Als alle liedjes zo fraai waren uitgevoerd als opener When This Blows Over, dan was er een sterrenregen gedaald op Familiar Ground (Black Mesa Records) van John Calvin Abney. Dat heeft alles te maken met de pedal steel van Whit Wright. Die trekt met zijn streken de popmelodie naar de aarde, daar waar rootsmuziek wortel schiet. Maar Abney en zijn compagnon John Moreland (drums en bas) willen zich daartoe niet beperken. Het magenta dat over de nummers op het vijfde album van de veelzijdige artiest uit Oklahoma vloeit, had wel wat meer mogen afsteken meer…



Experimentele slaapkamer folkpop, zo noemt
‘In a paint-by-numbers world / I’ve learned to play my part’, zingt
Met Greed On Fire begint Joseph Parsons meer dan overtuigend. Bij de eerste tonen verwacht je dat Paul Westerberg zo begint te zingen. Maar nee, het is een andere stem. Die zang van de Amerikaan komt er overigens ook heel lekker uit. Want de naam van Jerry Giddens (Walking Wounded, Gaucho Gil) laten we altijd met graagte even vallen. Zoals op At Mercy’s Edge (Bue Rose Records/Sonic Rendezvous) hebben we Parsons al een tijdje niet gehoord. Hij heeft wel iets te zeggen. En dat doet hij met overgave. ‘Sometimes I feel like America / Good at heart,
Een behoorlijk weird plaatje. The Freelancer’s Blues (Wharf Cat/Konkurrent) van
Rond de kerstdagen van 2018 verbleef
e multi-instrumentalist
Het circus maakte een enorme indruk op
Op 4 januari, op wat de 39ste verjaardag van zijn zoon zou zijn geweest, bracht Steve Earle het album J.T. (New West/PIAS) uit. Een album waarop hij songs van de in augustus 2020 veel te vroeg, door drugsgebruik, overleden Justin Townes Earle covert. Ik heb bij beluistering van het album met opzet alle begeleidende stukjes ongelezen gelaten, de emotionele ballast even gelaten voor wat hij is, en me geconcentreerd op de 11 liedjes. En geconstateerd dat dit een puntgaaf album is. Natuurlijk, Earle maakt er een echt Earle-album van. Met robuuste en
De akoestische gitaar van 