Schuilde John R.Miller op zijn vorige album Heat Comes Down wellicht nog wat in de slagschaduw van vertrouwde meesters als Guy Clark, Townes van Zandt, Billy Joe Shaver en John Prine, op The Great Unknowing (Rounder Records) gooit hij onbevreesd alle remmen los en lijkt hij zijn ware identiteit gevonden te hebben, namelijk die van een bravoureuze alleskunner die zich niet tot een bepaalde stijl of traditie laat insnoeren. Het geluid is voller, de begeleiding uitgebreider, de inhoud scherper, de lengte langer (ruim een uur, zestien tracks). Niet voor niets heet een van de liedjes Think I’ll Start Over. Dat gebeurde in de befaamde Church Studio in Tulsa, ooit de favoriete hangplek van Leon Russell en JJ Cale. Maar luister: wat een fantastisch album levert deze ontbolstering op! Miller valt met de deur in huis in het stevige openingsnummer Don’t Bet On Me, waarop meteen de hele band van zo’n man of tien zich doet gelden, met een prominente rol voor de elektrische gitaren van Miller zelf en co-producer Adam Meisterhand. Er wordt nog even doorgerockt op Far From The Station, waarna Tollbooth (over de eenzaamheid in het tolwachtershuisje op de snelweg) weer wat meer in het vertrouwde singer-songwriterhokje past. Lookin’ For A Place To Die twangt er weer flink op los, met een cynische boodschap voor hoger opgeleiden die denken dat hun baan wel veilig is: ‘He lost the job he got with his five-year degree / To some motherfuckin’ robot with a five-year warranty’. Een van de (vele) prijsnummers is Steering Wheel Drums, dat waarachtig wel uit de koker van betreurde bands als Bottle Rockets of Backsliders had kunnen komen. Daughter Of Night is een sympathiek walsje over een mysterieuze geliefde. Day Drinkin’ honkytonkt een beetje zoals Jerry Jeff Walker dat zo goed kon. De Dan Baird-cover Golden Light is weer echte rootsrock. Het opgewekte Two Days Clean klinkt misschien té optimistisch. Het nostalgische Cornbread And Pinto Beans gaat weer de Guy Clark-kant op en Double Lives is pure country & western, waarna het album wordt afgesloten met de haast ironisch-traag vertolkte Dire Straits-cover Walk Of Live. Meteen door naar de jaarlijst.




Reageren
»Nog geen reacties.
RSS feed for comments on this post.
Plaats een reactie