Experimenten lopen niet altijd goed af. Dit Sound Experiment (eigen beheer) van de zich Symply Bill noemende Amerikaan Bill Cave begint niet eens goed. Al op het tweede nummer, getiteld Trade Time, is duidelijk dat dit een experiment van niets is. Het nummer gaat nergens naar toe en daar eindigt het vervolgens ook. Fair Lady is slecht gezongen en productietechnisch ondermaats. Daarna wordt het niet beter. Komt nog bij dat dit alles een uitermate irritant opgejaagd gevoel veroorzaakt. Tot overmaat van ramp staat de muziek ook nog meer…



Zo’n hoesje zonder bandnaam of titel helpt niet erg mee om bekend te worden. En dat dat wel degelijk kan met dit soort altcountry is toch bewezen door Uncle Tupelo, ook al dient daarbij wel opgemerkt te worden dat die band pas echt erkenning kreeg nadat Jeff Tweedy met Wilco succesvol werd. Nou ja, dat is een bekend verhaal.
Rechts bovenaan de prachtige hoes staat op ouderwetse manier in hoofdletters: HI-FI. Daarvan is echter nauwelijks sprake op Tex Smith (eigen beheer), het titelloze debuut van deze Texaan. Niet dat dat een probleem is, het gaat op dit album allesbehalve om opgepoetste techniek en kunstmatige glans. Daarvoor is
Manhattan Nocturne (eigen beheer) van
Competitie voor Johnny Dowd!
Het oorspronkelijke plan van songschrijver Lucas Alberg was om klassieke country in de stijl van Hank Williams, Ernest Tubb en George Jones te spelen. Hij had in Paul DeMichele (drums) en Rick Hedges (bas) een ritmesectie, maar nadat zijn band
Danny Wilson heeft met de band Grand Drive en ook solo al voor een imponerende verzameling prachtmuziek gezorgd. Catchy zijn zijn nummers en de fraaie samenzang zorgt voor die toch wel typerende sound van americanabands uit het Verenigd Koninkrijk. Met Streets Of Our Time (Loose/Munich), de tweede van
Een soulstem met een rauw randje, dat is wel zo ongeveer de basis van rock-’n-roll. Zeker als er vooral over de liefde wordt gezongen.
Overdag lopen ze rond in witte boorden, de leden van
Sinds 