Het was op 1 april 2007. Zondagmiddag in Zwolle, Hedon, Gert Vlok Nel. Die had je toen. Maar eerst nog een voorprogramma. Een jonge gast met een gitaar en een gewaagde lok op het voorhoofd. Hij noemde zich ‘Lucky Fonz III’. Voordat zijn eerste liedje klaar was, zat ik hoofdschuddend op een bank in de voorjaarszon, aan de Achtergracht. Hoe was het in godsnaam mogelijk dat iemand die zó vals en onvast zong, op een officieel podium kwam te staan? Intussen is Lucky Fonz een coryfee, ademloos geadoreerd door Matthijs van Nieuwkerk. Hij zingt nog even onvast en vals als toen in Zwolle.
Het is een merkwaardig meer…

Het is alweer ruim 10 jaar geleden dat Warren Zevon overleed. De singer–songwriter uit California die z’n halve leven wegzoop en -snoof, verloor het op 7 september 2003 uiteindelijk van de kanker in zijn longen. Maar niet nadat hij nog een meesterwerk had achtergelaten in de vorm van het album The Wind, met daarop het ontroerende Keep Me In Your Heart en een in het licht van de omstandigheden hartverscheurende versie van Dylans Knocking’ On Heaven’s Door.
Nashville, wat moeten we toch met Nashville? Nashville, de stad die we als Americanisten toch graag zien als het Sodom en Gomorra van de hoedencountry, nepmuziek en slechte smaak in het algemeen. Geef ons Austin maar, of Memphis. Ha, dat is natuurlijk een enorme overdrijving die de miljoenenstad Nashville en haar inwoners volstrekt geen recht doet. Maar wat moeten we er dan mee? Nou, ernaar kijken bij voorbeeld? Dan hebben we het over de dramaserie
It’s a long way to Nashville, but I’ve seen that road before. Lezers op Take Root-leeftijd weten genoeg. Dinsdagavond, acht uur, Wim Bloemendaal. Weer zo’n aartsvader van de nationale altcountrykerk. Inmiddels ook alweer achter in de zeventig. Een echte radioman. Zijn liefde voor de radio ontstond in zijn kindertijd, legt hij uit in een interview in
Je stapt op je ‘vaste’ dag bij je platenboer binnen. Korte uitleg: ‘een platenboer is een zaak waar je nog in alle rust in de schappen kunt grasduinen naar cd’s (vanaf hier als ‘albums’ te betitelen) en vinyl (2e hands) van je gading….’ In alle rust is ook iets wat om uitleg vraagt, want: ‘in dergelijke zaken kan je meestal een kanon afschieten…’ Maar goed, samen met andere ‘loners’ die zich op zo’n verloren vrijdagmiddag ook bij deze platenboer vervoegen is het vaak prettig toeven. Lekker ‘ouwehoeren’ over van alles, maar uiteindelijk uiteraard vooral over
24 jaar geleden namen de mannen van Uncle Tupelo de nummers op voor hun debuut-cd, No Depression, het album dat algemeen wordt gezien als startpunt van de altcountry-muziekstroom. Daar kun je over twisten, maar laten we dat nu ‘ns niet doen. Laten we eens kijken wat er in die afgelopen 24 jaar is gebeurd. Daarvoor pak ik The Rough Guide To Country Music, verschenen in 2000, er ‘ns bij. Het laatste hoofdstuk daarvan wijdt schrijver Kurt Wolff aan altcountry of zoals hij het nog noemt ‘Alternative Country’.
December. Feestdagen. Elk jaar opnieuw. Tradities. Het gaat te ver om te stellen dat feestdagen voor mij een gruwel zijn, maar er zijn grenzen. Dus geen Sint-viering meer. En dat is niet ingegeven door het weer opgelaaide ‘geneuzel’ over knechten… Kerst kan nog wel. Maar met mate. Overdaad schaadt. Vuurwerk aanschaffen en vervolgens afsteken, is ook zo’n 

