Ouray was in de negentiende eeuw een indianenhoofdman van de Ute, die zich hadden gevestigd in het noorden van wat nu Colorado en Utah is. Naar dit opperhoofd vernoemde de countryrockband Ouray zich, al is dit kwintet wel, zo’n duizend mijl verwijderd daarvan, afkomstig uit Chicago, Illinois. Eind jaren zeventig produceert Ouray twee albums – de tweede overigens in 1981 –, waarvan het debuut Chrome on the Range alleszins de betere is.
Chrome on the Range speelt zich af op het snijvlak van de countryrock van Poco en The Eagles, zoals overduidelijk in Stronghold, en de southern rock van The Outlaws en The Allman Brothers Band. Kernpunten in de rock van Ouray zijn dan ook I) de harmoniezang, II) de combinatie van akoestische en elektrische gitaren, III) de jengelende pedalsteel en IV) de dubbele gitaarpartijen. Dat alles manifesteert zich bij uitstek in de geweldige songs Feeling Quite Alive (ja: The Allman Brothers of anders wel de soloplaten van Gregg Allman of Dickey Betts), One Horse Town (opnieuw à la The Eagles), het zweverige, Poco-achtige 100 Years en de ook al prachtige afsluiter Leave for the Night, die meer dan wie ook The Outlaws in herinnering roept.
Op een piepklein label uitgebracht in 1978 doet Chrome on the Range natuurlijk helemaal niets. Een hernieuwde poging drie jaar later met het weinig geïnspireerde Motor Dream wordt vanzelfsprekend ook niets, zodat Ouray volledig en ook begrijpelijk uitpiert. Wel is Chrome on the Range zeer beslist die ene mooie plaat.
Chrome on the Range. Taxi Records, 1978. Feeling Quite Alive│Tricks That Are Traded│Stronghold│Star│One Horse Town│100 Years│Too Tall to Boogie│Leave for the Night




Reageren
»Nog geen reacties.
RSS feed for comments on this post.
Plaats een reactie