Jaren geleden schreef ik eens dat je de weg naar de hel kan plaveien met albums van zangeressen die Amerikaanse folkrock maakten. Tegenwoordig kan je daarnaast een parallelweg aanleggen met albums van “nieuwe” zangeressen die traditionele country maken. De Canadese Bobby Dove is er daar een van. Hoewel, Dove is nonbinair, dus “zangeres” klopt niet. Maar de stem van Dove klinkt wel vrouwelijk. De nieuwste worp, Fortune Teller, geproduceerd door Aaron Goldstein, is tradcountry to the core, zoals men dan zegt. Zo verrassend als Hopeless Romantic uit 2021 is deze plaat dus niet.
Toch zijn er redenen om even halt te houden. Dove beschikt over een heerlijke stem die je zo een klassieke country-compilatie in kan smokkelen — warm, een tikje weemoedig, en met net genoeg grit om geloofwaardig te klinken. Op de momenten dat de teugels worden losgelaten en zelfs jodelpassages worden ingeweven (Somewhere In The Middle Of Nowhere), onderscheidt ze zich van het gros van tijdgenoten; het is een techniek die tegenwoordig zelden nog ergens opduikt buiten nostalgische revivals.
Twee hoogtepunten verdienen speciale vermelding. Het duet met Jim Lauderdale, met plonkende piano, is het soort nummer dat herinnert aan wat country ooit was: een gesprek tussen twee stemmen met iets op het hart, zonder opsmuk. En dan is er I Dreamt I Met John Prine — een lied dat zijn titel volledig waarmaakt. Het draagt de geest van Prine in zich zonder hem te imiteren: die combinatie van eenvoud, humor en een steek onder water die pas later pijn doet. Fortune Teller is dus geen plaat die die tradcountry-parallelweg opheft. Maar Dove rijdt er wel wat soepeler over dan de meesten.




Reageren
»Nog geen reacties.
RSS feed for comments on this post.
Plaats een reactie