Hij is de broer van Jessica Lea Mayfield, speelde met The Avett Brothers en nam onlangs afscheid van Cadillac Sky: David Mayfield is op solo-avontuur en debuteert met het fantastische The David Mayfield Parade (9th Grade Records). Mayfield is een begenadigd songschrijver en gezegend met een hartverwarmend stemgeluid. Hij nam dit juweeltje op in Akron, Ohio en vergezelde zich door een grote groep muzikale vrienden en vriendinnen, waaronder de Avett-broertjes, die tezamen voor een rijk geschakeerd hebben gezorgd. Rijk geschakeerd is ook meer…



Een van melancholie doordrenkte lap steel kenmerkt de sfeer van Ghost Of Red Mountain (Blank Tape Records) van
Jude Davison
Gloedvol, dat is het belangrijkste woord om het titelloze Ray Ganucheau & Bande Le Rois (Plyrz) te omschrijven.
Topgitarist Bill Frisell introduceert de cd met ijl gitaarspel – waar hij verderop op de plaat subtiel op voortborduurt in een tweetal sfeervolle intermezzo’s. Dan is het de beurt aan de de fluwelen stem van Paal Flaatu van Midnight Choir. De Noorse band zet een intense versie neer van An American Trilogy, waarmee de teller van het aantal covers van dit nummer op 100 (!) gezet wordt. Een keur van de huidige generatie singer-songwriters trekt dan voorbij. Dave Alvin, Michael Fracasso, Mark Olson, Chuck Prophet en ook de gekende folkrockers uit Seattle,
Een aangename verrassing is dit Wild Hares (eigen beheer), het betekent namelijk een hernieuwde kennismaking met de te lang van de radar verdwenen Tracy Santa. Wie is Tracy Santa? Wat staat er van hem in de platenkast? Daarover zo meer, eerst even vertellen dat
Aan het eind van een drie weken durende tournee door Canada nam de Amerikaan
In Israël kwam Get Closer (Ada Global/Rough Trade) van de in een kibboets opgegroeide
Na een lekker, maar provocatief dixieland-liedje barsten
Het was in 1995 dat ik totaal verslingerd raakte aan Soar, het schitterende nummer van Almost Speechless, het debuut – op major Sony – van Ben Arnold. Zestien jaar en zes platen later treffen we Ben met Simplify aan op het Duitse rootslabel Blue Rose (Sonic Rendezvous). Nog steeds is de man uit Philadelphia, Pennsylvania gezegend met dat prachtige, donker-hese stemgeluid, waardoor de songs op Simplify vertrouwd klinken. Verder vraag ik mij wel af of Arnold anno 2011 voldoende in huis heeft om potten te kunnen breken. Vooral in de uptempo-songs klinken zijn liedjes
Hij is een interessante singer-songwriter, die het de moeite waard is te volgen. Christopher Rees is bovendien een Welshman die puur Amerikaanse muziek maakt. Was Cautionary Tales (2007) een soulvolle folkplaat en Devil’s Bridge (2009) een album opgetrokken uit murder ballads, op Heart On Fire ( Red Eye Music/Bertus) gaat Rees de samenwerking aan met The South Austin Horns. Dat levert een drukke plaat op boordevol rhythm & blues en soul. Hoewel Rees over een sterke stem beschikt en bewezen heeft sterke songs te kunnen schrijven, bewandelt
Zakk Wylde is een allesverslindend gitaarmonster; een heavy metal-gitarist van het agressieve en gespierde soort. Zijn samenwerking met Ozzy Osbourne omspant maar liefst twee decennia – in 1988 was de 21-jarige knaap uit Bayonne, New Jersey voor het eerst te horen op een album van Ozzy. Na zeven jaar Ozzy Osbourne gaat Wylde in 1994 voor zijn eigen kansen en komt, gesteund door het grote Geffen, verrassend voor de dag met zijn southern rock-trio Pride & Glory. Nog verrassender is de stap die Zakk Wylde in 1996 zet met een heus singer-
Ach ja, The Silos. Americana-pioneers vanaf midden jaren tachtig en makers van een serie interessante platen. Toch is de aandacht voor The Silos heden te dage – we zijn nu zo’n 25 jaar verder – danig verflauwd. Niettemin ploetert de band, opgericht in Florida en onder aanvoering van Walter Salas-Humara, onverdroten voort. Dat resulteert nu in Florizona (Blue Rose/Sonic Rendezvous), het, als ik het goed tel, vijftiende Silos-album. Het blijven volhouden loont, want Florizona is een enthousiast klinkende plaat met
JT Nero is de zanger van JT & The Clouds, een soulvol rootsy popbandje uit Chicago. In zijn paspoort staat de naam Jeremy T. Lindsay maar Nero past klaarblijkelijk beter bij de muziek van de man. Mountains/Forests (Lucky Dice) is na de EP Demons/Demons (ja, JT houdt van schuine streepjes) de eerste volwaardige cd. Ten opzichte van het zijn werk met The Clouds zijn de liedjes op deze plaat wat akoestischer. Iets meer banjo’s, dobro’s enz. Belangrijkste troef is de stem van JT. Vergelijk hem maar met iemand als
Gezien het onmiddellijke succes van August And Everything After lijkt het of het alsof het allemaal van een leien dakje ging voor Adam Duritz en zijn band, Counting Crows. Niets is minder waar. Barstensvol zelfkwelling en ziekelijke twijfel lijkt Duritz nauwelijks opgetogen als Counting Crows – waarvan de leden allen de dertig al naderen – in het voorjaar van 1992 getekend worden door Geffen Records. Opnemen in een grote studio zit er niet in wat Duritz betreft. Op advies van Duritz’ held Robbie Robertson kiest de band voor de opnamen
Seryn is waarschijnlijk niet ieders cup of tea. De vier mannen en een vrouw uit Denton, Texas maken namelijk muziek van het kaliber Fleet Foxes, maar dan nog meer geworteld in folk, akoestica en koralenzang. Dat betekent dus banjo, ukelele, accordeon, viool, een grote trom en gestapelde vocalen. Seryn kan goed uit de voeten met dit instrumentarium, want aan schoonheid geen gebrek op This Is Where We Were (
Werkelijk prachtig is Curse Of Canaanville, de opener van Canary (Misra/Bertus), de derde cd van Southeast Engine. De groep legt een fraai americana-tapijt neer, compleet met country-snik en weemoedige fiddle. Vervolgens schiet het alle kanten op, van jubelende countryfolk tot countryeske pop. Bright Eyes is aldus een goede referentie. Het kwartet uit Ohio, onder aanvoering van Adam Remnant, schuwt het avontuur beslist niet en schurkt op een prettige manier tegen de buitenmuren van de americana aan – rock en pop
De op een ongepolijste manier zingende
Het veertiende album van Steve Earle is als het ware een terugkeer naar oude waarden. Geproduceerd door T Bone Burnett is I’ll Never Get Out Of This World Alive (New West/Sonic Rendezvous) een fraai, gruizig en tegelijk rustiek Earle-album. Het gaat goed met Earle; de man is gelukkig met Allison Moorer en hun baby, heeft een rol in de televisieserie Treme – net als hij had in The Wire – en debuteert dezer dagen met een roman die een gelijke titel heeft als deze cd, overigens beide ontleend aan de titel van de laatste single van
Cortney Tidwell en Kurt Wagner vielen de twijfelachtige eer te beurt de Rhythm & Blues Night – in de kleine zaal althans – te moeten openen. Het publiek leek er nog niet klaar voor, en Kort – Cortney en Kurt – ook niet. Vooral Wagner kwam bijzonder ongeïnspireerd over; de bezoekers zagen meestentijds de bovenkant van zijn cowboyhoed. De muziek van het gelegenheidsduo
Wij hier bij Altcountry.nl volgen
3 Step is een uitstekende opener van Turncoats (My Forlorn Wallet Records) van
Sometimes it’s hard to see / Even when it’s right at your feet / You’re alright, Yeah, you’re alright / Last night I saw the yellow moon, from the corner of my room / Hanging low in the autumn sky / I put on a Neil Young song, blew out the candles and I sang along / Hey-hey, my-my / Cause I’m alright, I’m alright.
Marc Black
Rootsrocker
Een nieuwe plaat van Markus Rill is altijd goed nieuws. Ik verwelkom zijn albums, zoals The Price Of Sin (2006) en The Things That Count (2008), met open armen. Er is altijd een basiskwaliteit, maar Rills begrensde idioom begint inmiddels een beetje te veel van hetzelfde te worden. Wild Blue & True (Blue Rose/Sonic Rendezvous heeft ook weer die vertrouwde basis, maar gevaar en avontuur lijken ver op afstand. Markus Rill houdt vast aan het bekende, en dat is in zijn geval een egale vorm van rootsrock
Hustla is een term die vooral door rappers wordt gebruikt. Een hustla is een drugsdealer, pooier of iemand die via andere illegale zaakjes aan zijn geld komt. Zo gevaarlijk als de naam doet vermoeden, zijn de
Het is niet meer dan een ep met zeven tracks, maar toch weet deze
Zoals wel vaker het geval is met hobbyclubjes, hebben de makers meer plezier gehad dan de luisteraars ooit zullen hebben. Wat mij betreft is dat ook het geval met The Baseball Project, een vrijetijdsproject van Peter Buck en Steve Wynn. Leuk dat de twee elkaar gevonden in hun liefde voor baseball en de (jeugd)herinneringen daaraan, maar what’s in there for me? Niet veel vrees ik. Het speelplezier is, het moet gezegd, op Volume 2: High And Inside (Blue Rose/Sonic Rendezvous) overduidelijk aanwezig, maar geforceerde teksten en rijmelarijen met steeds maar weer
Een stel jonge honden is het. Of nee, een stel jonge cats moet je ze eigenlijk noemen. Dat hebben rockabillies immers het liefst. 