In Israël kwam Get Closer (Ada Global/Rough Trade) van de in een kibboets opgegroeide Geva Alon al uit in 2009. In Nederland ligt dit magistrale album vanaf nu in de winkels. De Israëlische singer-songwriter valt in de categorie americana, maar zijn muziek kent evenveel Britse invloeden. Zo opent Alon met de gedragen nummers Here Comes The Time en Help Me Girl die niet hadden misstaan op een van de klassieke albums 1 tot en met 4 van Scott Walker. Zijn stem met groot bereik valt verder te vergelijken met Leonard meer…



Na een lekker, maar provocatief dixieland-liedje barsten
Het was in 1995 dat ik totaal verslingerd raakte aan Soar, het schitterende nummer van Almost Speechless, het debuut – op major Sony – van Ben Arnold. Zestien jaar en zes platen later treffen we Ben met Simplify aan op het Duitse rootslabel Blue Rose (Sonic Rendezvous). Nog steeds is de man uit Philadelphia, Pennsylvania gezegend met dat prachtige, donker-hese stemgeluid, waardoor de songs op Simplify vertrouwd klinken. Verder vraag ik mij wel af of Arnold anno 2011 voldoende in huis heeft om potten te kunnen breken. Vooral in de uptempo-songs klinken zijn liedjes
Hij is een interessante singer-songwriter, die het de moeite waard is te volgen. Christopher Rees is bovendien een Welshman die puur Amerikaanse muziek maakt. Was Cautionary Tales (2007) een soulvolle folkplaat en Devil’s Bridge (2009) een album opgetrokken uit murder ballads, op Heart On Fire ( Red Eye Music/Bertus) gaat Rees de samenwerking aan met The South Austin Horns. Dat levert een drukke plaat op boordevol rhythm & blues en soul. Hoewel Rees over een sterke stem beschikt en bewezen heeft sterke songs te kunnen schrijven, bewandelt
Zakk Wylde is een allesverslindend gitaarmonster; een heavy metal-gitarist van het agressieve en gespierde soort. Zijn samenwerking met Ozzy Osbourne omspant maar liefst twee decennia – in 1988 was de 21-jarige knaap uit Bayonne, New Jersey voor het eerst te horen op een album van Ozzy. Na zeven jaar Ozzy Osbourne gaat Wylde in 1994 voor zijn eigen kansen en komt, gesteund door het grote Geffen, verrassend voor de dag met zijn southern rock-trio Pride & Glory. Nog verrassender is de stap die Zakk Wylde in 1996 zet met een heus singer-
Ach ja, The Silos. Americana-pioneers vanaf midden jaren tachtig en makers van een serie interessante platen. Toch is de aandacht voor The Silos heden te dage – we zijn nu zo’n 25 jaar verder – danig verflauwd. Niettemin ploetert de band, opgericht in Florida en onder aanvoering van Walter Salas-Humara, onverdroten voort. Dat resulteert nu in Florizona (Blue Rose/Sonic Rendezvous), het, als ik het goed tel, vijftiende Silos-album. Het blijven volhouden loont, want Florizona is een enthousiast klinkende plaat met
JT Nero is de zanger van JT & The Clouds, een soulvol rootsy popbandje uit Chicago. In zijn paspoort staat de naam Jeremy T. Lindsay maar Nero past klaarblijkelijk beter bij de muziek van de man. Mountains/Forests (Lucky Dice) is na de EP Demons/Demons (ja, JT houdt van schuine streepjes) de eerste volwaardige cd. Ten opzichte van het zijn werk met The Clouds zijn de liedjes op deze plaat wat akoestischer. Iets meer banjo’s, dobro’s enz. Belangrijkste troef is de stem van JT. Vergelijk hem maar met iemand als
Gezien het onmiddellijke succes van August And Everything After lijkt het of het alsof het allemaal van een leien dakje ging voor Adam Duritz en zijn band, Counting Crows. Niets is minder waar. Barstensvol zelfkwelling en ziekelijke twijfel lijkt Duritz nauwelijks opgetogen als Counting Crows – waarvan de leden allen de dertig al naderen – in het voorjaar van 1992 getekend worden door Geffen Records. Opnemen in een grote studio zit er niet in wat Duritz betreft. Op advies van Duritz’ held Robbie Robertson kiest de band voor de opnamen
Seryn is waarschijnlijk niet ieders cup of tea. De vier mannen en een vrouw uit Denton, Texas maken namelijk muziek van het kaliber Fleet Foxes, maar dan nog meer geworteld in folk, akoestica en koralenzang. Dat betekent dus banjo, ukelele, accordeon, viool, een grote trom en gestapelde vocalen. Seryn kan goed uit de voeten met dit instrumentarium, want aan schoonheid geen gebrek op This Is Where We Were (
Werkelijk prachtig is Curse Of Canaanville, de opener van Canary (Misra/Bertus), de derde cd van Southeast Engine. De groep legt een fraai americana-tapijt neer, compleet met country-snik en weemoedige fiddle. Vervolgens schiet het alle kanten op, van jubelende countryfolk tot countryeske pop. Bright Eyes is aldus een goede referentie. Het kwartet uit Ohio, onder aanvoering van Adam Remnant, schuwt het avontuur beslist niet en schurkt op een prettige manier tegen de buitenmuren van de americana aan – rock en pop
De op een ongepolijste manier zingende
Het veertiende album van Steve Earle is als het ware een terugkeer naar oude waarden. Geproduceerd door T Bone Burnett is I’ll Never Get Out Of This World Alive (New West/Sonic Rendezvous) een fraai, gruizig en tegelijk rustiek Earle-album. Het gaat goed met Earle; de man is gelukkig met Allison Moorer en hun baby, heeft een rol in de televisieserie Treme – net als hij had in The Wire – en debuteert dezer dagen met een roman die een gelijke titel heeft als deze cd, overigens beide ontleend aan de titel van de laatste single van
Cortney Tidwell en Kurt Wagner vielen de twijfelachtige eer te beurt de Rhythm & Blues Night – in de kleine zaal althans – te moeten openen. Het publiek leek er nog niet klaar voor, en Kort – Cortney en Kurt – ook niet. Vooral Wagner kwam bijzonder ongeïnspireerd over; de bezoekers zagen meestentijds de bovenkant van zijn cowboyhoed. De muziek van het gelegenheidsduo
Wij hier bij Altcountry.nl volgen
3 Step is een uitstekende opener van Turncoats (My Forlorn Wallet Records) van
Sometimes it’s hard to see / Even when it’s right at your feet / You’re alright, Yeah, you’re alright / Last night I saw the yellow moon, from the corner of my room / Hanging low in the autumn sky / I put on a Neil Young song, blew out the candles and I sang along / Hey-hey, my-my / Cause I’m alright, I’m alright.
Marc Black
Rootsrocker
Een nieuwe plaat van Markus Rill is altijd goed nieuws. Ik verwelkom zijn albums, zoals The Price Of Sin (2006) en The Things That Count (2008), met open armen. Er is altijd een basiskwaliteit, maar Rills begrensde idioom begint inmiddels een beetje te veel van hetzelfde te worden. Wild Blue & True (Blue Rose/Sonic Rendezvous heeft ook weer die vertrouwde basis, maar gevaar en avontuur lijken ver op afstand. Markus Rill houdt vast aan het bekende, en dat is in zijn geval een egale vorm van rootsrock
Hustla is een term die vooral door rappers wordt gebruikt. Een hustla is een drugsdealer, pooier of iemand die via andere illegale zaakjes aan zijn geld komt. Zo gevaarlijk als de naam doet vermoeden, zijn de
Het is niet meer dan een ep met zeven tracks, maar toch weet deze
Zoals wel vaker het geval is met hobbyclubjes, hebben de makers meer plezier gehad dan de luisteraars ooit zullen hebben. Wat mij betreft is dat ook het geval met The Baseball Project, een vrijetijdsproject van Peter Buck en Steve Wynn. Leuk dat de twee elkaar gevonden in hun liefde voor baseball en de (jeugd)herinneringen daaraan, maar what’s in there for me? Niet veel vrees ik. Het speelplezier is, het moet gezegd, op Volume 2: High And Inside (Blue Rose/Sonic Rendezvous) overduidelijk aanwezig, maar geforceerde teksten en rijmelarijen met steeds maar weer
Een stel jonge honden is het. Of nee, een stel jonge cats moet je ze eigenlijk noemen. Dat hebben rockabillies immers het liefst.
Hij is al een jaartje of tien onderweg, maakte een viertal albums, maar een doorbraak zat er niet echt in. Je mag hopen dat daar met That Old Southern Drag (Nine Mile Records/Sonic Rendezvous) verandering in komt, want Patrick Sweany veegt hier de vloer aan met het gros van de countrybilly- en swamprockers van het huidige tijdsgewricht. De inwoner uit Kent, Ohio toog naar Nashville, Tennessee en plakte en knipte daar deze ijzersterke rhythm & bluesplaat met countrysoul-topping en jaren zeventig-sfeer in elkaar. Sweany rekent Eddie Hinton, Doug Sahm
De altcountry van de eerste albums is op de achtergrond geraakt bij
Tijdens een optreden van Rootbag gisteren in Asten is Dick Wagensveld, bassist van de groep maar ook van de Shiner Twins, door een hartstilstand overleden. Dick is slechts 53 jaar geworden.
Het zijn slechts vijf nummers in iets minder dan twintig minuten, maar daar weet
Toen Bill Callahan in 2007 zijn pseudoniem Smog afwierp, had de singer-songwriter uit Silver Spring, Maryland al een flink oeuvre van zo’n twintig platen op zijn naam. Het eerste album onder eigen naam, Woke On A Whaleheart, bleek nog een vingeroefening, maar opvolger Sometimes I Wish We Were An Eagle was een volbloed meesterwerk. In dezelfde lijn ligt Apocalypse (Drag City), dat meesterlijk voortborduurt op de ingeslagen weg. Barokke, gotische alt.country is de stiel van Callahan; schitterend ruimtelijk geproduceerd en rijkelijk gearrangeerd met
The Riley Watkins Trio speelt avond aan avond Beatles- en Creedence Clearwater Revival-covers in Michigan, Ohio en Pennsylvania. Maar ergens in 1969 wordt het trio door Gary Stewart – de toekomstige king of the honky tonks – uitgenodigd om in Nashville, Tennessee demo’s op te komen nemen. Inmiddels is de bandnaam afgekort tot Riley en heeft het trio zich bekwaamd in een stijl die het midden houdt tussen CCR en The Band. Riley neemt een serie superieure countryrocksongs op zoals ‘Grandma’s Roadhouse’, ‘Field Of Green’, ‘Drinkin’ Them Squeezins’ en
Op grond van het materiaal op Here We Rest (Blue Rose/Sonic Rendezvous) ben ik de mening toegedaan dat Jason Isbell beter en beter wordt. Isbells debuut in 2007 stelde mij behoorlijk teleur, al revancheerde hij zich daarna met het sterke groepsalbum Jason Isbell and The 400 Unit. Op Here We Rest trekt Isbell de opgaande lijn door, want soulvol, warmbloedig en grofkorrelig tegelijk. Als veelbelovende gitarist en songschrijver werd Jason – tevens toentertijd het liefje van Shonna Tucker – Drive-By Truckers binnengehaald. Hoewel een zinvolle toevoeging, 