Op het moment dat bassist John Stiratt, dobro- en banjospeler Max Johnston en drummer Ken Coomer aan boord komen bij Uncle Tupelo – de legendarische wegbereiders van de alt.country – is het met die band gedaan en is de eerste versie van Wilco een feit. Jeff Tweedy, die gaandeweg een steeds dominanter rol heeft ingenomen, moet zich dan nog ontdoen van zijn kompaan Jay Farrar. Tweedy speelt dan ook de vermoorde onschuld als hij verbaasd is wanneer Farrar zich uit Uncle Tupelo terugtrekt. Jeff Tweedy heeft zijn zin: hij is nu alleen de baas. meer…

Nog even terugkomen op TakeRoot. Phosphorescent had me daar totaal in zijn greep met zijn liedje The Mermaid Parade. Met de ogen dicht beleefde ik zaterdagavond weer de keren dat ik aanwezig was bij die Mermaid Parade in New York. I went out walking / Out by the ocean today / And there were naked women / Dancing in the Mermaid Parade. En zo bracht Phosphorescent me weer bij een verhaal dat ik bijna tien jaar geleden voor Nieuwsblad van het Noorden schreef. Daarmee blaas ik nu 

De bio van
Het hele leven bestaat uit kleine overwinningen, dat is een wijsheid die ook Leeroy Stagger lijkt te omarmen, getuige de titel van alweer zijn zesde solo-album. Little Victories (
Zeven leden telt
Als recensent moet je niet teveel aandacht besteden aan de mening van collega’s. Toch wil ik in het geval
Vooraf was al duidelijk dat het een bijzondere editie van TakeRoot zou worden. Een ijzersterk programma leverde een uitverkochte Groningse Oosterpoort op.
Bruce Henderson uit Stillwater, Oklahoma heeft begin jaren tachtig zijn eerste bandjes in Austin, Texas. Verhuisd naar New York richt hij, enigszins paradoxaal, een countryrockgroep op. Voor die band, Hearts And Minds, confisqueert de singer-songwriter het cruciale deel van John Cougar Mellencamps begeleidingsband: Kenny Aronoff (drums), Andy York (gitaar), Toby Myers (bas) en Mike Wanchic (lap steel, gitaar). Het enige album dat het samenwerkingsverband oplevert is in 1990 het zelfgetitelde debuut voor A&M Records,
Eigenlijk is het opmerkelijk dat er van het Australische continent zo weinig rootsmuziek tot Europa doordringt. Singer-songwriters of alt.countrybands zijn kennelijk gewoon dun gezaaid. Een relatieve uitzondering daarop is 
We breiden de rubriek Wow & Flutter uit naar de decennia die de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw opvolgden. Altcountry.nl richt daarbij de schijnwerper op countryeske gitaarpop, rootsrock en vroege alt.country. Onbekende,
ondergewaardeerde, obscure maar ook herinneringen oproepende albums zullen in Wow & Flutter in een tweewekelijkse frequentie aan bod komen.
Hank Garland (1930-2004) was een gitarist uit Nashville die speelde op platen van Elvis Presley, Roy Orbison en Patsy Cline. Bijzonder is het dat hij naast country net zo makkelijk jazz uit zijn gitaar toverde. Dat deed hij solo, maar ook voor artiesten als George Shearing en Charlie Parker. Over het leven van Hank Garland is de film Crazy gemaakt met countryartiest Waylon Payne in de hoofdrol. Op Crazy – The Original Motion Picture Soundtrack (Music Inspired by the life of Hank Garland) (Favored Nations/Rough Trade) nemen
En opnieuw valt Justin Townes Earle’s album mij tegen. Ik koester telkenmale hoge verwachtingen, want de jonge Earle is naar mijn mening een toekomstig vormgever van de alt.country. Maar ik hoor het niet. Ik ervaar geen diepe emoties, geen snaren die geraakt worden; slechts lauwwarme emoties die langs me heen schieten, onaangeraakt. Earle borduurt op zijn derde album voort op de eerder ingeslagen weg. We horen op Harlem River Blues (
Er zijn van die platen waarbij je tijdens de eerste draaibeurten bij elk nummer notities maakt. Dit fenomenale Talkin’ On A Bus (eigen beheer) van de Canadees
Zes veteranen uit San Antonio, Texas, telt de band
De ergens in het noorden van de staat New York woonachtige
Eind deze maand verschijnt het nieuwe album van Tony Joe White. Tien nieuwe nummers van de swampfox komen daar op te staan. Voordat die nieuwe cd met de titel The Shine verschijnt, is er eerst nog dit Live In Amsterdam (Munich), een registratie (op cd en dvd in een dubbelverpakking) van een concert in Paradiso op 6 november 2008. White was
Born To Run betekent voor Bruce Springsteen, in Amerika althans, in 1975 een grootse doorbraak. Een jaar daarvoor is de arbeiderszoon uit New Jersey door journalist Jon Landau uitgeroepen tot de toekomst van de rock-‘n’-roll – ‘I saw rock and roll future, and its name is Bruce Springsteen’ – een reputatie die Springsteen en zijn E Street Band gestand doen, getuige de eindeloze reeksen marathon-concerten door het land. Aan het opnemen van een nieuwe plaat komt Springsteen echter niet toe omdat Mike Appel, zijn aan de dijk gezette ontdekker en manager,
Misschien moet er bij een cd-titel als Reading Books About How It’s Done (eigen beheer) eerder over hoofdstukken worden gesproken dan over nummers. Hoofdstukken die soms ruim tien minuten duren brengt het uit Minneapolis, Minnesota, afkomstige
Zelden slagen musici er in op zo’n overtuigende manier de glorietijden van de klassieke honky tonk nieuw leven in te blazen als het geval is op DANGEROUS MEs & POISONOUS YOUs van
Niemand weet me met muziek zo diep te raken als Gram Parsons. Nog altijd als de naald neerdaalt in de groef van Gilded Palace Of Sin of GP weet ik dat de komende pakweg twintig minuten me niet onberoerd zullen laten. Rillingen. Bijna opwellende tranen. En toch ook een onbeschrijfelijk geluksgevoel dat ik alweer zo lang geleden zulke waardevolle muziek heb leren kennen. Dieper kan muziek niet gaan. En ja, meestal wordt de elpee dan omgedraaid om dat gevoel nog even vast te houden. De betekenis van de veel te vroeg 
Een mondharmonica en vervolgens een traag op gang komende ritmesectie en dan een zanger die begint met de woorden It seems like everyone in this town has walked in the same dirty shoes; direct vanaf het begin is duidelijk dat iets bijzonders gaat volgen. Beter kun je een cd niet beginnen.
Als een Nederlandse band zich
Dit Hallelujahland van
Het team dat de Oscar dit jaar in de wacht sleepte voor de beste originele song –
Als een van de laatste artiesten werd
Rebecca Loebe
Met zijn bijzonder melancholieke stemgeluid brengt hij een verloren gegane wereld tot leven. Hij klinkt doorgewinterd en gebutst, toch is
De enige plaat van Plain Jane is een sfeervolle mengeling van San Francisco-hippierock en Los Angeles-countryrock. Een typische Westcoast-plaat dit zelfgetitelde Plain Jane; een plaat die het nodige gemeen heeft met het werk van Jefferson Airplane, Buffalo Springfield en Crosby, Stills & Nash. Niettemin komt het kwartet oorspronkelijk uit Albequerque, New Mexico, maar de trek naar Californië is onweerstaanbaar. Plain Jane wordt dan ook in Los Angeles opgenomen en wordt in 1969 uitgebracht, zonder enig spoor van succes. Toch bevat Plain Jane
Dromen over Californië, dat doen velen. Blauwe luchten en gouden bergen.
Voor zover ik kan nagaan is The Hustler uit 2005 het laatste – schitterend broeierige – album van singer-songwriter Jeff Klein. Dat is (te) lang geleden. Opgewonden raakte ik dan ook toen ik vernam dat Klein nu een band aanvoert: 