Het zestiende studioalbum van Charley Crockett in amper tien jaar tijd. Dat getal zegt eigenlijk al genoeg. Age of the Ram (Island) is het sluitstuk van de zogenaamde Sagebrush Trilogy, een driedelige conceptserie die begon met Lonesome Drifter en werd vervolgd met Dollar a Day. Dit derde deel concentreert zich op de fictieve outlaw Billy McClane, geïnspireerd op een Marty Robbins-nummer uit 1963. Het album opent zelfs met een omroeper die aankondigt: “And now for our feature presentation.” Groot gebaar. Helaas blijft de belofte daar goeddeels bij.Want wie de voorgaande twee delen heeft gehoord, weet precies wat hij krijgt: pedal steel, piano, wat blazers, en Crocketts rasperige bariton die wederom een man op de vlucht bezingt. Twintig nummers lang. Vijfenveertig minuten. Het probleem is niet zozeer dat het slecht is — Crockett kent zijn vak — maar dat het zo verschrikkelijk voorspelbaar is. Elk nummer levert precies wat het label op de verpakking belooft, en niets meer.
De honky-tonk-nummers klinken als honky-tonk. De ballades klinken als ballades. De intermezzo’s vullen de ruimte tussen de nummers op een manier die cinematisch bedoeld is, maar eerder als tijdvulling aanvoelt. Crockett is een vlijtig man. Maar vlijt is geen artistieke deugd als het ten koste gaat van distinctie. Drie albums binnen één jaar uitbrengen klinkt indrukwekkend; het resultaat klinkt gehaast en uitgedund. Age of the Ram mist de vonk die zijn beste werk — denk aan The Man From Waco en $10 Cowboy — zo aanstekelijk maakte. Hier is een artiest die zijn eigen formule op de automatische piloot uitvoert.
Voor de hardnekkige fan die elke plaat van Crockett koestert: dit zal volstaan. Voor de rest is het een album dat je een paar keer draait en daarna weer terug in de kast zet. Is Crockett het kwijt?
Nee!Er zijn momenten in de muziekgeschiedenis waarop een artiest zich zo grondig bevrijdt van de ketenen van de industrie dat je het bijna fysiek kunt voelen. Clovis (eigen beheer) van Charley Crockett is zo’n moment. Op een willekeurige dinsdagavond om 20.00 uur uploadde Crockett het album via zijn iPhone naar Spotify — geen persberichten, geen marketingcampagne, geen toestemming gevraagd aan wie dan ook. Zijn eigen woorden op Instagram vatten het perfect samen: “You can drop a fuckin’ record whenever the fuck you want.” En dat deed hij.
Maar laten we even terugspoelen. Want om Clovis volledig te begrijpen, moet je het plaatsen naast wat eraan voorafging. Nog geen jaar geleden zat Crockett bij podcaster Joe Rogan enthousiast te vertellen over zijn nieuwe deal met Island Records, nadat hij jarenlang had geworsteld met wat hij zelf zijn “broke dick deals” noemde. Die samenwerking resulteerde in eerdergenoemde Sagebrush Trilogy. Toch liep dat spaak. Wat er werkelijk met de Island-deal is misgegaan, blijft vooralsnog onduidelijk maar Crockett liet er na de release van Clovis weinig twijfel over bestaan hoe hij er zelf over denkt. Op Instagram postte hij: “Every time I find out I signed a deal I don’t like, and I go to these fuckin’ business people, and tell them I don’t like the deal, I don’t think it’s fair, they say ‘Tough luck kid, you shouldn’t of fuckin’ signed it.’ As soon as I hold them to that same standard, I’m the fuckin’ bad guy.” Het is een herkenbaar verhaal in de muziekindustrie. Zijn framing doet denken aan Prince, die in de jaren negentig klaagde dat Warner hem niet toestond platen uit te brengen op het tempo dat hij wilde. En net als Prince handelde Crockett: niet door te schreeuwen, maar door te dóén. Hij betaalde $300.000 uit eigen zak om Clovis te maken en te releasen — en hij uploadde het album bewust om sales en streams weg te sluizen van het Island-album Age Of The Ram.
Clovis is dus zijn zeventiende studioalbum, opgenomen in de legendarische Norman Petty Recording Studios in Clovis, New Mexico. In die studio waren in de jaren vijftig onder anderen Roy Orbison, Buddy Holly en een jonge Waylon Jennings actief. In de jaren tachtig werd de studio geconserveerd in zijn originele staat.
Clovis is dus zijn zeventiende studioalbum, opgenomen in de legendarische Norman Petty Recording Studios in Clovis, New Mexico. In die studio waren in de jaren vijftig onder anderen Roy Orbison, Buddy Holly en een jonge Waylon Jennings actief. In de jaren tachtig werd de studio geconserveerd in zijn originele staat.
En Clovis klinkt alsof ook Charley Crockett weer helemaal gerevitaliseerd is. Opener The Hallelujah Trail knalt er werkelijk uit, met een heerlijke gitaarriff. One Eyed Jack is rauw en bitter. Country Music klinkt als een geloofsbelijdenis — Crockett zingt dat “country een schilderij is, dit leven een canvas in de kleur van de plekken waar je geweest bent.” Alberquerque Light gaat over Jim Sullivan, die singer-songwriter die in 1975 op 34-jarige leeftijd van de aardbodem verdween en waaraan Wiebren Rijkeboer in zijn boek Americana Outlaws aandacht besteedde. Heel bijzonder is ook het volledig instrumentale titelnummer: strijkers galore! Een ander hoogtepunt is zonder twijfel The Honky Tonk Gospel. In dit nummer weet Crockett zijn liefde voor traditionele country te combineren met een bijna spirituele ondertoon. En Waylon Rides Again, waarbij kettingen als percussie-instrument worden gebruikt, is het soort afsluiter dat je met gebalde vuist naar het plafond laat staren. Met Clovis krijg je weer een beetje vertrouwen in de mensheid en in het bijzonder in Charley Crockett (voor de duidelijkheid: deze krijgt 4 sterren)




06/05/2026 Permalink
Was er al na 3 albums klaar mee. Zelfde muziek in een ander hoesje.