
Hij is geboren met een zilveren lepel in zijn mond. Hij is de zoon van Woody Guthrie, een van de allergrootste socialistische helden met een gitaar van naoorlogs Amerika. Arlo Guthrie profiteert van de status van zijn vader, maar kan er maar ternauwernood tegenop boksen. Hoe dan ook verkeert hij in de kringen van de inner circle van het hippe Los Angeles van de jaren zestig. De muziek wordt hem eenvoudigweg met de paplepel ingegoten, maar Arlo heeft beslist ook zijn eigen kwaliteiten, die dan ook op zijn eigen albums tot uitdrukking komen. Wat dus in het bijzonder geldt voor Arlo’s vierde album: Running Down the Road, uit 1969.
Running Down the Road is Arlo’s soort van countryrockplaat, wiens succes in augustus 1969 zomaar samenvalt met zijn optreden op Woodstock. De 22-jarige Arlo Guthrie laat op Woodstock een onuitwisbare indruk achter met de drugssmokkel-song Coming in to Los Angeles. Het smelt volledig samen met de hippie-drugscultuur, zodat Running Down the Road ook dat lot deelt: een hippie-countryrockalbum; een geweldig hippie-countryrockalbum.
Arlo weet zich bij de opnames van Running Down the Road, geproduceerd door Lenny Waronker en Van Dyke Parks, gesteund door op gitaar Ry Cooder, Clarence White en James Burton; op bas Chris Etheridge en Jerry Scheff; en op drums Clarence White en Jim Gordon.
Een uitgelezen gezelschap dat Guthrie meesleept in geweldige countryrocksongs als Oklahoma Hills (een cover van papa Woody), Every Hand in the Land, Creole Belle (een cover van Mississippi John Hurt), en Wheel of Fortune. Oh, in the Morning is een fantastische pianoballad – sterk gelijkend op de intense songs van The Beau Brummels’ Triangle (1967).
Dan is Coming in to Los Angeles vanzelfsprekend die echt absolute topsong; My Front Pages een geweldige folkrocker; en sluit het album af met de titelsong, het opwindend, zwaar psychedelische Running Down the Road.
De geweldige hoes toont Arlo Guthrie op een motor; de binnenkant van de klaphoes is zelfs nog indrukwekkender: Arlo stoer staand op een motor. De waarheid is echter wel wat weerbarstiger als je er dieper op ingaat. Op de hoes van Hearts and Flowers’ Of Horses Kids and Forgotten Women staat namelijk bij de Arlo Guthrie-cover Highway in the Wind dit te lezen: ‘Little Arlo wrote this, and we took it from him while we were teaching him to ride a motorcycle – ‘cept he never got past training wheels’.
Desalniettemin een mooie hoes – en een erg mooie plaat.
Running Down the Road. Reprise Records, 1969. Oklahoma Hills│Every Hand in the Land│Creole Belle│Wheel of Fortune’│Oh, in the Morning│Coming in to Los Angeles│Stealin’│My Front Pages│Living in the Country│Running Down the Road




Reageren
»Nog geen reacties.
RSS feed for comments on this post.
Plaats een reactie