Zelfs wij gaan met onze tijd mee. Altcountry.nl is tegenwoordig ook te volgen via Facebook. En ook al enige tijd via Twitter.
Terwijl Calexico de stoffige woestijn verliet voor het nieuwe album Algiers, zocht de Nederlandse band Dia del Mercado die juist op. Althans, in gedachten. Seven Years Of Dirt (Root & Branch Recordings) werd namelijk gewoon opgenomen in Groningen, maar wel met afgelegen stoffige stadjes in het achterhoofd. Dat leverde een alleraardigst album op vol filmische muziek in de stijl van, jawel, Calexico. En dus ook van Ennio Morricone. Zo blijkt maar weer eens dat je helemaal niet naar een geografische plek hoeft af te reizen om de sfeer meer…
Calexico wou wel eens een plaat opnemen in Europa, maar dat plan bleek toch teveel voeten in aarde te hebben. New Orleans was een aardig alternatief, want het is de meest Europese stad van Amerika. En dat niet alleen, de stad herbergt veel meer invloeden van buitenaf. Een buitengewoon inspirerende omgeving derhalve voor een band die toch al graag over grenzen trekt. Algiers (City Slang/Konkurrent) is vernoemd naar de wijk in New Orleans waar het album werd opgenomen. De zilte zeebries van de aan de Golf van Mexico gelegen stad heeft de droge meer…
Met de woorden You said you loved me, but we both knew you lied zet Dan Stuart de toon op The Deliverance Of Marlowe Billings (Cadiz Records/Bertus). De voormalige voorman van Green On Red doet verslag van zijn leven. Huwelijk kapot. Ontsnapt uit een psychiatrische kliniek. Van New York naar Mexico getrokken om zelfmoord te plegen. Daar door alle ellende die hij er aantreft (drugsoorlogen, corruptie, armoe) tot het besef gekomen dat hij het eigenlijk zo slecht nog niet heeft. Zodat er nu een geweldig nieuw album met meer…
De bio van Arlan Feiles doet een beetje onwerkelijk aan. De man had in Florida enige mate van succes met rockband Natural Causes, kwam onder de hoede van de legendarische producer Tom Dowd. Tekende vervolgens een contract met Island Records, nam een eerste soloplaat op waarop hij werd ondersteund door leden van The Band. Kostje gekocht, zou je denken. Jammer genoeg werd deze plaat, Troubled Monkey, om een of andere reden nooit uitgebracht. Feiles verhuist daarna naar Ashbury Park, New Jersey en brengt, in 2005 en in 2008, meer…
Misschien komt het wel door die nieuwe commercial (Even Apeldoorn bellen) dat ik bij I Know What Love Isn’t (Secretly Canadian/Konkurrent) van Jens Lekman moet denken aan Theme From Love Boat. Die toetsen! Die fluitjes! Helemaal niet zo gek eigenlijk, want de Zweed heeft het vooral over de liefde. En dan vooral over de liefde die voorbij is. Jawel, we hebben het hier over het derde album op rij (Graham Weber, Dylan LeBlanc, Jens Lekman) dat tot stand is gekomen na gedoe in de liefde. Nou is de Zweed een meester in het relativeren, dus meer…
Zie hem eens zielig zitten op de zorgvuldig gestyleerde zwart-wit foto van Cast The Same Old Shadow (Rough Trade/Konkurrent). De jonge twintiger Dylan LeBlanc heeft het moeilijk, zoveel is wel duidelijk met zo’n hoes. Innocence where are you now? / Did you leave me here to drown? Dat zijn de eerste woorden van de plaat. Het nummer draagt de titel Part One: The End. Daar houdt het zelfbeklag van de door liefdesverdriet verteerde LeBlanc niet op. Een oppervlakkige beluistering brengt het gevoel van de miserabele jaren tachtig terug. De tijd dat meer…
De coverfoto van Women (eigen beheer) loopt door op de achterkant van het klaphoesje. Helemaal links zit op een barkruk Michelle Keffer. Ze overziet het tafereel van haar man die fraai uitgelicht tussen al die oogverblindende vrouwen poseert. Op Women rekent Graham Weber, een singer-songwriter uit Austin, Texas, af met een rotperiode. In 2009 liep zijn relatie met Keffer spaak. Het duurde ruim een jaar voordat ze de draad weer oppakten. Women is een conceptplaat over het proces van uit elkaar groeien en weer tot elkaar komen. Daarbij spaart meer…
Jon Langford maakt platen met iedereen. Deze keer doet hij dat met labelgenoot Paul Burch. Ook al zitten ze bij dezelfde platenmaatschappij, de samenwerking is niet zo vanzelfsprekend. Want de immer wild om zich heen slaande Langford en de bedachtzame Burch, het lijkt op papier een weinig gelukkige combinatie. Op Great Chicago Fire (Bloodshot Records/Bertus) van Waco Brothers & Paul Burch worden alle twijfels die je vooraf zou kunnen hebben weggenomen. Zonder aan persoonlijkheid te hebben ingeboet, blijken beide meer…
Op haar linkerpols ontwaren we een tatoeage van Texas. Het is een niet te missen blikvanger als ze op een podium gitaar staat te spelen. Dat doet ze namelijk linkshandig. Over wie we het hier hebben? Glitter Rose, that’s who! Wie dat is? Glitter Rose is een stoere vrouw van 27 uit Fort Worth, Texas, die net een nieuw album heeft afgeleverd. En dat Dead Or Alive (eigen beheer) is een stampende rockplaat met de kracht van een springveer. Deze onverschrokken chick gaat als een stoomwals door de southern rock. Denk aan Johnny Law of Burning Tree. Al op meer…
Melancholic Melodies For Broken Times (Rootsy.Nu/Sonic Rendezvous), met zo’n titel heb je je verhaal eigenlijk al wel verteld. Dus is de vraag: kan Johan Orjansson daar nog veel aan toevoegen? Is hij in staat originele invalshoeken te vinden of betreedt hij met zijn smart bekende paden? Dat laatste is wel een beetje het geval. Want in Down The Avenue zingt hij nogal als Ryan Adams. Dat is niet zo erg. Minder enthousiast worden we van Papercuts waarop hij iets teveel overkomt als Adam Duritz (Counting Crows). Daar meer…
Met Will Kimbrough vormt Tommy Womack een van de beste barbands ter wereld: Daddy. Maar de echte vader leren we pas kennen op Now What! (Cedar Creek Music). Womack weet wat het snelle rock-‘n-roll-leven inhoudt en daarom kan hij des te meer genieten van lekker thuiskomen bij zijn gezinnetje. Saai? Allerminst! Tenminste niet als we afgaan op hetgeen de rocker uit Nashville ons voorschotelt op zijn vijfde soloplaat. Zo schreef hij tijdens de afwas de opener van deze plaat, het catchy Play That Cheap Trick, Cheap Trick Play. Het album telt meer…
De Italiaan J.C. Cinel noemt op de webwinkel CD Baby Allman Brothers, Black Crowes en Doobie Brothers als vergelijkingsmateriaal. Die eerste naam ligt voor de hand, want op The Light Of A New Sun (Andromeda Relix/Black Widow) speelt toetsenist Johnny Neel mee op vier nummers. Die was actief bij de Allmans, maar niet gedurende de topjaren. Cinel had nog heel wat andere namen kunnen noemen. Steely Dan bijvoorbeeld. Maar hij had het ook kunnen laten bij het noemen van slechts een band: Wet Willie. Want wat biedt dit ongecompliceerde album fijne funky meer…
Van Wovenhand verscheen eerder dit jaar het geweldige Live At Roepaen, met opnamen van een concert in december 2010 in het Limburgse Ottersum. Dat was een soort afscheid, want sindsdien is de band rond David Eugene Edwards uiteen gevallen. Pascal Humbert, de Fransman die daarvoor ook al met de Amerikaan samenwerkte in Sixteen Horsepower, leidt tegenwoordig met zijn vader een wijngaard. Van de oude bezetting hield Edwards op The Laughing Stalk (Glitterhouse/Munich) alleen drummer Ordy Garrison over. Nieuw zijn meer…
Ruim een jaar geleden waren we enthousiast over Rise On Up And Melt van Efren (zie recensie). De lichte tristesse en bedachtzaamheid van die plaat zijn op Write A New Song (Slo Pro Records) vervangen door aanvalslust. Direct al op de stevige opener, het titelnummer, valt dat op. Door de toevoeging van een zangeres gaat de band uit Athens, Georgia, hier in de richting van de hard rockende van soul en zweet druipende rootsrock van Marah. Op het met whiskey overgoten If My Heart Don’t Fail Me horen we orgel en lekkere gitaren en meer…
Kelly Joe Phelps laat op zijn nieuwste album Brother Sinner & The Whale (Black Hen Music/Continental Record Services/Munich) de lap steel liggen en richt zich als vanouds op de slidegitaar. Hij speelt weer het soort folk en blues waarmee hij al zo lang aan de weg timmert. Het is een stapje terug, want het avontuur van zijn pogingen om aan traditionele songstructuren te ontsnappen ontbreekt hier. Zijn americanaliedjes van zijn laatste platen brachten wat meer diversiteit, toch valt niet meer…
Zo ongeveer tegelijkertijd verschijnen er albums van Alejandro Escovedo, diens broer Javier Escovedo en Jon Dee Graham. In de jaren tachtig trokken de drie gezamenlijk op als True Believers, een band uit Austin die pas veel later echt op waarde werd geschat. De ware gelovigen kwamen voort uit punkbands en ze hadden zich vol overgave gestort op powerpop en rootsrock. Op Garage Sale (Blue Rose/Sonic Rendezvous) van Jon Dee Graham zijn nog altijd sporen uit dat verleden te horen. Zo is Where Were Yr Friends? een stevig stukje garagerock met meer…
Chris Masterson en Eleanor Whitmore spelen in de band van Steve Earle. Sinds ze als echtpaar door het leven gaan, noemen ze zich The Mastersons en met Birds Fly South (New West Records/Rough Trade) slaan ze de vleugels uit voor een prachtige reis door altcountry. Ze schrijven samen of afzonderlijk en zijn allebei vaardig op vele instrumenten. Het in New York wonende Texaanse stel past in de traditie van countrykoppels als Gram en Emmylou, John en Exene (van X), Buddy en Julie Miller, Handsome Family en Johnny Irion en Sarah Lee Guthrie. Vooral met meer…
Bijna vijf jaar geleden bespraken we hier het titelloze debuut van de Engelse singer-songwriter Garron Frith. We kwamen er toen niet goed uit, wel of niet goed. Garron was in ieder geval zelf zeker van zijn kwaliteiten, want nu ligt er een tweede cd: Away From The Bright Lights. Gelukkig maar, want wij worden door de liedjes op dit album ook meer overtuigd van ‘s mans kunnen. Overigens niet door de eerste twee liedjes op de plaat waarin Frith zich voordoet als veroveraar van meisjesharten (romantische zwijmelpop). Maar vanaf track 3, meer…
Veel te lang blijven liggen, deze geweldige nieuwe plaat van Leeroy Stagger. Nou ja, laten liggen is niet helemaal juist. Al wel heel veel gedraaid, maar nog nooit iets over opgeschreven. Terwijl Radiant Land (Blue Rose/Sonic Rendezvous) van Leeroy Stagger and his Band alle aandacht verdient van liefhebbers van rootsrock over gravelpaden. Met Dirty Windshields gaat Stagger direct lekker stampend op pad. Om op Enough Love To Go Around wat gas terug te nemen. Zo houdt hij de reis interessant. Over Maria zijn al heel wat fraaie liedjes geschreven door meer…
Kalen Nash is de zanger van Ponderosa waarvan binnenkort het nieuwe album Pool Party zal verschijnen. Volgens de eerste berichten verlaat de band uit Athens, Georgia, de southern rock van het debuut Moonlight Revival en gaat het op de opvolger experimenteler te werk. Dat zal alles te maken hebben met de visie van zanger Kalen Nash, want diens solodebuut Ukred (Normaltown Records) is een gelaagd psychedelisch werkstuk. Met een beetje fantasie vallen lijnen te leggen van het meesterwerk Oar van Skip Spence meer…
Dat de Zweed Anders Osborne helemaal vergroeid is met de Amerikaanse cultuur behoeft geen betoog meer sinds zijn vorige album American Patchwork. Op Black Eye Galaxy (Alligator/Munich) gaat hij gewoon door met zijn zoektocht naar de Amerikaanse ziel. En veel verder zelfs; op het titelnummer wandelt hij op wah wah-gitaar helemaal naar de Melkweg met toetsen en percussie als vangnet. Het ruim elf minuten lange nummer zou zomaar in de smaak kunnen vallen bij fans van Lenny Kravitz. En eigenlijk zou je hetzelfde kunnen zeggen over meer…
Met Harvest Breed zetten de Canadezen C-Antoine Gosselin en Philippe Custeau iets steviger aan dan ze deden in hun vorige band Jake and the Leprechauns. Everything Changes (Landlocked) heet het debuut dan ook. De van Arcade Fire bekende producer Mark Lawson werd ingehuurd om deze verandering mede vorm te geven. Toch is er van een echte stijlbreuk geen sprake. Dat Harvest Breed niet helemaal een andere richting is opgegaan blijkt al uit de songtitel van pianoliedje After Dinner Meditation. Maar toch, iets minder traag meer…
Skyscraper Soul (Blue Rose/Sonic Rendezvous) is de titel van de derde solo-cd van de Canadees Jim Cuddy. Die titelsong heeft weinig om de hakken. Cuddy houdt van de stad en draagt dat uit in wat algemeenheden. Een wegwerpliedje. Skyscraper Soul zal op basis van dit nummer dan ook niet uitgroeien tot de aanduiding van een nieuw genre. Ook het album in zijn geheel geeft daartoe geen enkele aanleiding. Skyscraper Soul is een popplaat met stadse allures, maar de veertien liedjes willen nergens wortel schieten. Daarvoor mist meer…
Sodeju, wat een lekker plaatje is Coffin Up Blood van The Bloody Jug Band. Een jugband maakt normaalgesproken akoestische muziek op veelal zelfgemaakte instrumenten. The Bloody Jugband maakt inderdaad gebruik van wasborden etc maar voegt daar ook nog een slidegitaar en steelgitaar aan toe. Coffin Up Blood is een nogal sinister plaatje. Titels als Graverobber Blues, Blacktooth Growl, Reaper Madness, Moon Bathing zeggen genoeg. Doorgaans doet zulks me niks (“waar is dat nu voor nodig?”), maar als dergelijke duistere meer…
Net als Jonathan Wilson en Dawes wonen de bandleden van Whispering Pines in Los Angeles en zijn ze helemaal gek van muziek uit de jaren zeventig. Het via fondsenwerving bekostigde tweede album staat er net als het debuut Family Tree vol mee. Whispering Pines (eigen beheer) werd opgenomen op ouderwetse analoge apparatuur en dat hoor je aan de warme sound. Alsof er een elpee van veertig jaar geleden staat te draaien. Dat ligt ook aan de kwaliteit van de liedjes, die het midden houden tussen countryrock en southern rock. Zang en meer…
De persoonlijke liedjes die Clarence Bucaro schreef na de geboorte van zijn eerste zoon passen opmerkelijk genoeg heel goed tussen de nummers waarin hij het heeft over de brandhaarden van deze wereld. Op Walls Of The World (Continental Song City/Munich) krijgt het familiegeluk van de Amerikaan extra betekenis door het te plaatsen in de context van zijn observaties van door conflicten verscheurde gebieden. Zodat een liedje als Child Of War, over kindsoldaten, nog harder binnen komt. Het mede door een Moog-synthesizer veroorzaakte atmosferische meer…
Van Cleft Music ontvingen we de elpee Down On The Bikini Line (Nasty Memories Records/Cleft Music) van Jonny Corndawg. Het label kennen we van de door ons zeer bewonderde Chelsea Crowell. Corndawg was een onbekende voor ons, toch heeft hij al een stuk of wat albums uit. Het gaat dan om obscure releases waarbij hij soms ook de naam Jonny Fritz gebruikt. Maar laten we om hem voor te stellen gewoon overnemen wat hij zelf te melden heeft op zijn website: “Jonny Corndawg is a country singer, not a singer-songwriter. Born in Montana, raised in meer…
Over de nogal belabberde zang van Steve Mednick heb ik het in vorige recensies nooit gehad. Er valt namelijk altijd voldoende te schrijven over zijn pakkende liedjes die schatplichtig zijn aan het oeuvre van The Band. Het zwaar countryrockende materiaal met elektrische gitaren is immer reden tot enthousiasme. Two Days After Yesterday (eigen beheer) verandert daar niets aan. Liefst zestien geslaagde nummers staan er op deze ruim een uur lange cd , zo zijn we dat inmiddels van hem gewend. Je vraagt je af, waar haalt de man de meer…
Sinds Johnny Cash I Won’t Back Down heeft opgenomen, kunnen andere artiesten het nummer van Tom Petty en Jeff Lynne maar beter links laten liggen. Zo steekt de versie van Dale Boyle wel erg bleek af bij de cover die is te vinden op American III: Solitary Man. De Canadees blijft op Throwback (eigen beheer) nogal voorzichtig in het spoor van zijn voorbeelden Steve Earle en Bruce Springsteen. Dat viel ook al te zeggen van zijn vorige album Small Town Van Gogh (zie de recensie hieronder). De verhalende nummers van de Canadees missen meer…

















































































































































































































































































































































































































Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
© Alt Country NL