We praten hier van de ware wortels van de countryrock; midden jaren zestig in Los Angeles, Californië. Misschien is het in 1965 nog wel louter folkrock, als de band – Larry Murray (zang, gitaar), Rick Cunha (zang, gitaar) en Dave Dawson (zang, gitaar, autoharp) – elke maandagavond optreedt in The Troubadour aan Santa Monica Boulevard. Maar gaandeweg integreren Hearts and Flowers meer en meer country and western in hun sound: Buck Owens, Merle Haggard en The Louvin Brothers. Als de debuutelpee Now Is the Time for Hearts and Flowers in 1967 uitkomt op Capitol Records wordt meer…

Founding father van The Oxpetals is de boomlange Guy Phillips. Bij uitstek een vroege hippie, die al vanaf de vroege jaren zestig de bandleden van The Lovin’ Spoonful en ook Emmylou Harris tot zijn vrienden rekent. Zijn status wendt hij aan om met jongere gastjes uit Roanoke, Virginia The Oxpetals op te richten, die aldus in 1967 een single mogen opnemen voor het Musicor-label – en vervolgens worden gedropt.
Het is een soort van supergroep, of althans de bandleden hebben hun sporen verdiend in andere bands, die in navolging van The Band en Bob Dylan neerstrijkt in Woodstock, upstate New York. Gretig op zoek naar de backwoods-vibe van samen muziek maken en het vrije commune-leven betrekken The Fabulous Rhinestones in 1971 het Eagle Mountain House, hun eigen Big Pink.
Al is Big Ben Atkins als tamelijk marginaal te beschouwen, in 1971 brengt hij wel een voortreffelijke plaat uit. Patchouli komt uit op Enterprise Records, een sublabel van Stax Records. Je kunt dan verwachten dat Patchouli zich beweegt tussen soul en country; tussen als het ware Otis Redding en The Band, of bijvoorbeeld Bobby Charles. En dat klopt dan ook.
Countrymuziek zit Robb Strandlund diep in de genen. Zijn ouders hebben in de jaren vijftig in Chicago, Illinois een muzikale radioshow en Robb treedt daarin al op als hij vier is. Californië is het beloofde land van de muziek- en entertainmentindustrie, zodat de familie daar naartoe verhuist. Robb, niet alleen een zanger en gitarist, maar ook met een talent als songschrijver, komt begin jaren zeventig in het Californische countrywereldje terecht, waarna het ervan komt dat hij samen met Jack Tempchin Already Gone schrijft. Tempchin, die The Eagles al eerder voorzag van Peaceful Easy Feeling, stuurt de tape op naar
Randy, ja, is een puur Amerikaanse naam. Zeker. Maar hier hebben we te maken met een band, een Engelse band, uit het Londense pubrockcircuit van The Tally Ho en The Speakeasy, de pubs waar ook Brinsley Schwarz, Eggs Over Easy en Bees Make Honey begin jaren zeventig optreden. Randy is misschien net even iets anders, anders in de zin van meer countryrock.
Nee, Eagles Live uit 1980 is niet representatief voor de live-verrichtingen van The Eagles. Live At The Forum ’76 is dat wel. Want dan zijn The Eagles nog niet helemaal volgevreten en zelfvoldaan; het megasucces van Hotel California is hun dan nog niet ten deel gevallen: dat album komt pas op 8 december 1976 uit. Ze gaan er nog voor, The Eagles, zoals beslist te horen valt op Live At The Forum ’76. Bernie Leadon is dan vervangen door Joe Walsh. Het zijn Don Henley, Randy Meisner, Joe Walsh, Glenn Frey en Don Felder die live hun mannetje staan, met dus ten bewijze Live At The Forum ’76 – maar wel met 
In de weken die eindigen op 18 en 25 oktober 1969 staat er een advertentie in de Britse Melody Maker die afkomstig is van Famepushers Ltd. Achter dit bedrijf schuilen de zakenlui Edward Moulton en Stephen Warwick, entrepeneurs die actief zijn in de filmindustrie en zich verder bezighouden met de exploitatie van een vakantie-eiland in de monding van de Thames, de organisatie van het spectaculairste bridgetoernooi ooit en voor de rest met alles waar geld mee valt te verdienen. Dus zijn Moulton en Warwick via een advertentie op zoek naar een jonge band met songschrijverskwaliteiten.

