
Jonny Fritz: een voltreffer. Foto’s: Erik de Wit
Dat was het dan weer: het Rotterdam Bluegrass Festival. En het bijwonen van dit feest was wederom geen zware opgave. De omstandigheden waren dan ook uitstekend om er een geweldig weekend van te maken. Alle dagen droog en qua temperatuur beheersbaar: zo’n 21 à 23 graden. Prima meer…

Op zijn zestiende verliet Joe Ely het ouderlijk huis op zoek naar de bron van al die liedjes die hij op de radio hoorde. Reizen werd zijn leven. Hij sprong op goederentreinen om over de horizon te trekken, die strakke streep aan de einder die overal in West Texas te zien is. Wat was daarachter te vinden? Ely hobbelde als een hobo over het spoor dwars door het uitgestrekte landschap. Naar het oosten. Naar het westen. De zintuigen 

De laatste zin van de recensie van Drive & Cry van
Ouray was in de negentiende eeuw een indianenhoofdman van de Ute, die zich hadden gevestigd in het noorden van wat nu Colorado en Utah is. Naar dit opperhoofd vernoemde de countryrockband Ouray zich, al is dit kwintet wel, zo’n duizend mijl verwijderd daarvan, afkomstig uit Chicago, Illinois. Eind jaren zeventig produceert Ouray twee albums – de tweede overigens in 1981 –, waarvan het debuut Chrome on the Range alleszins de betere is.
Zelf weet
Xander Hitzig en Nicole Olney vormen het duo
Over de onwaarschijnlijke combinatie van conceptuele kunst en countrymuziek van Terry Allen ging het al heel vaak op deze site. Altijd met een waardering van vier of vijf sterren. Blood Sucking Maniacs (Paradise Of Bachelors) scoort minder hoog. De Texaan heeft zijn hele familie opgetrommeld voor dit nieuwe project. Zelfs meer dan dat, want ook zij die er niet bij waren, zijn toch present. Het album begint met de hartslag van de op dat moment nog ongeboren Lucky Marlo Allen, een opname die overgaat in een archiefopname van het pianospel van de al in 1984 overleden Pauline Allen, de moeder 