Na de dood van zijn vader zocht Matthew O’Neill naar troost en wijsheid door jaren als een nomade te leven in de wouden van Amerika. Weg van alles en iedereen. Tevens vertoefde hij langdurig in indianenreservaten. De in Canada geboren O’Neill groeide op in het Amerikaanse Pennsylvania, totdat hij zijn vader verloor. Dertien was hij toen. Campfire Cook (Lone Pine Records) kwam tot stand in een blokhut in Wrightwood, Californië. Daar ontstond op het titelnummer de sfeer van Neil Young circa Harvest. Don’t Speak is van een andere orde. De zang meer…



Ze werden hier al genoemd in recensies van albums van Willie Sugarcapps en Scott Nolan. Maar hun eigen Dirt Road’s End bleef onbesproken. Daar maken we nu een eind aan, ook al is het album al bijna een jaar oud. Gewoon omdat het kan en omdat dit een album is dat nodig onder de aandacht gebracht dient te worden. 
Eergisteren bereikte ons het bericht dat Giant Sand er na 30 jaar mee ophoudt. Howe Gelb kapt met zijn band. Het einde van een tijdperk. Jammer. Maar waar iets verloren gaat ontstaat vaak ook weer wat anders moois. In een van de laatste (of was het de laatste?) samenstellingen van Giant Sand zaten Brian Lopez en Gabriel Sullivan, een duo dat er samen ook nog een andere band op nahoudt:
Rootsmuziek heeft maar weinig met het platteland te maken. Het gros van al die artiesten op cowboylaarzen woont in een stad. Jeffrey Lewis komt uit New York en draagt sneakers. Zijn muziek wordt door vrijwel niemand omschreven als americana. Toch is Manhattan (Rough Trade/Konkurrent) van
De uiterst actieve Neal Casal bepaalt de kleuren op Indian Summer (Horton Records/Continental Record Services/Munich) van 
Op haar elfde stond 