



Er was wat overredingskracht voor nodig geweest, maar eindelijk hadden ze haar zover. Nee, ze wilde beslist niet poseren. Afwerende gebaren. Jim Mayfield, fotograaf van de krant Springfield News-Leader, had het keer op keer meer…




Er was wat overredingskracht voor nodig geweest, maar eindelijk hadden ze haar zover. Nee, ze wilde beslist niet poseren. Afwerende gebaren. Jim Mayfield, fotograaf van de krant Springfield News-Leader, had het keer op keer meer…
Vreemd dat Moot Davis het nooit eerder tot deze pagina’s geschopt heeft. Davis was oorspronkelijk acteur, maar ging om de verveling tijdens repetities te verdrijven, liedjes schrijven, en hij brengt al sinds 2004 albums uit. Prima albums ook. Seven Cities Of Gold (eigen beheer) is de zesde van de in New Jersey geboren Davis. En dat is ook weer een heerlijk album. Opener Hey Hey is pretentieloze pubrock. Hierna het mooi getitelde en twangy Lassoed And Lost, dat aan het werk van Dwight Yoakam doet denken. Crazy is een bekend nummer van Willie Nelson, maar wordt hier in een flink rockende, en meer…
The Stars Are God’s Bullet Holes (Submarine Cat Records) is muziek als therapie. Niet zozeer voor de luisteraar, maar voor de artiest in kwestie. John Murry heeft genoeg ellende beleefd om hem serieus te nemen. Zijn gedachtestroom neemt je soms mee naar plekken waar je liever niet wilt zijn. Dat ongemakkelijke gevoel kenmerkt de persoon achter de artiest. Een gevolg van een moeilijke jeugd en een bijna-doodervaring na een overdosis. De omstandigheden zijn ten gunste gekeerd; de Amerikaan woont al weer een flink aantal jaren in Ierland en voelt zich daar redelijk goed. Maar in zijn hoofd meer…

Poeh, je zult nu maar een rootsfestival willen organiseren. Het is namelijk niet zo dat er veel Amerikaanse of Canadese artiesten de plas overvliegen om in Europa te komen optreden. De programmeurs van Ramblin Roots hebben het dit jaar dan ook niet eenvoudig gehad om een interessante line-up bij elkaar te krijgen. Dat bleek ook wel uit het grote aantal ‘onbekende’ of minder bekende namen dat de affiche sierde. En dan zegt ook meer…
Corona stuurde zijn plannen voor een tournee begin 2020 in de war, maar Pokey LaFarge is niet bij de pakken neer gaan zitten. In The Blossom Of Their Shade (New West Records/PIAS) is vooral een vrolijk album. ‘Woke up this morning’, zijn de eerste woorden die hij zingt. Meestal het begin van een bluesnummer, maar niet in dit geval. LaFarge huppelt naar zijn lief en wil er het beste van maken. Caribische klanken met een cool sausje mengt hij met rock-’n-roll, rhythm-and-blues of wat jazz. Het heerlijke Fine To Me begint als een combinatie van Creedence Clearwater Revival (die gitaar) en Sam The Sham & The Pharaohs. Een meer…
Meestal haak ik bij omschrijvingen als esoterisch en etherisch af. In het geval van Geist (Sub Pop/Konkurrent) van de Amerikaanse Shannon Lay blijf ik echter vol verwondering luisteren. Een stem als een zucht. Het is niet zoals zo vaak in dat geval een instrument om mee te verleiden, nee, als Lay zingt dan trekt ze aan je bewustzijn; het is onmogelijk om haar een plekje te gunnen op de achtergrond. Awaken And Allow begint met alleen haar stem, die uit een koude gang lijkt te komen. Langzaam voegen zich wat instrumenten bij de zang, die dichterbij komen en dan weer wegsterven. De bekoring meer…
Toegegeven, Dennis Roger Reed introduceert zichzelf op zijn website met een grappig feitje. ‘He has danced on stage as part of the Little Richard Revue and Paul Simon’s band, actually requested by the former and luckily unnoticed by the latter.’ Maar daar blijft het ook wel zo ongeveer bij met vermeldenswaardige informatie. Down At The Washington Hotel (Plastic Meltdown Productions) is een album dat geen moment weet te overtuigen. De in het zuiden van Californië gevestigde Reed put naar eigen zeggen uit ‘bluegrass, blues, folk, rock and roll, a taste of British Invasion pop, a little meer…
Welke wegen Mark Rogers eerder bewandelde voordat hij op toch wat latere leeftijd terugkeerde bij de muziek beschreven we al in de recensie van zijn volwaardige debuut Laying It Down. Op Rhythm Of The Roads (eigen beheer) volgt hij dezelfde route. Dat is dus die van countryrock en folkrock. Met dus fijne samenzang, zoals in Every Once In A While. Geen hemelbestormende toestanden van deze met akoestische gitaar uitgeruste Amerikaan uit Virginia. Maar toch aangenaam genoeg, vooral doordat de gitaristen Larry Berwald, Alan Parker en Bill Gurley beurtelings de meeste liedjes net meer…
Het titelnummer van Shine A Light On Me Brother (eigen beheer/Continental Record Services) van Robert Jon & The Wreck swingt de pan uit. Dit is een rockmachine die bakken vol druipende soul leeggiet over de classic rock die ze brouwen. Stampende blazers op dat titelnummer, dat krachtig is als het werk van Southside Johnny & The Asbury Jukes op hun best. En het hakkelende gitaartje op Everyday is ook fijn. Soms is het bijna commercieel op een ouderwetse manier. Alsof ze de studio van Toppop er mee op de kop zouden kunnen zetten. De stem van Robert Jon Burrison doet af en meer…
Thuis in Austin werd Malford Milligan al acht keer gekozen tot beste vocalist van de Texaanse muziekstad. De laatste jaren werkt hij veel samen met de Nederlander Jack Hustinx. Vorig jaar zat hij in Eindhoven toen corona toesloeg. Hij verbleef tijdens de lockdown in Nederland en volgde alle ontwikkelingen in Amerika op de voet. Hij verloor enkele familieleden aan Covid-19, verbaasde zich over de bestorming van het Capitool en werd zich opnieuw bewust van alle raciale kwesties door Black Lives Matter. Hij sloeg aan het schrijven. I Was A Witness (Suburban Records) is dan ook een persoonlijke meer…
GA-20 – Johnny Mastro & Mama’s Boys – Ticket West – Danny Bryant
Probeer het en de kans is groot dat je het geweldig zult vinden. Zo gezegd, zo gedaan. De blues heeft wel betere tijden gekend, dus een kennismaking met een stel wildemannen die Link Wray het hok uit jagen is welkom. Gebeurt dat hier dan? Nou, eh, natuurlijk niet. Maar op het instrumentale Phillips Goes Bananas komt GA-20 daar wel in de buurt. Maar verder heeft het met Link Wray weinig van doen. GA-20 Does Hound Dog Taylor – Try It … You Might Like It! (Karma Chief) draait natuurlijk om de meer…
Toen het er bij de Amerikaanse verkiezingen op leek dat Georgia voor het eerst in lange tijd voor de democratische kandidaat zou kiezen, beloofde Jason Isbell dat hij een album met uit Georgia afkomstige nummers zou opnemen als het inderdaad zo zou uitpakken. En dat gebeurde: Georgia koos voor Joe Biden. Belofte maakt schuld en die schuld wordt door Jason Isbell, met behulp van The 400 Unit mooi ingelost. Op Georgia Blue, staan 13 covers van uit Georgia afkomstige artiesten. Het album opent en sluit af met twee nummers van R.E.M: respectievelijk meer…




Altijd gedacht dat Gram Parsons op Luxury Liner zong over zo’n glanzende caravan van aluminium. Niet dus. Hij heeft het over veertig ton staal en zo’n gewicht hang je echt niet aan de trekhaak. Zo kan een beetje research meer…
Paul Benoit is al twintig jaar actief in Seattle. Hij trok regelmatig naar andere werelddelen, vooral om zich als gitarist te ontwikkelen. Hij speelde jazz, bluegrass, country, rock-’n-roll en dan vooral mengvormen. En voegde daar dan nog Afrikaanse ritmes aan toe. Zoveel diversiteit biedt Beautiful Lies (eigen beheer) niet, maar iets van die achtergrond sijpelt wel degelijk door in de tien nummers van dit album. De zachtjes rockende pop heeft enorm baat bij de gitaarlijnen die Benoit her en der drapeert. Smaakvol is zijn snarenspel. Nergens opzienbarend, maar wel gewoon knap dat hij zonder een heel meer…
De grotestadsrock van Jesse Malin komt op Sad And Beautiful World (Wicked Cool Records/Bertus) op zowel lp als cd als een dubbelaar. Op de eerste schijf overheerst een weemoedige sfeer en is hij onderweg. Opener Greener Pastures speelt zich af in een motelkamer in Dallas, Texas. Hij wordt er wakker en vraagt zich af wat hij met de dag aan moet. De afsluiter van deel 1 is Crawling Back To You van Tom Petty, waarop hij verwikkeld raakt in een kroeggevecht in Los Angeles. Op Before You Go zingt hij over een droevige film met een gelukkig einde en dat is precies wat Malin wil overbrengen met meer…
Live-albums; het is natuurlijk altijd een beetje tweede keus. Er gaat niets boven het zelf meemaken van een optreden, maar soms zit het er gewoon niet in. Omdat je dat niet kan, omdat de artiest niet naar de Lage Landen afreist of omdat er een coronapandemie is. En dan nog: levert een live-album een betere plaat op dan de studio-albums? Vaak niet, maar bij Nobody’s Darlings (Live From Memphis) van Lucero kan die vraag bevestigend beantwoord worden. Op 9 december vorig jaar speelde de band uit Memphis het hele album Nobody’s Darlings integraal tijdens een via het scherm bij te meer…
Op het debuut van het uit Eindhoven afkomstige Aidan & the Wild, Revelation Never Came (Revanche Records) staat What It Ain’t, een nummer dat ongetwijfeld behoort tot het mooiste wat er dit jaar in het Nederlandse americana-landschap is verschenen. Het liedje zingt Aidan & the Wild, oftewel Diederik van den Brandt, samen met Dési Ducrot, Baptiste W. Hamon en Bobbie (die net als Hamon ook Frans is). Om de beurt een couplet. Hierdoor doet het denken aan de klassieker Highwaymen door The Highwaymen. Het is gelukkig niet het enige sterke nummer op dit meer…
Jenny Don’t and the Spurs is een bandje uit Portland, Oregon, waarvan al sinds het begin in 2012 de spil gevormd wordt door bassist Kelly Halliburton en zangeres Jenny Connors. Laatstgenoemde heeft zich voor dit combo vernoemd naar de band Don’t waarmee zij eerder plaatselijk furore maakte. Het kwartet wordt gecomplementeerd door gitarist Christopher March en veteraan-drummer Sam Henry (hij drumde nog bij o.m. The Wipers). Fire On The Ridge (Fluff & Gravy Records) is hun derde album, waarop een lekkere mix te horen is van cowpunk, rockabilly en meer…
Waarom zouden we niet alsnog Music City Joke (eigen beheer) van Mac Leaphart uit 2020 bespreken? Er werd hier op deze site al eens gewezen op deze prachtplaat, maar er zijn ongetwijfeld vele lezers aan wie dit voorbij is gegaan. Dat is echt heel jammer, want dit is veel en veel te goed om onopgemerkt te blijven. Luister naar Blame On The Bottle en stel vast dat dit superieure countryfolk is om een honky tonk mee op stelten te zetten. Twangende gitaar, mondharmonica, fijne streken op steelgitaar, hobbelende melodie, een tekst die de zwaarte van het leven afschudt. Denk dus aan een meer…
When We Wander (eigen beheer) van Jesse Terry draagt alle kenmerken van softrock. De liedjes van de Amerikaan op zijn zevende album zijn naar binnen gekeerd, de focus ligt op het gezinsleven na de uitbreiding met een eerste kind. De gitaarakkoorden vegen over de bodem, hij zingt over fluisteren tegen de oceaan en het snarenwerk brengt een aangename lichtheid met net dat tikkeltje melancholie om het spannend te houden. Een steelgitaar trekt lichte boogjes op Hymn Of A Summer Night. Het is lichte pop met piano. Het is softrock, maar zoals gezegd heel meer…
Het is echt waar. Er staat binnenkort een echt americana-festival op stapel: op zaterdag 23 oktober wordt in het Utrechtse TivoliVredenburg Ramblin’ Roots georganiseerd. Mooi! We berichtten er hier al eerder over. Nog mooier is dat we voor dit festival 2 x 2 vrijkaarten mogen weggeven. Om daarvoor in aanmerking te komen willen we graag weten wie als eerste optrad in de grote zaal meer…
Ze bestaan een jaar langer dan de Stones, met wie ze vaak vergeleken zijn. Bintangs uit Beverwijk vieren het 60-jarig bestaan met These Hands (Miller Records) en zo’n plaat zie ik de Stones niet meer maken. Het voordeel van niet wereldberoemd worden, is dat je dichtbij jezelf kunt blijven. Ondertussen draagt je stem na al die jaren wel de sporen van een leven in de rock-’n-roll. Niet van jezelf overschreeuwen op een veel te groot podium, maar van jezelf verstaanbaar maken in een volle kroeg. Want wat een rauwe strot heeft Frank Kraaijeveld, overigens nog het enige lid dat meer…
De TK in TK & The Holy Know-Nothings is Taylor Kingman. Kingman komt uit Portland, Oregon, staat bekend als een stevige drinker, is niet vies van drugs, maar schrijft met het werk van grote Texanen als Terry Allen en Doug Sahm in het achterhoofd ook voortreffelijke songs. Zelf noemt hij de muziek die hij maakt met het rammelende zootje begeleiders – treffend genaamd The Holy Know-Nothings – ‘psychedelic doom boogie’. En om dat te benadrukken hebben Kingman en zijn drinkvrienden meer…
Het is inmiddels al drie jaar geleden dat Kacey Musgraves haar album Golden Hour uitbracht. Bij de recensie daarvan schreef ik toen dat een groot deel van de liedjes ingegeven werd door haar pasgesloten huwelijk (met Ruston Kelly). Dat huwelijk is ondertussen alweer ontbonden en de 15 nummers van de opvolger Star-crossed (Interscope) hebben die echtscheiding als onderwerp. In het nummer What Doesn’t Kill me zingt ze letterlijk: “golden hour faded black”. Er wordt met enige weemoed teruggekeken op de tijd dat het nog goed was, de echtscheiding zelf is onderwerp en ook de eigen schuld meer…
Op 22 februari 2022 staat Blackberry Smoke in TivoliVredenburg. Het is al even geleden dat we schreven over deze band, maar dat concert en het in mei verschenen album You Hear Georgia (3 Legged Records/Thirty Tigers/Bertus) zijn voldoende aanleiding om weer eens de aandacht te vestigen op de southern rock van deze Amerikanen uit Atlanta. Fans van Black Crowes en Lynyrd Skynyrd kunnen die datum vast noteren, want deze plaat belooft veel. Bovendien staan The Steel Woods in het voorprogramma en daarvan besproken we onlangs het ook al zwaar aanbevolen All Of Your Stones. Blackberry meer…
Als geen ander vertelt John Prine, in 1946 geboren in Maywood, Illinois, de verhalen van gewone mensen; van mensen die door het leven struikelen, van mensen die er het beste van proberen te maken. Liefdevolle beschrijvingen van de gewone, soms oudere man/vrouw in meertijds pijnlijke situaties typeren zijn platen, met als uitschieter zijn uitgebalanceerde en nagenoeg perfecte zelfgetitelde debuutplaat. John Prine is dan al, op 22-jarige leeftijd, waarlijk op de toppen van zijn kunnen.
John Prine is eind jaren zestig een postbode in Chicago meer…
‘De meeste steden hebben één sound, maar Memphis heeft er vele.’ Dat zegt John Paul Keith in de liner notes van The Rhythm Of The City (Wild Honey Records). En hij beheerst ze tot in de puntjes. De plaat opent met How Can You Walk Away, een soulnummer met bluesgitaar. En de manier van zingen van Keith op het nummer heeft beslist wat van Alex Chilton. Op The Sun’s Gonna Shine Again en het van donkere gitaarakkoorden voorziene Ain’t Done Loving You Yet valt dat ook op. Het Memphis-geluid op het album is echter wel wat netter. Niet doods, dat kan ook bijna niet bij dit soort muziek, maar toch meer…
De Britse steelgitarist Spencer Cullum is een veelgevraagde sessiemuzikant in Nashville. Hij speelt met uiteenlopende artiesten als Andrew Combs, John Paul White en Deer Tick tot Miranda Lambert en Little Big Town. Daarnaast vormt hij met Jeremy Fetzer het duo Steelism, gespecialiseerd in instrumentale space-country. Coin Collection (Full Time Hobby/Konkurrent) is zijn eerste soloplaat. Dat moest een Britse folkplaat worden, gemaakt door Amerikaanse countrymusici. Het is nog veel meer, want het avontuurlijke eindresultaat raakt ook ambient, psychedelica en progrock. De meer…




Het album Roots uit 1968 bracht The Everly Brothers niet de hits zoals ze die in de jaren 50 hadden gescoord. Ook al stelde de plaat op dat gebied teleur – de hoogtijdagen van de broers leken toch echt voorbij -, in retrospectief is het niets minder meer…
Toevalligerwijze kwam Welcome Home (eigen beheer) van Doc Oliver uit tijdens de terugtrekking van de Amerikaanse troepen en de daaropvolgende evacuatie van alle westerlingen en daaraan gelieerde Afghanen. Het was passend. Je zou het misschien zelfs wel kunnen opvatten als de soundtrack van die hele toestand. Maar het doet er niet toe: de plaat is ook zonder die duiding gewoon geweldig. Doc Oliver is een voormalige hospik (vandaar ‘Doc’) bij de mariniers die twee jaar in Afghanistan diende. Om medische redenen werd hij uit dienst ontslagen (PTSS). Als vorm van meer…

















































































































































































































































































































































































































Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
© Alt Country NL