Brownwood, Texas (2008)
Reizen doe je van A naar B. Na bijna tien jaar rondjes rijden rond kerken en kroegen was ik niets opgeschoten. Op de racefiets was het altijd vertrekken en op dezelfde plek weer eindigen. Zinloze bewegingen. In de koers hing ik steevast aan de staart van het peloton. Vertrokken we met honderd man, dan zat ik al snel in de achterste regionen. Eindigden we dan met dertig coureurs, dan was ik nog steeds een van de laatsten. Prijzen en premies? Zelden voor mij. Het deerde me nauwelijks; ik zat wel mooi op de eerste rang om de koers te bekijken.
Ook tijdens mijn trainingsrondjes, het woord zegt het al, vertrok en eindigde ik op dezelfde plek. Thuis. Na een serieuze crash in 1989 tijdens de wielerronde van Norg – ruim twee weken in het ziekenhuis en drie maanden niet in staat om te werken – besloot ik te stoppen met wedstrijden. Fietsen bleef ik wel. En tijdens mijn reizen door Amerika werd die bezigheid eindelijk zinvol. Ik fietste van kust naar kust. Elke dag van A naar B. Op 20 oktober 2008 letterlijk. Ik fietste die dag van Abilene naar Brownwood.
Bij het binnenrijden van de meeste Amerikaanse steden, kon ik niet langer mijn toevlucht zoeken op de vluchtstrook. Die verdwijnt dan namelijk nogal eens. Dan fietste ik op het midden van de rechterrijstrook, zodat automobilisten naar de linkerrijstrook moesten om me in te halen. Op die manier voorkwam ik dat ze me rakelings zouden passeren. Regelmatig meende iemand dan met luid claxonneren me duidelijk te moeten maken dat de weg er is voor auto’s. In Abilene waren het twee jonge jongens die nogal opgefokt deden. Met een blik over mijn schouder trachtte ik duidelijk te maken dat ik niet opzij zou gaan, omdat ik toch ook ergens mijn weg moest zien te vinden. Zelfs in Automerika.
Ik bleef een dag langer in Abilene om een festival te bezoeken. Eindelijk eens een zaterdagavond met rock’-n-roll. De lokale act Zach Harmon deed met een liedje over de road to nowhere me alweer verlangen naar de volgende dag op de fiets. Verder wist de band uit Abilene weinig indruk te maken. Ze besloten hun optreden met Hotel California van The Eagles. Daar zat ik niet op te wachten.
Van de Gougers uit Austin hadden we eerder dat jaar een jubelende cd-bespreking op deze site, maar het optreden was nogal vlak. Casey Donahew wist met zijn band de boel wel in beweging te brengen. Het jonge publiek was vanaf de eerste noten enthousiast, wat alles te maken had met de hit Crazy die ze op dat moment in Texas hadden. De show dreef goeddeels op een valse verheerlijking van Texas, inclusief wapenbezit. Bah.
Cross Canadian Ragweed probeerde iets in de stijl van Smashing Pumpkins, maar vloog pretentieus uit de bocht. Een waardeloze avond, al was het wel interessant om eens tussen die feestvierende jonge Texanen te staan. De meeste bezoekers waren nog geen twintig en ze droegen bijna allemaal cowboylaarzen, ook de meiden. Ontzettend veel cowboyhoeden ook. Maar de blijvende indruk van die avond was toch vooral: wat een vervelend gebral en waarom zijn ze nou zo trots op Texas?
Voor de alternatieve country moest ik echt in Austin zijn en dat was nog een paar dagen fietsen. Eerst Brownwood. Na het gebral en vervelende rijgedrag van jongeren in Abilene kreeg ik in Brownwood ook onmiddellijk te maken met de jeugd. ‘Asshole’, riepen twee jongens me toe vanuit hun pick-uptruck. Vervelende lui eigenlijk, die Texanen. Wellicht dat er daardoor zoveel goede muziek wordt gemaakt. Want alt-country kan gerust als een tegenbeweging worden omschreven. Democraten in een Republikeinse staat. Cowboyhippies tussen een nieuwe generatie rednecks.
Ik hield me vast aan de woorden van Doug Sahm: ‘You just can’t live in Texas, if you ain’t gotta lot of soul’. Met andere woorden: vroeger was het niet veel anders.




20/05/2026 Permalink
Ja wat zal ik er van zeggen.
Ik heb alle hoeken en gaten in Texas bezocht.
En ben nog steeds in Love.
John bezoek eens Terlingua en/of Lajitas dan zie je niemand
is ook lekker!!
20/05/2026 Permalink
I don’t recall ever seeing a single cyclist in the US in the early 70’s. But maybe i just wasn’t paying attention to such things. Hod fed good concerts you’ve seen ! I myself saw Jefferson Starship 4× ( they were still very good live in 1974/75 – half the tracks were Jefferson Airplabe songs- one of my all- time favorite bands). I also saw Zappa w/ Beefheart, Jackson Browne,
Nash & Crosby, Kingfish, Joni Mitchell w/ L. A. Express, Van Morrison, Fairport Convention, Copperhead, Hot Tuna, Beau Brummels….all in California ( most in Santa Barbara).
I think it’s the otherway around: the less soul you have ( ideally none at all) the easier it is to live in Texas.
20/05/2026 Permalink
Ik had de rondjes om de kerk in Midden Nederland niet willen missen. #offtopic