
De titel NOWThen (Rockink Music) slaat op twee perioden in het leven van Rich Krueger. Then behelst de periode van 1985-1998 en now begint in 2008. In de tussenliggende periode was Krueger voornamelijk bezig met zijn academische loopbaan in de neonatologie, dat is de geneeskunde die zich richt op pasgeborenen die intensieve zorg behoeven. In die tijd speelde hij slechts muziek in de lutherse kerk om de kerkband iets meer in de richting van Holy Modal Rounders te duwen. Het is dus niet zo gek dat de legendarische Peter Stampfel een van de gasten is op NOWThen. En hij is niet de enige. Ook Robbie Fulks, John Fullbright en Gary Lucas leveren bijdragen aan deze met 15 nummers tot de rand gevulde (74 minuten) cd. Die gasten zijn een indicatie voor de avontuurlijke keuzes van deze singer-songwriter. The Great War is het oudste liedje op dit album. Krueger schreef meer…



De tenor banjo van
Weyes Blood
Voor Solstice (New West Records/PIAS) wilde
Hoop en liefde horen ook bij het verdriet rond de dood. Dat besefte
Crossing Border, 2009. Naast namen als Mumford & Sons, The Decemberists, Patrick Watson en Natalie Merchant stond daar in Den Haag ook ene Daniel Norgren geprogrammeerd. Een boomlange, onbekende, Zweed uit Borås. Hij moest het die avond ergens in een bovenzaaltje zien te doen; als een one-man band. Gewapend met gitaar en ‘behangen’ met de nodige percussie kweet hij zich met passie van zijn taak. Ten tijde van dit optreden had Norgren twee albums het levenslicht doen zien. Een muzikant die toen al ergens aan Neil Young deed denken.
The Original Five
Met de degelijkheid van een Duitse middenklasser stuurt Joseph Parsons langs een Long Road. Waarschijnlijk is het een Autobahn, want de Amerikaan vertoeft de laatste twintig jaar veel in Duitsland. Digging For Rays (Blue Rose Records/Sonic Rendezvous) is wederom een album vol volwassen rockmuziek. Met zijn stem die zacht en vol is serveert hij een rijk aroma aan menselijke warmte. Een beetje serieus klinkt het allemaal wel. Ook wat saai soms. Op opener Wide Awake graaft hij naar hoop en een sprankje licht. Onder het heelal vindt
West Towards South (Floating Records) is het nieuwe album van de uit San Francisco afkomstige
Met zijn paardentrailer staat de voormalige rodeocowboy
Van de Turtle Mountains in North Dakota is
Union Duke
Voor drinkers en dansers, dit plaatje van
Op 26 april 1901 werd de treinrover Tom ‘Black Jack’ Ketchum opgehangen in Clayton, New Mexico. Op 26 april 2019 kwam Best Of The Worst Kind (eigen beheer) uit van
Ramblin’ Roots – TakeRoot
Spades & Roses was het album dat we niet bespraken en dat zeker een recensie verdiende. Dat zou me bij het volgende album van
Sturgill Simpson produceerde Deluxe Hotel Room (Thirty Tigers) van de Canadese artiest
Met Unknown Skyline (Snaxville) leveren de dame en heren van Mighty Magnolias een meer dan prima opvolger af van het ook al niet misselijke Somewhere North Of Nowhere (2016,
Omdat
De Amerikaan
Best dom, om als je jezelf
4 Mei, 20 uur en het is stil in het Zonnehuis. Maar uit de kleedkamer klinken heldere uithalen van een vrouwenstem. Niemand had Gretchen Peters verteld dat het vandaag dodenherdenking is. De Amerikaanse stond gisteren nog in een rockclub in Duitsland en vanavond in het sfeervolle Zonnehuis waar de bezoekers op stoeltjes hebben plaatsgenomen.
Op October In The Railroad Earth (Proper Records) reist
Bob Livingston
Als tiener trad
Een eindeloze cyclus van onderverhuurde appartementen en vluchtige vriendschappen, dat is het leven wat
Met Jeff Tweedy geeft Jay Farrar al vanaf 1987 vorm aan de opkomst van alt.country. Hun band Uncle Tupelo breekt in Amerika in 1990 door met het inmiddels legendarische No Depression (waar een muziekblad zichzelf later naar vernoemt). Op 1 mei 1994 gebeurt het onvermijdelijke: na vier platen en intensief toeren door Amerika en Europa gooit Jay Farrar het bijltje erbij neer. Achteraf was het aan te zien komen: er is duidelijk sprake van twee kapiteins op één schip; sprake van een scheiding der geesten. Jay Farrar zegt er dit van: ‘It just kind of ran out of gas’; Jeff Tweedy is bondiger: ‘Jay quit.’ Zo eindigt 