Zo rond zijn twaalfde liep Michael J Sheehy voornamelijk klappen op als bokser. Toch is zijn interesse voor de nobele kunst der zelfverdediging nooit verdwenen. With These Hands (The Rise And Fall Of Francis Delaney) (Glitterhouse/Munich) is het verzonnen verhaal over prijsvechter Francis Delaney. De trage begeleiding van The Hired Mourners in combinatie met de voornamelijk praatzingende Sheehy zorgt voor de juiste donkere sfeer. Deze blues en folk valt ergens te plaatsen tussen Captain Beefheart en Tindersticks. Vierkante koppen met kapotgeslagen meer…



Joshua Singleton (eigen beheer) luistert makkelijk weg als een radiovriendelijke versie van Neal Casal. Of iets als Matthew Sweet op de countrytoer. Er valt weinig in te brengen tegen de manier waarop
Een slepende groove. Blazers. Een drummer die losjes de boel voortstuwt. Een stem met soul. Zo begint Pick Your Head Up (BooClap) van
In 2000 kwam ik, omdat ik Lost Son kocht, voor het eerst in aanraking met
Duik diep in de Ozarks met
“Doe het niet, schat, geen elektrische gitaar, geen orgel, geen enkel elektrisch versterkt instrument, alsjeblieft. Dat zou het ouderwetse akoestische karakter van onze muziek aantasten”. En zo geschiedde op de eerste cd van Bill Powers, Shelley Gray, Greg Schochet en Ryan Drickey uit Colorado, tezamen
Alsof hij zijn demonen ter plaatse moet uitbannen, zo intens kunnen de concerten van
Wat ik jammer vind aan John Fogerty is dat hij zijn gezicht zo heet laten botoxen dat hij jonger lijkt dan ten tijde van Centerfield (1985). Dat heeft de 64-jarige uit Berkeley, Californië afkomstige rock-icoon beslist niet nodig. Want John Fogerty is zonder meer nog relevant, al was ik daar na het teleurstellende Revival (2007) niet zo zeker van. Maar ik heb het geloof in Fogerty terug vanwege het verschijnen van The Blue Ridge Rangers Rides Again (Verve Forecast/Universal), een zoals al uit de titel blijkt vervolg op Fogerty’s eerste solo-album uit 1973.
“Doorgerookte volwassen mannen-rock. Niets nieuws, maar wel verdomde goed.” Dat schreef Martijn Stoffer in 1979 in Muziekkrant Oor over Keeper Of The Flame van
Ze komen volgende maand naar Take Root – en ik kijk ernaar uit.
Ze hebben de koffers net weer uitgepakt na een zomerlang reizen van optreden naar optreden. Eerst naar de westkust, daarna naar de oostkust en vervolgens terug naar thuisstaat Louisiana aan de Golf van Mexico. My Suitcase Is Always Packed (Suger Hill/Munich) is de vijfde cd van
‘Honky-Tonk for the modern-day cowboy and girl!’, staat te lezen op de website van
“Ik ben geen muzikant die cajun speelt, ik ben een cajun die muziek maakt.” Een fantastische uitspraak heb ik het altijd gevonden. Deze quote van
Tot nu toe is er in Europa weinig geschreven over
Een hele bijzondere uitgave, dit Stag Cotillion Volumes One & Two (eigen beheer) van de tot op heden onbekende
Ben Bedford
Ondanks het aanmerkelijke succes van The Felice Brothers ging oudste broer Simone Felice eind 2008 zijn eigen weg. En het was niet de gemakkelijkste; een familietragedie zette hem aan het louterende schrijven – van songs en proza. Onlangs verscheen er een boek van zijn hand en nu is er de debuutplaat van zijn band The Duke & The King, in feite een duo met jeugdvriend Robert ‘Chicken’ Burke. Het gruizige en plattelandssfeertje dat de muziek van The Felice Brothers kenmerkt, is op Nothing Gold Can Stay (Loose) nagenoeg afwezig. Felice en Burke tijdreizen
Sarah Borges bewandelt op The Stars Are Out (Sugar Hill/Munich) een vergelijkbare weg als eerder dit jaar Star Anna. Want net als Star Anna & The Laughing Dogs maken
Artiesten uit Scandinavië zijn meesters in het kopiëren. Meer dan eens hebben ze ons compleet verrast met platen die uit een ander tijdperk leken te komen. Prachtige westcoastprodukties of knappe altcountry, het leek wel of die bands uit Zweden, Noorwegen, Finland en Denemarken altijd alles goed deden. Maar dan nu Chasing The Wind (Steel Mountain Records) van het Noorse duo
De avant-garde van de Amerikaanse gitaarpop, die betiteling komt R.E.M. toe. Verwant aan Los Lobos, Hüsker Dü, The Replacements and Jason and the Scorchers, maar evenzeer muzikaal afwijkend, voert R.E.M. de nieuwlichters aan. R.E.M. zet de Amerikaanse popmuziek weer op de kaart. De ontwikkeling van Michael Stipe, Peter Buck, Mick Mills en Bill Berry als belangwekkende band is duidelijk zichtbaar in het groeien van het platenoeuvre. Met Fables Of The/Reconstruction Of The gaat het kwartet in 1985 een nieuwe fase in en zoekt nadrukkelijk het donker op.
Liefde, hoop, herinnering, gerechtigheid, vertrouwen, dat zijn de thema’s van Moth Nor Rust (eigen beheer) van de Canadees
Luid staken we vorig jaar de loftrompet over Bad Days Ahead,
Hij was getrouwd met Carlene Carter en later ook nog met halfzuster Cindy Cash, al duurde dat laatste huwelijk nog geen jaar. Hij speelde gitaar bij Johnny Cash, nadat hij in 1973 genoeg had van spelen in een coverband, ook al verdiende hij daar best een aardige boterham mee. In Nashville drong
Velvet Blue Music, het label dat ons die mooie muziek van Doug Burr bracht, brengt ons nu ook het debuut van Telegraph Canyon. De zeskoppige band uit Fort Worth, Texas is gecentreerd rond de talenten van Chris Johnson (zang, gitaar, banjo) en debuteert nu met The Tide And The Current. De spookachtige en spannende opener Into The Woods doet met zijn kale, eenzame piano sterk denken aan South San Gabriel, wat niet zo verwonderlijk is aangezien Will Johnson (geen familie bij mijn weten) de producer is. Vooral in de 