Op de website van Take Root is het tijdschema bekend gemaakt van het festival. Daarop valt te zien dat er ook nog een nieuwe naam aan de line-up is toegevoegd: Caitlin Rose. Rose is een jonge… uh, Tennessean singer-songwriter die net een eerste volwaardige cd heeft uitgebracht. Een tijdslotje is, door het wegvallen van Timbre Timbre, bovendien nog vrij. Verder vooral: keuzes, keuzes.
Op Spotify vind je trouwens een leuke Take Root 2010 playlist.




This machine kills hope staat op de gitaar van
Outside Of Tupelo (Vinyl Record Company) is al de tweede cd dit jaar van
Deze Canadese band draait al een tijdje mee, maar ik had nog niet eerder van ze gehoord. Blij dat ik dat nu wel heb, nu een verzoek om het vierde bandalbum toe te zenden werd gehonoreerd.
Onlangs bespraken we hier al het debuut van The Golden Cadillacs uit Sacramento, deze keer aandacht voor
Philippe Custeau en C-Antoine Gosselin hebben de taken duidelijk verdeeld. Custeau schrijft de teksten, Gosselin bouwt daarmee aan de compositie. En ook al is Custeau de man van de teksten, Gosselin is de belangrijkste zanger van
Het zijn jeugdvrienden uit Kingston, Canada, die na high school en high schoolbands in 1983 The Tragically Hip – de naam ontleend aan een Michael Nesmith-video – oprichten: zanger Gordon Downie, gitarist Bobby Baker, bassist Gord Sinclair, drummer Johnny Fay en een Noord-Amerikaanse saxofonist die al snel het veld ruimt voor ritmegitarist Paul Langlois. Zat van de zielloze nep-rock-‘n-roll van Noord-Amerikaanse bands die optreden in de dranklokalen in hun woonplaats Kingston, gaat The Hip zijn eigen rock-‘n-roll spelen. Aanvankelijk komen ze alleen
Allereerst iets over het fraaie artwork van de in een digipack gestoken cd Rudymentary (eigen beheer/Sonic Rendezvous) van
Altijd maar weer ben ik diep geraakt door de producties van T-Bone Burnett: Burnetts eigen titelloze plaat uit 1986; het debuut van Peter Case; Joe Henry’s Shuffletown; Elvis Costello’s King Of America; Gillian Welch’ Revival; of Jakob Dylans Women + Country, to name a few. Heden voeg ik daaraan toe No Better Than This, het onvoorstelbaar verrassende nieuwe album van volbloeddemocraat en americanaveteraan John Mellencamp. Nooit had ik verwacht dat John ‘Cougar’ Mellencamp nog eens met een relevante plaat op de proppen zou komen. Welnu,
Ze wonen op een boerderij in het Zuidwesten van Engeland, maken muziek en runnen een platenwinkel. Ze zijn met z’n vijven, kleden zich alsof de tijd 80 jaar heeft stil gestaan en hebben zich vernoemd naar bandleider Rupert Morrison. En o ja, een niet onbelangrijk detail: The R.G. Morrison maakt prachtige muziek; ergens tussen Britse folk en americana; tussen dromerige, akoestische singer-songwritersliedjes en country noir. In de meerstemmige zang vindt The R.G. Morrison bovendien aansluiting bij de huidige generatie neo-folkies, zoals bijvoorbeeld
David M. Cross is gezegend met een fraaie donkere stem waarmee hij zo de rol van Mark Lanegan bij Screaming Trees had kunnen overnemen. Of die van Greg Sage bij Wipers. En laten we dan de (vergeten?) Chris D. (Divine Horsemen/Flesh Eaters) ook maar eens noemen. Our Refining Days (eigen beheer) is het derde album van
Het is een beetje gek:
Er zijn van die albums waarvan je al na een paar draaibeurten weet dat je de muziek heel lang zult koesteren. Dit titelloze Jack Wilson (eigen beheer) is zo’n cd.
De klassiek geschoolde violiste/pianiste Tracy Bonham scoorde in 1996 een hit met Mother Mother, een nogal schreeuwlelijk werkje voor de MTV-generatie. Op haar laatste cd’s is ze ambitieuzer in de weer. Op het door haar zelf geproduceerde Masts Of Manhatta (Continental Song City/Munich) verkent ze Woodstock en Brooklyn, de
Well After Awhile (Nine Miles Records/Sonic Rendezvous) is het tweede solo-album van Gourd Kevin Russell, ditmaal verschijnend onder het nom de plume Shinyribs. We zijn van de Texaan Russell gewend dat hij met The Gourds muzikaal pleegt rond te zwerven in het Appalachen-gebergte, maar voor Well After Awhile blijft hij dichter bij huis, want in de swamps van Louisiana. Dat betekent soms een funky onderstroom zoals in het lekkere groovy East Tx Rust, maar vooral bayou-rock in de trant van The Bands Up On Cripple Creek en geweldige countrysoul. Luister maar eens
Bijna op het eind van Tin Can Trust (Proper/Rough Trade), het nieuwe album van
Jack White bracht als producer van Van Lear Rose Loretta Lynn in 2004 onder de aandacht van het hippe volkje. De comeback leverde de toen 69-jarige countryzangeres haar meest succesvolle album op. Met Eilen Jewell Presents Butcher Holler ( A Tribute To Loretta Lynn) (Signature Sonds/CRS/Munich) staat de coal miner’s daughter geheel terecht opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Dat het
Hij staat een tijdlang te boek als de snelste gitarist ter wereld, een reputatie die hij verwerft op het Woodstock-festival. Alvin Lee, Ten Years After en ‘I’m Going Home’ zijn onverbrekelijk verbonden met het legendarische festival. Vanaf 1969 toeren Alvin Lee en zijn Ten Years After dan ook onafgebroken door de Verenigde Staten, wat de Britse gitarist grote successen brengt, een overvolle agenda en de uitputting nabij. Na talloze hit-albums vol dampende bluesrock vindt Lee het in 1972 welletjes – hij is op zoek naar iets anders. Dat vindt hij in Mylon LeFevre,
Een tijdje geleden hing Ryan Adams, als uitvoerend muzikant, zijn gitaar in de wilgen. Een schijnbeweging blijkt nu. Na een paar digitale singeltjes kondigt hij op zijn
US Raills is de voortzetting van 4 Way Street, een collectief dat bestond uit vier singer-songwriters uit Philadelphia, Pennsylvania: Ben Arnold, Joseph Parsons, Scott Bricklin en Jim Boggia. De kern van
Je hebt soul die uit de tenen komt. Denk aan de krachtige uithalen van Otis Redding. En je hebt ook soul die op een laag vuurtje staat te sudderen. Waarbij het om de totale overgave gaat. Meestal aan de liefde. Een voorbeeld? Al Green natuurlijk! Sudderende soul maakt ook
Na de prachtige zwaar countryrockende samenwerking met Eddie Seville op La Collaborazione Dei Due is ook dit What Remains (Cottage Sound Recordings) van
Vorig jaar bespraken we al de Canadese release van Six Shooter, maar Dustin Bentalls tweede heeft nu ook een welverdiende Europese release bij Blue Rose (distributie Sonic Rendezvous) gekregen, reden waarom de recensie op herhaling gaat.
Niet alleen in het nummer Turn To The Bottle zet
Southern rock is terug. Dat is natuurlijk al het geval sinds het debuut van Black Crowes en dat is toch al weer een aardig tijdje terug; niettemin is het opvallend dat er de laatste tijd regelmatig bands opduiken die het genre levend weten te houden. Wat te denken bijvoorbeeld van
Zoals zoveel Amerikanen had
Larry Jon Wilson is dood. Hij overleed op 21 juni 2010 in Augusta, Georgia aan een hartaanval. Wilson werd 69 jaar. Het bekendst is hij geworden door zijn verschijning in de film Heartworn Highways, waarin hij ‘Ohopee River Bottomland’ vertolkt. In 1975, in hetzelfde jaar van Heartworn Highways, debuteert de 34-jarige chemicus met New Beginnings, een prachtige verzameling liedjes die de liefde bezingt van zijn geboortegrond in zuidoost Georgia. Met een indrukwekkende bariton zingt Wilson over zijn mensen, die daar leven, makin’ love
Halleluja! Wie had kunnen denken dat 