Er zijn volop platen die je wilt draaien na beluistering van dit begeesterende Dances For The Lonely (Last Chance Records) van American Aquarium. Iets van Graham Parker and the Rumour bijvoorbeeld. Of Born To Run van Bruce Springsteen. Men Without Women van Little Steven and the Disciples Of Soul, ook een prima optie, want hoe lang is het geleden dat die elpee op de draaitafel lag? En Kids In Philly van het qua stijl vergelijkbare Marah wil je eigenlijk ook direct opzetten. Maar nogmaals in je eentje door het huis dansen en springen meer…



Niet een makkelijk plaatje, dit American Songwriter (Factory Chime Records) van
Chip Taylor
De afbeelding op het hoesje zit er veelbelovend uit: een asfaltweg die tegen een imposante lucht botst. Maar
Het werd tijd, ook al lag het nou niet direct in de lijn der verwachting.
Jubal Lee Young
Noah komt uit Toronto, Canada, wordt in 1970 zestig opgericht en komt voort uit Buzzy And The Belvederes. De band bestaat uit Barry ‘Buzzy Vandersel en zijn twee neven Marinus en Peter Vandertogt, heet even Tyme And A Half, maar switcht dan naar Noah. Noah komt onder contract bij RCA Victor, brengt een lp uit, maar slaat dan een nieuwe richting in, met een nieuw management en een nieuw label, Dunhill. De tweede lp, Peaceman’s Farm, wordt geproduceerd door Randy Bachman en laat een stevig geluid horen, waarin boogierock, 
Net als het hier onlangs besproken Devil In A Boot van Federale is The Damnation Twist (Limefield Recordings) van
Een aangename lichtheid gaat er uit van Creature Of Bad Habits (Valve/Proper) van de Australiër
Na de recensies van Vic Chesnutt en Lucas Paine hier nog een bespreking van een cd in een bruin/zwart hoesje met een vogel. Daarmee houdt elke overeenkomst ook wel op.
Lucas Paine
Als een valse kraai zingt
In universiteitsstad Davis, Californië, ver buiten het gewoel van de Californische muziekindustrie, richt afgestudeerd geoloog Guy Kyser in 1982 Thin White Rope op. De band, vernoemd naar Williams Burroughs’ plastische omschrijving van het mannelijk zaad, bestaat dan verder uit gitarist Roger Kunkel, drummer Jozef Becker en bassist Stephen Tesluk. Bevriende muzikanten uit andere bands – Game Theory’s Scott Miller en True Wests Russ Tolman – produceren de eerste demo’s van de band, maar het levert geen aandacht op van de platenlabels uit Los Angeles
Voordat er weer een wijsneus reageert, ja, we weten best dat Porkbelly Futures (Cordova Bay) van
Portland, Oregon is een plaats waar het bruist en broeit, en is misschien wel muziekstad nummer een in Amerika. Alle soorten en stromingen zijn er volop vertegenwoordigd; dus naast americana en alt.country is er ook licht-experimentele slowcore. Ziehier
Over
Over de fraaie voorganger Confluence schreven we dat de combinatie van saloonrock en salonorkest van
Hoewel niet echt productief, behoeft het nauwelijks uitleg wie
Dit Collecting Demons (eigen beheer) is een cd waar ik niet snel genoeg van krijg. Het Californische
Nee, het fraaie artwork van dit aangenaam verpakt cd-tje (digipack zonder plastic) is nu eens niet van Jon Langford, maar van ene Ryan Loiselle. De tekening doet recht aan dit uiterst coole plaatje met een speelduur van 25 minuten. Ghostcountry (Viva Tacoma Records) is ook al een titel die past bij de lichtelijk bevreemdende sfeer die
Op The Best Is Yet To Come – The Songs Of Cy Coleman (New West/Sonic Rendezvous) wagen zangeressen als Patty Griffin, Jill Sobule, Sara Watkins, Madeleine Peyroux en anderen zich aan het repertoire van de uit New York afkomstige componist. Coleman (1929-2004) schreef muziek voor
Nee, dit is geen americana, in de verste verte niet. Mooi is het wel, tenminste als je van dromerige popsinger-songwriters houdt.
Als Hugh Nicholson (zang, gitaar, toetsen), Ian MacMillan (zang, bas, gitaar) en Timmy Donald (drums) in 1973 Blue oprichten, hebben ze hun sporen reeds verdiend in bands als The Poets, White Trash en Marmalade. Vanuit Glasgow, Schotland bedienen ze het Verenigd Koninkrijk met melodieuze popmuziek à la Badfinger en Big Star, en debuteren op Robert Stigwoods label met het fraaie zelfgetitelde Blue. Na de toevoeging van gitarist Robert ‘Smiggy’ Smith vertrekt Blue naar Californië om daar het tweede album op te nemen. Dit geschiedt in
Aan mooi zingen doet 