Het is niet gek als je Charlie Daniels, uit Wilmington, North Carolina, nooit zonder cowboyhoed gezien hebt, want een heel grote liefhebber van westerns. Daarnaast hield de jonge Charlie eveneens van gospel, bluegrass en rhythm-and-blues, waar later jazz bijkwam. Zodoende ontwikkelde hij zijn talent op de gitaar, banjo, mandoline en fiddle.
Charlie Daniels zit in de Misty Mountain Boys en The Jaguars, en Elvis Presley neemt een compositie van hem op. Eind jaren zestig vertrekt Daniels naar Nashville, Tennessee. Zowel Bob Dylan, Leonard Cohen en Ringo Starr weten meer…

George Whitsell is eind jaren zestig gitarist in The Rockets, tot hij tot de ontdekking komt dat The Rockets al anderhalf jaar niet meer bestaan. Zijn band is namelijk gekaapt door Neil Young.
Countryrock, op het juiste moment en tijd – 1974 – maar wel uit Sunderland, aan de kust van noordoost Engeland, en tóch zoiets als Barefoot Jerry of James Gang. In die sfeer. Het wonderlijke daarnaast is dat John Elstar (zang, akoestische gitaar, mondharmonica), Ray Minhinnett (lead-, slide en twaalfsnarige gitaar), Jim Hall (keyboards, piano), John Gordon (bas, gitaar) en Ian Byron (drums) zomaar onder contract komen bij het grote EMI Records, en dat zij in één jaar twee elpees uitbrengen: het zelfgetitelde Highway en Smoking At the Edges. De laatste is net aan de betere, want losser, zelfverzekerder
Bij het verschijnen van The Beau Brummels wordt geschreven dat het een van de allerbeste reünie-albums is. Tamelijk vanuit het niets brengt Warner Bros. in april 1975 namelijk het zesde album uit van The Beau Brummels – in de originele bezetting.
Het zijn in 1977 niet zomaar goede tijden voor de countryrock. The Eagles hebben het niet meer, wat dan ook in 1979 blijkt met The Long Run, en de Ramones kloppen aan de poort. In landelijk Amerika blijven ze er in geloven, zoals de jongens van Lodestar. Hun zelfgetitelde album is classic countryrock.
Op jonge leeftijd maakt hij al deel uit van supergroep Buffalo Springfield. Vervolgens gaat hij een monsterverbond aan met de nieuwe prinsen van de Westcoast – Crosby, Stills, Nash & Young – en wordt hij als gitarist door Jimi Hendrix en Eric Clapton als hun gelijke beschouwd. Deze indrukwekkende palmares, en zijn ongecontroleerde overgave aan drank, drugs en gekte, levert hem de bijnaam Captain Manyhands op. Maar pas daarna maakt Stephen Stills zijn meesterwerk, en wel met zijn fabuleuze allroundband: Manassas.
De waanzinnig fraaie hoes van het album van Tortilla is ontworpen door de Bergense kunstenaar Hans van Draanen. Een onzinhoes noemde Jan Donkers het in 1971 in zijn recensie in Aloha. Over de muziek was hij overigens best te spreken. Nog lovender was Muziekkrant OOR: ‘Tortilla’s eerste elpee: een sensatie’.



