andere orde. De uit Lubbock afkomstige artiest tracht niet zoals al die anderen country op bestudeerde wijze te integreren in rock; bij hem is de stijl geheel natuurlijk ontstaan door in honky tonks en juke joints te spelen voor een uitgelaten publiek dat bestond uit cowboys, arbeiders van de olievelden en studenten van Texas Tech. Waarmee zijn smeltkroes van stijlen veel dieper ging dan countryrock. Muziekkrant Oor had het in het intro van een interview dat kort na de recensie verscheen over ‘Texas rockin’ country’. Dichter bij de bron. Muziek voor danshallen in Texas. Met couleur locale van net over de grenzen; tex-mex uit Mexico en cajun uit Louisiana. Ely schiep in tien nummers een wereld die me mateloos intrigeerde.
Honky Tonk Masquerade is mijn favoriete album aller tijden. De interactie tussen Lloyd Maines op steelgitaar, Jesse Taylor op elektrische gitaar en Ponty Bone op accordeon is meesterlijk. Bijeen gehouden door Steve Keeton op drums en Gregg Wright op bas. Een geoliede machine na al die jaren van optredens op kleine podia. Pittig als chili. Met de eerste jazzy noten van opener Cornbread Moon maakt Lloyd Maines meteen duidelijk dat de steelgitaar veel meer is dan een instrument om alleen maar bij te huilen. Tranen passen ook niet bij de van levenslust overlopende tekst. Ely is vast van plan om de vrouw over wie het nummer gaat te veroveren.
‘River’s on the rise, crows are in the skies
Look at that big yellow cornbread moon
Now that you’re lookin’
Do you feel something cookin’?
Look at that cornbread moon
Well, I wouldn’t be surprised
If I didn’t see your eyes shine soon’
‘Sometimes I feel like maybe I will
I’ll jump through the keyhole in your door
Ooh, ooh honey
I ain’t being funny
Through your hardwood door
And sometimes I feel like
Yes I will for sure’
Bijna jubelend is de zang. Geen twijfel over een goede afloop, ook al geeft de tekst daar nog geen directe aanleiding toe. Ook op het schitterende Because Of The Wind gaat het over de afstand tussen geliefden. Er waait deze keer wel wat melancholie tussen de tekstregels door. De zwerver Ely schetst in zijn teksten altijd met oog voor detail de omgeving waarin de verhandelingen zich afspelen. Hij had destijds al heel wat van de wereld gezien, maar Honky Tonk Masquerade speelt zich voornamelijk af in Texas.
‘Do you know why the trees bend
At the west Texas border?
Do you know why they bend
Sway and twine?
The trees bend because of the wind
Across that lonesome border
The trees bend because of the wind
Almost all the time’
In het tweede couplet vraagt hij of iemand zijn Caroline heeft gezien. Ergens in Amarillo wellicht? Die Caroline is als de wind, zo legt hij uit in het derde couplet.
‘She is to me like the breeze
That blows from Corpus Christi
She is to me like the breeze
That blows up from the sea
Now if she is like the breeze
That blows from Corpus Christi
Then I must be like the trees
‘Cause Caroline blows through me’
Het al even fraaie Boxcars is geschreven door Butch Hancock. Een cover kun je het niet noemen. De composities van Hancock voelden voor Ely aan als eigen werk, net als de liedjes van Jimmie Dale Gilmore. Zo sterk verbonden voelden de drie zich namelijk sinds ze begin jaren 70 als The Flatlanders lange tijd samen in een huis in Lubbock een commune vormden. Volgens de overlevering was er elk moment van de dag wel iemand wakker. Boxcars is Ely op het lijf geschreven; het liedje grijpt terug naar zijn tijd als hobo. Sentimenteel klinkt trouwens zelden zo swingend.
‘This world can take my money and time
But it sure can’t take my soul
And I’m goin’ down to the railroad tracks
And watch them lonesome boxcars roll’
In die woorden ligt de toekomst van Hancock, Gilmore en Ely al besloten. Geld interesseerde ze niet. Hun ziel was niet te koop. Tijd was er om te besteden aan zaken die er echt toe deden. Zoals rondhangen langs het spoor om te zien hoe de goederenwagons langs rolden. Precies zoals ik dat deed toen ik nog op de lagere school zat.
Het derde couplet gaat door op het gebrek aan ambities van Hancock en zijn kompanen, want een auto kunnen ze zich niet permitteren. En en passant worden er door de songschrijver enkele rake typeringen gegeven van de inwoners van Lubbock.
‘Well, there’s some big ol’ Buicks by the Baptist Church
Cadillacs at the Church of Christ
I parked my camel by an old haystack
I’ll be lookin’ for that needle all night’
Tekst loopt door onder de foto.

Joe Ely in de Young ‘Un Sound studio in Murfreesboro, Tennessee, tijdens de opnamen voor Honky Tonk Masquerade in oktober 1977.
© Photograph by Alan MESSER | www.alanmesser.com
Totaal niet ambitieus? Nou, toch wel. Nadat Jerry Jeff Walker een platencontract had geregeld voor Ely, reisde de Texaan af naar Tennessee om er een plaat op te nemen. Het titelloze debuut van een jaar eerder en Honky Tonk Masquerade kwamen tot stand in de Young ‘Un Sound Studios in Murfreesboro, een voorstad van Nashville. Het eerste wat Ely producer Chip Young liet weten, was dat hij zijn eigen band mee zou nemen, iets wat bepaald niet gebruikelijk was in de muziekstad. Studiomusici vormden er de machinerie voor de industrie die verantwoordelijk was voor het product country, dat per strekkende meter uit de hitfabrieken rolde. Op die manier wilde Ely zijn loopbaan niet vormgeven. Eerst met je vrienden zweten om iets bijzonders te brouwen en dan buitenstaanders inschakelen? Geen sprake van! Dat aspect kwam duidelijk naar voren in het interview in Muziekkrant Oor. Onder de foto van Ely stond het bijschrift: ‘Studiopickers are out’. Die onverzettelijke onafhankelijkheid sprak me enorm aan. In die zin toonde Ely zich eigenlijk al een punk avant la lettre: do it yourself.
Door mijn passie voor authentieke muziek had ik een enorme afkeer ontwikkeld van alles wat commercieel was. De meeste countryrockers vertrouwde ik op dat punt niet meer. Die lieten hun oren wel hangen naar de wensen van de platenbazen. Het gladstrijken van muziek om het grote publiek te behagen, beschouwde ik als een doodzonde. The Eagles volgde ik niet langer op hun vlucht naar alsmaar grotere hoogten.
Met Jericho (Your Walls Must Come Tumbling Down) schreef Hancock nog een nummer over (bijna) onbereikbare liefde. En wederom begint het met een trein die langsrijdt.
‘Some walls rumble when a diesel rumbles by
Some walls rumble when there’s thunder in the sky
But the only walls that bother me are the walls you carry around
But honey, someday your walls must come tumblin’ down’
‘Some walls have heard it all, they got two sides to tell
One side, you’ll be in heaven, the other, you’ll burn in hell
But standin’ outside of your walls just drives me into the ground
And honey, someday your walls must come tumblin’ down’
‘Jericho would still be there today
And Joshua would still be dancin’ the night away
If your walls had have been there, around Jericho town
But you know someday your walls must come tumblin’ down’
Tonight I Think I’m Gonna Go Downtown besluit de eerste plaatkant. Een liedje van Gilmore dat begin jaren 70 ook al gedaan werd met The Flatlanders. Maines smeert de weemoed breed uit, want jawel, natuurlijk kan hij dat wel degelijk ook op zijn steelgitaar als een liedje daar om vraagt.
‘I told my love a thousand times
That I can’t say what’s on my mind
But she would never see
That this world’s just not real to me
And tonight I think I’m gonna go downtown’
Vooral dat zinnetje over vervreemding van deze wereld kwam aan bij mij als zestienjarige scholier. Want ik stond alleen in mijn idolatrie voor de Texaan. Van Joe Ely had nog nooit iemand gehoord op het Ichthus College in Drachten. In 1978 draaide het daar om Supertramp, Status Quo, Saturday Night Fever en Shpritsz. Dat er zoiets als wilde country met de energie van punk bestond, dat ging aan mijn klasgenoten voorbij. Och, wat had ik een hekel aan de middelbare school.
Honky Tonk Masquerade was het belangrijkste album voor me toen ik zestien was. Honky Tonk Masquerade heeft op mijn 64ste helemaal niets aan impact ingeboet. Je zestiende levensjaar schijnt bepalend te zijn voor de ontwikkeling van je muzieksmaak. Het AI-overzicht online vat het als volgt samen: ‘Muziek rond je zestiende vormt de ultieme soundtrack van je identiteit. Het is de periode van losmaken, eerste liefdes, feesten en emotionele hoogte- en dieptepunten. Deze muziek vormt vaak een ankerpunt waar je de rest van je leven met nostalgie naar terug zult grijpen.’ Met nostalgie heeft het voor mij niets te maken, maar dat is ook grotendeels de verdienste van Joe Ely, die zijn hele leven urgente, vernieuwende muziek is blijven maken. Dat van een ankerpunt klopt wel helemaal; in vele opzichten is de Texaan een voorbeeld voor me. Hoe prachtig is dat, een held hebben die je gedurende bijna vijftig jaar steeds weer heeft weten te verrassen! Een ander aspect waar op gewezen wordt om de magie van muziek op je zestiende te verklaren gaat weer niet op voor mij. Want van een groepsgevoel door samen met vrienden naar dezelfde muziek te luisteren was in mijn geval geen sprake.
Een schijnvertoning. Een maskerade. Een Honky Tonk Masquerade. Het is een sterke observatie van Ely, die met enkele pennenstreken de ongemakkelijke sfeer van romantiek, of juist het gebrek daaraan, in een kroeg weet neer te zetten. Niet de gebruikelijke lofzang op dronkenschap en vreemdgaan die doorgaans centraal staat in honky tonk. Het formidabele titelnummer opent de tweede plaatkant.
‘You sure look fine tonight
In the beer sign light
Why did you seem surprised
When I saw through your disguise?
All your friends were there
And no one had a care
They all just looked away
In this honky tonk masquerade’
‘You should have known I knew all along
That I could see through you, right or wrong
I didn’t need a clue, I didn’t even have to ask
You saw your own reflection in the glass’
Waarom sprak die tekst mij zo aan? Omdat Ely een façade doorprikte? Het uitgaansleven wist me op zestienjarige leeftijd eerlijk gezegd totaal niet te boeien. In de cafés en dancings van Drachten en Groningen draaiden ze muziek waar ik helemaal niets mee had. En dus bleef ik maar liever thuis. Het was in zekere zin troostend om Honky Tonk Masquerade op de platenspeler te leggen en Ely te horen zingen over een schijnvertoning.
De albumtitel had volgens mij nog een andere lading. De Texaan had het helemaal niet naar zijn zin in Nashville, waar country een professionele aangelegenheid was. Hij miste er spontaniteit. In Lubbock dansten de mensen met hun honden, in Nashville was in de avonduren nauwelijks iets te beleven. Honky Tonk Masquerade vatte ik ook op als lichte kritiek richting al die collega’s die om commerciële redenen country in een vastomlijnde formule goten. Altijd maar die liedjes vol clichés. Stoere woorden, maar in werkelijkheid nogal braaf. Ely deed het anders; hij liet zich niet in een keurslijf persen. ‘Too country for rock, too rock for country’, schreef de muziekpers over hem. Het heeft hem nooit geïnteresseerd.
Misschien was Ely trouwens ook wel te rock voor rock. Want zoveel energie had niemand! Zeker zijn collega’s binnen de countryrock niet. De Texaanse troubadour was gelukkig geen navelstaarder zoals veel singer-songwriters uit Californië. Jackson Browne natuurlijk, maar die hele scene in Los Angeles was nogal egocentrisch. Narcistisch zelfs. Zelfingenomen is Ely nooit geweest. Eerder wat verlegen in de omgang. Maar tegelijk met veel bravoure. Best bijzonder, die combinatie. Als Ely het in zijn liedjes over zichzelf had, dan was dat vooral met humor. De persoon Ely leer je niettemin wel degelijk kennen door zijn teksten, waarin hij oprechte belangstelling toonde voor de wereld om hem heen. Met verwondering. Met levenslust.
Tekst loopt door onder de foto.

Joe Ely neemt even pauze in de Young ‘Un Sound studio in Murfreesboro, Tennessee, tijdens de opnamen voor Honky Tonk Masquerade in oktober 1977.
© Photograph by Alan MESSER | www.alanmesser.com
Het tweede nummer van kant twee van de elpee gaat door op het thema honky tonk. I’ll Be Your Fool is ook van Ely zelf, die de helft van de tien nummers schreef. Hij begint met zelfspot:
‘I’ll be your fool
I’ll be your lovin’ loser
I’ll be your ridicule
I’ll be the one you make fun of when all your plans fall through
Because you sure need a fool’
Enkele coupletten later maakt zijn zelfspot plaats voor een meer zelfbewuste houding:
‘But before I fall
I’ll run right down your narrow hall
And warn you other gentlemen
Yeah, before I fall
I’ll stand up on your garden wall
Faithful ’til then’
Dan volgt de wilde rocker Fingernails. Ely werd als zevenjarig jochie totaal overrompeld door een optreden van Jerry Lee Lewis, die in de wervelende storm achter zijn piano stond op de platte laadbak van een truck op de parkeerplaats van de plaatselijke Pontiac-dealer in Amarillo. Dat wilde de kleine Joe ook! De omschrijving Texas rockin’ country zou je dan ook net zo goed kunnen inwisselen voor rockabilly. Dat werd later nog duidelijker op het album Musta Notta Gotta Lotta. Bij de meeste collega’s die rockabilly speelden, kwam die muziekvorm vooral voort uit nostalgie. Daar was bij Ely geen sprake van. Net als de broers Dave en Phil Alvin van The Blasters blies hij het genre in de jaren 80 juist nieuw leven in.
‘I keep my fingernails long so they click when I play the piano
I keep my fingernails long so they click when I play the piano
I’m gonna keep ‘em that way ’til the swallows get back form Texarkana’
‘Well, I used to chew ‘em off, I was nervous over you
I missed that clickin’, tickin’ sound, honey, what am I gonna do?’
Op West Texas Waltz belanden we wederom in een honky tonk. Butch Hancock schetst op meesterlijke wijze de uitgelaten sfeer aldaar. Zodat zelfs muurbloempjes en huismussen zich er volledig weten over te geven aan een ultieme vorm van vrijheid. Een plek waar bezoekers van alle rangen en standen ontspannen.
‘Park your pick-ups and Cadillacs, Fords and Renaults
Get out and dance like the dickens to the West Texas Waltz’
Zelfs honden mengen zich er tussen het gemêleerde publiek. Zoals die young cow-dog, een borderline collie met enkele slechte gewoonten die naar de hondenschool werd gestuurd.
‘When he came back, he couldn’t tell a cow from a horse
But he could dance like the dickens to the West Texas Waltz’
Opa en oma komen ook om er te ontspannen. In hun dansschoenen. Want een betere manier om artritis te stoppen is er niet. De blues raken ze al dansend wel kwijt. Maar eerst de eeltknobbels verbinden met pleisters en gaas. Ooit eerder een liedje gehoord over deze aandoening?
‘So bind up your bunions with band-aids and gauze
And come dance like the dickens to the West Texas Waltz’
En dan is er die vrouwelijke bankier die al haar zakelijkheid kwijtraakt als ze op een date wordt meegenomen naar de honky tonk. Ze belanden eerst bij de ijssalon, waar ze een milkshake, gerstenat en frisdrank nemen, maar dan horen ze de muziek uit een naastgelegen pand komen.
‘Now only two things are better than milkshakes and malts
And one is dancin’ like the dickens to the West Texas Waltz’
Het laat zich raden wat dat andere dan is. Als je het eenmaal gedaan hebt, dan doe je het wel vaker. Direct nadat het dansen is gestopt.
Is zo’n formidabel album afsluiten met de klassieker Honky Tonkin’ van Hank Williams een zwaktebod? Geenszins! De vlammende versie van Ely en zijn band verschroeit de dansvloer. Zo had de Hillbilly Shakespeare het precies bedoeld!
Alleen al met deze plaat heeft Ely een plekje naast Hank Williams verdiend in de hillbilly heaven. Maar er is zoveel meer. En ook na zijn dood is er meer in aantocht. Kortom, hier houdt de aandacht voor de aartsvader van de alt-country niet op.

Lees ook deel 1 van deze serie.
Met dank aan Alan Messer voor de toestemming om zijn foto’s te gebruiken voor dit verhaal.




Reageren
»Nog geen reacties.
RSS feed for comments on this post.
Plaats een reactie