Dit is een andere podcast-aflevering dan die je van ons gewend bent. Vanwege problemen met een microfoon deze keer geen interessant gebrabbel van uw geliefde presentator Hugo Vogel. Maar om jullie niet in de kou te laten staan is gekozen voor non-stop muziek. Sommige radiostations worden op die manier slapend rijk, maar die gooien er op zijn tijd een reclameboodschap tussendoor. Daarvoor kiezen wij niet; wel voor
45 minuten kwaliteitsmuziek. Niets meer…



En ik ging er eens even voor zitten. Afgaande op de schitterende hoesafbeelding waren mijn verwachtingen hooggespannen. Nu heeft de Nederlandse Fransman Pascal Hallibert met White Sands en Templo Diaz al een verdienstelijke reputatie opgebouwd, de spannende vraag was hoe zijn nieuwe project
Elliot Randall
Het uit Boston afkomstige gezelschap
‘Ass-shaking rawk’n’roll’, zo is Dirty Sweets muziek in Engeland getypeerd. Behoorlijk accuraat, dacht ik zo. Dirty Sweet heeft de afgelopen jaren dan ook een imposante live-reputatie opgebouwd en ook hun debuut-cd Of Monarchs And Beggars (2008) bevatte een dampende cocktail van jaren zeventig classic rock (Bad Co, Faces) en southern rock (Lynyrd Skynyrd, The Black Crowes). De rauwdouwende Californiërs volgen die plaat nu op met American Spiritual (Acetate Records/Sonic Rendezvous), en zoals zo vaak gebeurt, heeft de lekker rauwe sound plaatsgemaakt
Voor diegenen die een reisje Texas in gedachten hadden, maar daar door de aswolk of door beperkte financiële middelen niet toe in staat zijn, is er Way Back Home van
De titel Her Tattoos Could Sail Ships (Eclectone Records) is een strofe uit het liedje For Banjo Lisa Wherever You Are. Andere songtitels als Ballad Of The Tin Star Sisters of Last Of The Red-Hot Passionista Blues maken wel duidelijk dat Jim Walsh van
Gwil Owen
Vier Chicano’s uit de Salinas Valley, een dagreis bezuiden San Francisco, beleven in 1970 hun droom als zij voor Epic en met Doug Sahm als producer een langspeler mogen opnemen. Louis Ortega (zang, gitaar), Frank Parades (gitaar), Steve Vargas (bas) en Albert Parra (drums): geen van vieren heeft nog de 20-jarige leeftijd bereikt. Aanvankelijk heten ze Country Fresh, maar Doug Sahm hernoemt ze Louie And The Lovers, bezorgt de teenagers een platencontract en neemt ze mee naar San Francisco, de studio in.
Swagger is zo’n moeilijk uit het Engels te vertalen woord. In het Prisma Engels-Nederlands woordenboek dat nog dateert uit mijn middelbare schooltijd staat iets als branieachtig lopen. Helemaal niet zo verkeerd eigenlijk. Want als er iemand zo kon lopen, dan was het wel Rod Stewart. En diens Faces bezaten ontegenzeggelijk swagger.
Leopold and his Fiction
Een daverende verrassing is het toch wel, dit tweede album van
Slug Line was in 1979 voor mij een ware openbaring. Vanaf dat magnifieke derde album was John Hiatt wat mij betreft de top van de alternatieve rootsrock. Maar als ik nu terug kijk en langs mijn Hiatt-albums wandel, moet ik vaststellen dat Perfectly Good Guitar van 17 jaar geleden alweer mijn laatste John Hiatt-plaat is. The Open Road (New West/Sonic Rendezvous) is dus voor mij een soort heroriëntatie op het werk van de man uit Indianapolis, Indiana. Het openings- en titelnummer klinkt dan ook gelijk vertrouwd, al is het een
Een van de fraaiste nummers op Luna Turista (Floating World Records/Rough Trade) van de Amerikaanse
De uit Chicago afkomstige
De plaat kwam ergens eind vorig jaar al uit in Amerika, maar onlangs is dit kleinood op de Europese markt gebracht door alerte geesten bij Sonic Rendezvous. Een pluim verdienen ze daarvoor want het is volkomen terecht dat er alhier aandacht gevraagd wordt voor Tips & Compliments (Berkalin Records), de prachtige debuut-cd van
Misschien heeft
Het leuke van How We Survive (Laughing Outlaw) van het Australische
Dan Krikorian
Zo heel veel is er op het wereldwijde web niet te vinden over
In 1971 is de jonge muzikant John Hiatt op weg van zijn geboorteplaats Indianapolis naar Californië, maar verder dan Nashville komt hij niet. Daar komt Hiatt er al snel achter dat er ook in Nashville voor hem geld te verdienen valt, want via een landlopende folkzanger komt hij in contact met een muziekuitgeverij aan Music Row. Voor $ 25 in de week levert Hiatt liedjes af die hij met noeste arbeid in elkaar timmert op zijn kale appartement. Hoewel Hiatt niets op heeft met country & western en de daaraan verbonden commercie,
Hij is nog veel te onbekend, deze
Joe Ely mag Reckless Kelly dan wel ‘my kind of band’ noemen, voor mij geldt dat niet. Voor mijn gevoel is Reckless Kelly altijd een beetje teveel dertien in een dozijn geweest. Te weinig onderscheidend, iets te veel en te vaak platgetreden paden betredend met degelijke, gietijzeren rootsrock. Ongetwijfeld zetten ze een zaal in vuur en vlam en leveren ze goudeerlijk, zweterig top-entertainment, een topklasse-album hebben ze niet afgeleverd. Dat geldt evenmin voor Somewhere In Time (Blue Rose/Sonic Rendezvous). Het aardige is wel
Het Britse Uncut-magazine waardeerde deze cd met maar liefst vijf sterren, en ik – ik zeg het gelijk maar – vind het helemaal niks. Het verhaal gaat als volgt. Emit Bloch, afkomstig uit Layton, Utah, brengt al jarenlang lofi-albums, of zeg gerust maar nofi-albums, uit. Onlangs nam hij aan de keukentafel een aantal demo’s op op een dictafoon (kosten: zes dollar) om platenmaatschappij One Little Indian te interesseren. Het label hapte toe en liet Bloch zijn demonummers opnemen in een studio met behulp van studiomuzikanten. Maar in plaats van
De eerste gitaaraanslagen maken direct duidelijk dat hier iets bijzonders gaat volgen. Dan klinken een mandoline, een piano, drums en trompet. En een prachtige gebarsten stem: Bury me in East Texas caliche / Return me to my father’s father’s soil. Kijk, dat is nou rootsmuziek! Kirk Van Praag is de naam en hij doet echt niet alles perfect op Town Crier (eigen beheer), maar dat maakt het dus zo echt. En memorabel. Na dat eerste liedje getiteld East Texas volgt Everybody Sins dat heel bijzonder is door een lichtjes fluitende mellotron. Deze Kirk
Puur op basis van het hoesje had ik al besloten dat dit een recensie met slechts een ster zou worden. Een gladjakker op het strand gevangen in de laatste zonnestralen van de dag. Fout, fout, fout. Natuurlijk krijgt
De naam
Mouse And The Traps is halverwege jaren zestig lokaal bekend in Tyler, Oost Texas. De psychedelische rockband bereikt zijn grootste faam als hun fantastische Dylaneske garagepunksingle ‘A Public Execution’ uit 1996 in 1972 wordt opgenomen op de legendarische Nuggets-verzamelaar. Mouse And The Traps bestaat dan allang niet meer, want in 1971 duiken Ronnie ‘Mouse’ Weiss (zang, gitaar, bottleneck), David Stanley (gitaar, zang) en Ken Murray (drums) op in Rio Grande, een onvervalste countryrockband. Aangevuld met
Een leuk plaatje met een vette knipoog naar een luisterrijk verleden dit A Million Different Shades (eigen beheer). De maker ervan is een frisse jongeman met good looks die luistert naar de naam Marshall Drew. Hij komt uit het epicentrum van de countryblues: Clarksdale, Mississippi. Zijn sprankelende countrypopliedjes hebben echter weinig van doen met de blues, nee, Marshall Drew eert op A Million Different Shades grootheden als Tom Petty, T Bone Burnett en Roger McGuinn. Vooral de rinkelende Rickenbackersound zo prominent aanwezig 