Al is Big Ben Atkins als tamelijk marginaal te beschouwen, in 1971 brengt hij wel een voortreffelijke plaat uit. Patchouli komt uit op Enterprise Records, een sublabel van Stax Records. Je kunt dan verwachten dat Patchouli zich beweegt tussen soul en country; tussen als het ware Otis Redding en The Band, of bijvoorbeeld Bobby Charles. En dat klopt dan ook.
De gewichtige Atkins, geboren in 1943 in Vernon, Alabama, begint zijn zangcarrière in de kerk, vervolgt dat in highschool en al als zeventienjarige treedt hij op in zuidelijke zaaltjes, juke joints en meer…

Countrymuziek zit Robb Strandlund diep in de genen. Zijn ouders hebben in de jaren vijftig in Chicago, Illinois een muzikale radioshow en Robb treedt daarin al op als hij vier is. Californië is het beloofde land van de muziek- en entertainmentindustrie, zodat de familie daar naartoe verhuist. Robb, niet alleen een zanger en gitarist, maar ook met een talent als songschrijver, komt begin jaren zeventig in het Californische countrywereldje terecht, waarna het ervan komt dat hij samen met Jack Tempchin Already Gone schrijft. Tempchin, die The Eagles al eerder voorzag van Peaceful Easy Feeling, stuurt de tape op naar
Randy, ja, is een puur Amerikaanse naam. Zeker. Maar hier hebben we te maken met een band, een Engelse band, uit het Londense pubrockcircuit van The Tally Ho en The Speakeasy, de pubs waar ook Brinsley Schwarz, Eggs Over Easy en Bees Make Honey begin jaren zeventig optreden. Randy is misschien net even iets anders, anders in de zin van meer countryrock.
Nee, Eagles Live uit 1980 is niet representatief voor de live-verrichtingen van The Eagles. Live At The Forum ’76 is dat wel. Want dan zijn The Eagles nog niet helemaal volgevreten en zelfvoldaan; het megasucces van Hotel California is hun dan nog niet ten deel gevallen: dat album komt pas op 8 december 1976 uit. Ze gaan er nog voor, The Eagles, zoals beslist te horen valt op Live At The Forum ’76. Bernie Leadon is dan vervangen door Joe Walsh. Het zijn Don Henley, Randy Meisner, Joe Walsh, Glenn Frey en Don Felder die live hun mannetje staan, met dus ten bewijze Live At The Forum ’76 – maar wel met 
In de weken die eindigen op 18 en 25 oktober 1969 staat er een advertentie in de Britse Melody Maker die afkomstig is van Famepushers Ltd. Achter dit bedrijf schuilen de zakenlui Edward Moulton en Stephen Warwick, entrepeneurs die actief zijn in de filmindustrie en zich verder bezighouden met de exploitatie van een vakantie-eiland in de monding van de Thames, de organisatie van het spectaculairste bridgetoernooi ooit en voor de rest met alles waar geld mee valt te verdienen. Dus zijn Moulton en Warwick via een advertentie op zoek naar een jonge band met songschrijverskwaliteiten.
De eerste kennismaking met Lowell George kan zomaar Cheek to Cheek zijn, de single die in 1979 werkelijk een soort van zomerhit werd en zomaar in de top 10 van de Nederlandse top 40 belandde. Maar er zit een diepere laag achter. Lowell George, de man met de kleine voeten, heeft dan net Little Feat verlaten op jacht naar een succesvolle solocarrière, maar al binnen vier maanden na de release van zijn solo-album Thanks I’ll Eat It Here overlijdt George aan een hartaanval als gevolg van een overdosis heroïne.
Eric Kaz, uit Brooklyn, New York, zet zijn eerste schreden op het muzikale pad in The Blues Magoos, een psychedelische band die al in 1966 een hit had met We Ain’t Got Nothin’ Yet. Als Kaz erbij komt loopt de band op zijn eind, waarna hij doorschuift naar Children Of Paradise, dat vervolgens omgedoopt wordt tot Bear.
De debuutelpee van Rich Mountain Tower klinkt als een klok. Dat komt omdat deze – tamelijk revolutionair voor 1971 – opgenomen is in quadrofonie, dubbel stereo zeg maar. Revolutionair indertijd misschien dit quadrofonie, maar het heeft niemand vooruit geholpen – en Rich Mountain Tower zeker niet.


